Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft



Canis lupus


Ze kletsen uit hun nek, de wolffanaten
Als zij, hoe ondoordacht en Wilders-blond
Hun liefde voor een soort mislukte hond
Als schapen dom staan rond te blaten

Zeloten van het wolvenwelkomfront
Die kennelijk hun medemens zo haten
Dat zij hem aan de rovers overlaten
Zijn dierenvrienden van de koude grond

De wolf terug: voor mij in geen geval
Dat hij hier ooit geleefd heeft, is een feit
Als motivering raakt het kant noch wal

Hij paste niet meer in een nieuwe tijd
De wilde beer trof dat lot eerder al
Krijgt die straks ook een warm onthaal bereid!

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

De Sloddervis



‘Wat zou het’, zei de Sloddervis,
‘dat ik geen slimmerd ben?
Ik weet wat slijk, wat modder is
en verder niks. Nou en?

Die evolutie, leuk idee
maar waar moet het naartoe?
Nee dank je wel, ik doe niet mee,
voor mij niet dat gedoe.

Waar alles mee begonnen is:
een slijmig klontje beest –
veel slomer dan een Sloddervis
kan dat nooit zijn geweest.

Ik hoef geen vleugels, klauwen,
geen slurf, gewei of bult.
Ik voel niks voor miauwen
en ben geen tiep dat brult.

Ik denk dat ik mijn modder mis
als paard of papegaai.
Dus blijf ik lekker Sloddervis,
oersimpel en oersaai.

Sterf ik straks uit? Mij best, oké.
Dan word ik nooit reptiel
of eekhoorn, vos of chimpansee.
Dan word ik dus fossiel.

Zo’n wereld-na-de-Sloddervis
is eenmaal ook voorbij.
Gaat die naar de verdommenis,
dan mooi wel zonder mij.

De oerstaat is mijn element,
mijn lat ligt niet zo hoog.
Word jij maar stinkdier of serpent
of paleontoloog.’
 

Koop koop koop