Het joch van vijf riep kut, het klonk spontaan
Zijn moeder toch greep deze zonde aan
Voor ouderlijk vermaan en wijs betoog
Dat er qua toon en inhoud niet om loog
Het woord bleek schuttingtaal, obsceen en slecht
Van wie het zomaar roept komt niks terecht
Ik eis respect sprak zij, en tot besluit,
Dat leg ik als je groot bent nog wel uit
Mijn vader die in alles dwingend was
Aanvaardde slechts beschaafde taal van mij
Zodat ik nooit met hem ohaën kon
Hij was allergisch voor het woordje gras
Dat was vulgair, het goed fatsoen voorbij
Onnodig kwetsend ook voor zijn gazon
Zijn moeder toch greep deze zonde aan
Voor ouderlijk vermaan en wijs betoog
Dat er qua toon en inhoud niet om loog
Het woord bleek schuttingtaal, obsceen en slecht
Van wie het zomaar roept komt niks terecht
Ik eis respect sprak zij, en tot besluit,
Dat leg ik als je groot bent nog wel uit
Mijn vader die in alles dwingend was
Aanvaardde slechts beschaafde taal van mij
Zodat ik nooit met hem ohaën kon
Hij was allergisch voor het woordje gras
Dat was vulgair, het goed fatsoen voorbij
Onnodig kwetsend ook voor zijn gazon
