Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

maretak
Foto: Pixabay
 
Hij wordt als boom- of lijmkruid aangeduid
Als heksennest, hamspoen en - voor het rijm -
Ook holster, duivelsgras en vogellijm
Ja, zelfs als viscus, hulster, mattekruid
 
Voor slangentong en raamsch heb ik een zwak
En verder noem ik priemst en duivelsnest
Met mistel, kersterhout en voor de rest
Nog haamsjeut, mistletoe en maretak
 
U vraagt me, nu ik me heb uitgeput
Waarmee ik weer het snelst wordt opgepept
Omdat u wel compassie met me hebt
 
Uw dank is welkom, geeft me nieuwe fut
Toch is een gouden snoeimes meer van nut
Daarbij, het Gallisch toverdrankrecept
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De grootmoeder



Nu zou hij haar bezoeken, bij de winde,
Al was hij daartoe jarenlang te laf.
Maar kom, het ging hier om een teerbeminde,
Die daar maar lag te rotten in een graf.

Hij stond er wat verloren. Sloeg linksaf
Een kavel in en liep gelijk een blinde.
Nadat hij uren zocht—het was zo maf!
Bleek naam noch steen noch bloedverwant te vinden.

Hij rende, koortsig spiedend, langs de heggen,
Het hoofd naar wanhoop hergemodelleerd;
Hij móest haar zien. Hij moest haar zoveel zeggen!

Uiteindelijk—zijn vader geprobeerd.
Die wist het telefonisch uit te leggen:
”Ja jongen, oma is ook gecremeerd.”