leesplank
 
Wat nu al jaren aan me vreet
Ik ben een reddeloos geval
Misschien mijn hele leven al
Zeg maar gerust ANALFABEET
 
Daar ik dat niet bekennen wil
Heb ik een smoes naar ieders smaak:
Leest u het even, vraag ik vaak
Ik kan niet lezen zonder bril
 
Toch rookt bij ons nog steeds de schouw
Er wordt geantwoord op de post
En schulden worden afgelost
Dankzij mijn steunpilaar, mijn vrouw
 
Op school was ik nooit in de les
Ik poetste liever meesters fiets
Want lezen deed me zeker niets
Nu lees ik als een kind van zes
 
In plaats van spelling en dictee
Waarvoor je heel erg slim moet zijn
Vond ik de afwaskeuken fijn
In schrijven had ik flink de pee
 
Ik gaf mezelf een tien voor taal
Want praten was voor mij genoeg
Ja, op het werk en in de kroeg
Begrijpen ze me allemaal
 
En toch voel ik me niet compleet
Ik was zo graag ook ALFABEET
  
Van 3 t/m 9 september is het de Week van de Alfabetisering
 
 
 
 
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Celibatairswee

Celibatair
Copilot
 
Beklaag uw ongetrouwden vriend
Niet om zijn eenzaam leven.
Vooreerst, hij heeft, wat hij verdient!
En dan, bedenk eens even:
Hij heeft het rustig, vrank en vrij,
Hij kent geen aardsche zorgen,
Zijn leven vliet bedaard voorbij,
Hij denkt niet aan den morgen.
Neen. Wat ik heel wat erger vind,
Een last! Om te bezwijken!
Is, als hij bij zijn besten vrind
De baby moet bekijken.
Daar staat de stakkerd. 'k Zie hem al,
Te midden der vriendinnen.
Hij weet niet wat hij zeggen zal -
Hoe moet de hals beginnen?
De dames kussen 't kind om 't langst,
Hij weet niet hoe hij staan moet,
Fixeert het wicht in doodlijk' angst,
Dat hij er ook nog aan moet.
Hij kijkt, confuus, en ongerust,
Naar 't kind z'n natte lippies...
Daar nadert tante Kee - zij kust
Het op... zijn bloote bippies!
Een oude nicht staat mal te doen,
Ze blaast haar wangen bol op:
‘Mijn honkieponkie, nog een zoen!
Ik ben er toch zoo dol op!
Me bommekoppie, koekeloe,
Dada, me dikkedijntje,
Van kielekielekiekeboe,
Trararietjes, trarijntje!
M'n hikkepikkiesnuizepoes,
M'n mollebollebokkie,
M'n rikketikkierobbedoes,
M'n kussemusse mokkie!
Jou pruimepoetepietemis,
Jou honneponnepippie,
Jou krullebollekissebis,
Jou poelekoelekippie!
Waar issie dan, me pootepien?’
- 't Is of ze met 'r hond spreekt -
Tot ze eensklaps 't voetje - 'k heb 't gezien! -
Tot 't enkeltje in d'r mond steekt!
Nu komt het vreeslijkst oogenblik...
Hij heeft het aan zien komen!
Hij heeft er van gedroomd, met schrik,
In vele, bange droomen:
Hij krijgt het kind op schoot!! Jawel!
Hij durft niet nee te zeggen,
Ik zal er - zoo bedenkt hij snel -
Wat kranten onder leggen...
 
Te laat!! Hij roept de Zuster, wenkt…
Hij weet niet wat hij 't meest is,
Boos, of beschaamd, als hij bedenkt
Dat hij ook zoo geweest is!
Ach, mag een schuchter woord misschien
Het eind van dit betoog zijn…?
Ik wil graag al je kind'ren zien,
Maar niet – voordat ze droog zijn!
 
Charivarius (Gerard Nolst Trenité) 20-07-1870 – 09-10-1946
Uit: Ruize-rijmen - Tjeenk Willink 1922