Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



De leg wordt stilgelegd
En kippen gaan tekeer:
Het voer is veel te slecht,
We pikken het niet meer



Een oude steeg, ternauwernood verlicht,
zo nu en dan bezocht door kroegpubliek

Een muur weerkaatst getik van hoge hakken

Met handen weggestoken in zijn zakken
krijgt Jack de Ripper vanuit een portiek
contouren van een nieuwe prooi in zicht

Prelude op een naderende moord.
Beleeft de jonge vrouw die hij bespiedt
in deze steeg haar laatste ogenblikken
wanneer zijn mes opeens tevoorschijn schiet
en zij niet eens de kans krijgt om te schrikken?
Misschien omdat hij steeds beroerder ziet
of puur van ouderdom niet meer kan mikken:
Haar hakken tikken onbekommerd voort.



je kunt zo snakken soms naar wat geluk
en ondanks tegenslag op tegenslag
verflauwt je hoop niet op de grote dag
je maakt je daarbij ongezond vaak druk

een raad wil ik je geven: laat het lopen
en kap eens met dat stomme loten kopen



'Mijn strijd' wordt goed verkocht; het staat op drie -
krijgslustig schrift in duister tijdsgewricht.
Na jaren van censuur bezweert het licht
van openbaarheid deze dystopie.

Het kampt nog wel met nummers twee en een:
een kookboek en een chicklit-fenomeen.



De helft van alle dutchies is te zwaar
Het BMI getal roept luid: gevaar!
Ons kleine stukje land groeit ongezond
We zakken met z’n allen door de grond

Een slimme tip: beweeg, val af, maak lol
Dan is ons drukke land iets minder vol



Lang leve Bredero
Schilder toneelschrijver
Boertige dichtervorst
Heeft goed geboerd

Jammer alleen van die
Anagrammatische
Tragipotsierlijke
Bijklank: beroerd!

 Morgenstern, screenshot

Leestekenland kan niet meer bogen 
op een volmaakte maatschappij. 
 
De komma en de punt betogen: 
‘Puntkommavolk draagt nooit wat bij!’ 
 
Meteen vormt zich een actiefront: 
de Weg-met-de-puntkomma-bond. 
 
De vraagtekens zijn weggeslopen, 
die houden graag hun opties open. 
 
Snel smoort men tussen accolades 
’t gekreun en de jeremiades 
 
van de puntkomma’s, en met haken 
voorkomt men dat ze stennis maken. 
 
Dan komt het minteken, en baf! 
– het trekt ze van het leven af. 
 
De vraagtekens zijn terug en kijken 
hoofdschuddend naar de verse lijken. 
 
Maar ai! de strijd is niet gedaan: 
gedachtestreep valt komma aan – 
 
en snijdt hem snoeihard door de hals 
zodat hij – na onthoofding – als 
 
puntkomma, dodelijk verwond, 
zijn bloed mengt met die op de grond. 
 
Men draagt de beide typen stakkers 
in stilte naar de dodenakker. 
 
Wat rest van de gedachtestreepjes 
sluit zwijgzaam aan, met zwarte sleepjes. 
 
Het uitroepteken preekt van vrede, 
dubbelepunt deelt pepermunt; 
 
bevrijd van komma-achtigheden 
sjokt men naar huis: streep, punt, streep, punt… 

Christian Morgenstern (1871-1914)


  
Im Reich der Interpunktionen 
 
Im Reich der Interpunktionen 
nicht fürder goldner Friede prunkt: 
 
Die Semikolons werden Drohnen 
genannt von Beistrich und von Punkt. 
 
Es bildet sich zur selben Stund’ 
ein Antisemikolonbund. 
 
Die einzigen, die stumm entweichen, 
(wie immer), sind die Fragezeichen. 
 
Die Semikolons, die sehr jammern, 
umstellt man mit geschwungnen Klammern, 
 
und setzt die so gefangnen Wesen 
noch obendrein in Parenthesen. 
 
Das Minuszeichen naht und – schwapp! 
Da zieht es sie vom Leben ab. 
 
Kopfschüttelnd blicken auf die Leichen 
die heimgekehrten Fragezeichen. 
 
Doch, wehe! neuer Kampf sich schürzt: 
Gedankenstrich auf Komma stürzt – 
 
und fährt ihm schneidend durch den Hals – 
bis dieser gleich – und ebenfalls 
 
(wie jener mörderisch bezweckt) 
als Strichpunkt das Gefild bedeckt!… 
 
Stumm trägt man auf den Totengarten 
die Semikolons beider Arten. 
 
Was übrig von Gedankenstrichen, 
kommt schwarz und schweigsam nachgeschlichen. 
 
Das Ausrufszeichen hält die Predigt; 
das Kolon dient ihm als Adjunkt. 
 
