winterleed

De winter staat me zo ontzettend tegen
Ik ben het pokkenweer al maanden zat
Vanavond kwam ik thuis, verkleumd en nat
Want sneeuwt het niet, dan is er mist of regen

Ook heb ik gister ernstig kou gevat
Ik haat de vorst, de onbestrooide wegen
Al twee keer heb ik op mijn gat gelegen
Want ook de stoepen zijn gevaarlijk glad

Ik woonde vele jaren op Bonaire
Mijn ouders zijn de armoe daar ontvlucht
Zo werd mijn warme winter een polaire

Voor global warming ben ik niet beducht
Die is het antwoord juist op mijn misère
Dus ik vrees de klimaatdiscussieklucht

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Passant



de vader van mijn moeder was mijn liefdevolle held
zijn zelfgebouwde wandkast is mij altijd bijgebleven
zijn schamele bezit was in de schappen opgesteld

dat meubel was een toonbeeld van een ingetogen leven
een bloemenvaas, een wereldbol, een opgezette specht
een tekening die mama als cadeautje had gegeven

als kind was ik bijzonder aan het ladeblok gehecht
daar lagen alle spelletjes voor als ik kwam logeren
en ook het groene bridgekleed dat op tafel werd gelegd

we speelden vaak canasta dat ik vlotjes bleek te leren
mijn knuistje hield verkrampt de grote kaartenwaaier beet
en opa zat tevreden mijn plezier te observeren

wat typisch en charmant dat ik dat alles nu nog weet
met dank aan de passant zojuist, die rook zoals dat kleed


(Voor wie het mocht zijn ontgaan: Machiel Pomp is Nederlands kampioen lightversedichten en tevens Dichter des Vaderlands: zoals jullie weten verkrijgt iedereen die op Het vrije vers publiceert daarmee automatisch deze functie)