Het joch van vijf riep kut, het klonk spontaan
Zijn moeder toch greep deze zonde aan
Voor ouderlijk vermaan en wijs betoog
Dat er qua toon en inhoud niet om loog

Het woord bleek schuttingtaal, obsceen en slecht
Van wie het zomaar roept komt niks terecht
Ik eis respect sprak zij, en tot besluit,
Dat leg ik als je groot bent nog wel uit

Mijn vader die in alles dwingend was
Aanvaardde slechts beschaafde taal van mij
Zodat ik nooit met hem ohaën kon

Hij was allergisch voor het woordje gras
Dat was vulgair, het goed fatsoen voorbij
Onnodig kwetsend ook voor zijn gazon 
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Zoiets, Paul?



Warte nur, Warte nur,
G. van het Reve schetst:
Af en toe dichten, dat is
Comme il faut

Toch schrijf ik liever geen
Avondroodkundige
Diepe gesprekken in winkels
Enzo