Dann, jeder Kommaform entledigt, 
stapft heimwärts man, Strich, Punkt, Strich, Punkt… 



Hij wenkte met een kort gebaar
Ik was meteen verkocht
De man had lang en golvend haar
Hij wenkte met een kort gebaar
En zei de slavenhandelaar
Dat ik precies was wat hij zocht
Hij wenkte met een kort gebaar
Ik was meteen verkocht



 Ballade van kleine Nel

 
Kleine Nel ontweek het onmens
Dat haar echte ma niet was
Vaker gooide die haar stiefkind
Ter verdrinking in een plas
 
Net die morgen borg haar vader
Na een nachtje dievenpad
Twee reptielen in de kelder
Waar het kind geen weet van had
 
Op haar vluchtplek was het donker
En de lichtknop hing te hoog
In een hoekje lag een mamba
Die zijn gif al naar haar spoog
 
Zij verzette zich manhaftig
Maar het beest was sluw en slecht
En sindsdien is Nel onvindbaar
In de plas is reeds gedregd
 
IRT'ers staan voor raadsels
Kenners tasten blind in mist
Naar het hoe van haar verdwijning
Wordt in talkshows druk gegist
 
Red alert en helderzienden
Brachten in de zaak geen schot
Ook een moordbedrag aan tipgeld
Trok het onderzoek niet vlot
 
Vader zoekt door dit verlies
Hulp bij Peter R. de Vries



Mag dat nog kunst heten?
Grofgestoord lijnenspel
Prent van een
peuter met ADHD

Aan de verering van
neopsychotische
kunstwerken doe ik
voorlopig niet mee



Van A tot Z gelogen zei mijn Tante Betje
Vanaf het kussen in haar kekke opklapbedje
Ik wil niet eens meer weten waar de waarheid ligt
Elk woord van elk sujet heb ik al doorgelicht

De Haagse foetelaars die ons constant misleiden
Zie ik met liefde in een Gronings sink-hole lijden



Een Bachsonnet zou geen Bachsonnet,zijn als het niet nokvol zit met symboliek.
Allereerst de naam Bach. Als je de naam vervangt door getallen krijg je 3+1+2+8, dat is samen 14. Precies het aantal regels van een sonnet.

Veel muziekstukken van Bach zijn geschreven in de cantate vorm. Sommige wat langere cantates zijn zo geconstrueerd dat (in de Lutherse eredienst) een korter gedeelte voor de preek en een langer gedeelte na de preek werd uitgevoerd.
Het deel voor de preek werd opgeknipt in een aantal delen rondom de bijbelteksten die werden gelezen.

Het korte deel voor de preek bestaat uit opening, recitatieven en koralen en is bedoeld als explicatie: uitleg van de teksten.
Het langere deel na de preek, de coda of het slotstuk, is bedoeld als applicatie ofwel toepassing waarmee de gelovigen werden heengezonden om hetgeen wat in de prediking werd geleerd in praktijk te brengen. Hierin zitten een aantal herhalingen, weergegeven door de twee wisselende rijmwoorden van regel 8 t/m 13 en een hoopvolle slotregel die weer op regel 7 rijmt.

Dit klinkt best serieus jonges en meisjes maar ik heb dat in het Bachsonnet vertaald in het sextet, bestaande uit de drie delen van 2, 1 en 3 regels. Hierin leg je het plot uit.

De coda, het octet laat de uitwerking, het complot, de toepassing zien.
Wellicht oogt het wat zwaar, maar dat hangt ook van de inhoud af.

Persoonlijk vind ik de uitwerking van Niels een hele aardige. Drie personen die in het eerste deel worden voorgesteld en in het tweede deel iets onverwachts doen.



Jan heeft sinds kort een leuke nieuwe baan,
waarin hij elke dag wordt uitgedaagd.

Piet telt de dagen af tot zijn pensioen.

Klaas weet precies wat hij vandaag gaat doen.
Dat wordt al zoveel jaar van hem gevraagd
en zo zal het nog vele jaren gaan.

Piet is chauffeur. Hij vraagt of zij misschien
genegen zijn vandaag maar door te rijden.
Jan is van deze vraag wel wat van slag.
Hier zal zijn reputatie onder lijden,
maar anderzijds, het is een mooie dag.
Klaas denkt meteen aan de vergadertijden
en zegt dat verder gaan van hem wel mag.
Collega’s zullen hen vandaag niet zien.



Voor mij geen wegen die naar Rome leiden,
ik ben goddank volstrekt oningewijde
en nimmer in een knapenkoor betast,

ook laat ik mij niet zwaar ter neder drukken
met schuldbesef en zondeval als last
en heeft een zwarte kous mij nooit gepast.

Ik buig niet ongeschoeid in een moskee
hoewel het mij fysiek nog wel zou lukken
om vijf maal daags naar Mekka toe te bukken

en het geloof in ‘t einde van de tijden
vind ik ook geen aantrekkelijk idee,
daar doe ik dus van harte niet aan mee.

Bekeringsdrift, het is niet te vermijden
maar kan het voortaan ietsje meer bescheiden?



Een nieuw sonnet, bedacht door onze Frits!
Verdienstelijk, heel aardig en ook spits
Per regel niet meer heffingen dan zeven?

Voor mij vormt vijf het loffelijkste streven
Met lange regels maak je nooit de blits
Al ligt dat meer aan eigen smaak, allicht

Die zeven is gelukkig niet verplicht
Een late chute blijkt wel een vast gegeven
Leuk schuiven met de chute kan ik waarderen

Al is Frits’ vers dus prima te verteren
Toch schreef ‘k een variant op zijn gedicht
Me dunkt, óók leuk en cool om te proberen:

Heerhugowaards sonnet, ’t is bovenal
een variatie op dat van Leudal


Frits' dichtvorm begint en eindigt met twee rijmende regels. Waarom dan niet de volgorde omgedraaid oftewel bouleversé (r 14 werd r 1 etc.). De bout-rimé is een toegift, speciaal voor Frits




De geur van koffie aan het Haelens beekje
Mijn lief en ik kampeerden er een weekje
Een molen en een kerk, zo fraai gelegen

We zagen herten en een everzwijn
Ach, 's ochtends viel er wel een buitje regen
Een béétje trekker kan daar toch wel tegen

Het water steeg, de bedjes werden nat
De onrust werd gesust met flessen wijn
Maar knaagde aan 't idyllisch samenzijn

Mijn meisje nam de bus naar Appelscha
Sindsdien koerst onze liefde op vals plat
Ik heb het in dit Limland wel gehad

Als ik ooit weer een keer kamperen ga
Zet ik mijn tent op aan de Drentsche Aa



Summum



Als bijna laatste daad voor Hij ging slapen
Heeft God snel Adam, eerste mens, geschapen
Een man, niet best gelukt naar Zijn idee

Hij overdacht Zijn fouten vol berouw
Begon gezwind aan versie mens punt twee
En die creatie vond de Heer oké

Wat was ze sierlijk en zo gaaf van wezen
Zo uitgebalanceerd, verfijnd van bouw
En Eva was haar naam, de eerste vrouw

Ze had geen baardgroei in haar zacht gelaat
Werd niet om horkerig gedrag misprezen
Want zij had stijl, haar taal was uitgelezen

Het summum voor dit schepsel van formaat:
Geen piemel, geen verschrompelde prostaat



U was altijd zo lief en zacht voor mij
zo strelend, kussend, liggend op uw pij
uw handen waren zacht, uw lippen rood
en U begreep mijn zonden en mijn nood

al vroeg U wel een kleine wedergunst
met hand en mond alleen, geen grote kunst
maar later deed U mij soms hevig pijn,
dan moest ik maar een flinke jongen zijn

ik vreesde dat ik zo een zondaar was
maar, sprak U, die gedachte gaf geen pas
vertrouw op Gods genade was Uw wet
U gaf Uw woord, voor mij was Uw gebed

als Gods genade het vergeven heeft
vergiffenis de grootste zondaar geeft
dan mij toch zeker wel voor deze dag
waarop ik zondig ben, maar stralend lach

want, hoorde ik, u heeft geschreeuwd van schuld
gebruld waarom heeft God dit toch geduld
en hoe u stikkend, panisch voor de dood
in hoogste nood het aards bestaan ontvlood




Het smalle trapje op en dan verdwijnen
Het windwerk aan en de registers open

Nu wordt de zaal met klanken overspoeld

Dit is precies hoe Bach het heeft bedoeld
Wie luistert, ziet de engelen verschijnen
En langs de ladder naar beneden lopen

Waarom wij Bachs toccata eren moeten:
Als engelen van Onze Lieve Heer
Zo dansen vingers op het manuaal
Omhoog, omlaag, omhoog en nog een keer
Maar (dit maakt Bachs muziek zo geniaal)
Daar tussen het lichtvoetig op-en-neer:
Klinkt in het diep gebrom van het pedaal
Een oude engel met vermoeide voeten

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Beurs



Beladen en bepakt, ik ben weer thuis
Ik heb gesnaaid, gesnoven en gegrabbeld
Gelikt, gevoeld, gesjokt, gesjouwd, gebabbeld
En voorgedrongen in dat gekkenhuis

Want wachten op je beurt, doen amateurs
Maar nu ben ik volkomen huishoudbeurs.

 

Koop koop koop