Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Ik deed het met Soraya en Tatjana
Met Isis, Mei Li, Ülgen en Michèle
De schone Ute, Saga en Adèle
En ook met Blodwynn, Fillywick, Cortana

Maar múlticultureel ben ik toch niet
Ik integreer me suf, maar wel per griet

(Voor het plaatje op de link klikken)


Basic qua vormenspel
Lieflijk konijnenkind
Grafisch komt nijntje
Geheel tot haar recht

Bruna’s creatie is
Onvergelijkelijk
Daartegenover leeft
Gods nijntje écht



Kom iets bijzonders zien:
vaal gekleurd leemgebied
met een roofzuchtige fuut
in het meer.

Dankzij zijn krachtige
vaalleemmeerrooffuutteen
slaat hij zijn prooi
onverbiddelijk neer.

digitaal feestgedruis
appen en twitteren
stuur eens een :silly: ,
een :sick: of een :lol:

17 juli: op
wereldemojidag
stuur ik mijn vrienden
een vrolijke drol



Kinderen, aandacht nu!
Dit is een galgenberg
Daar staat de galg dus
En hier hangt de strop

Let op het kunstige
Schuivendelussysteem
Dat bracht de beul
Nog behoorlijk wat op!


(De beul kreeg extra betaald voor het vervaardigen van de strop)



Dat schepsel mag óók op de aardbol zijn
En ach, de meeste slakjes blijven klein
Helaas, de polderslijmslak is erg sneaky
Die bunkert door en doet nóóit aan de lijn!



Mijn handen zijn met groeiend groen verweven
Een volkstuin geeft mij dagelijks te eten
Maar wat een schrik, de sla is aangevreten
Kapot ben ik van dat verwoeste leven

Ik staar ernaar terwijl ik sta te beven
Mijn jonge sla door slakken buitgemaakt
En dat is iets wat mij ten diepste raakt
Maar God, ik heb ze allemaal vergeven



Daisy Bel, zo pas geboren
Hoopje mens, maar wel compleet
Kleine meid, ze laat zich horen
Honger, honger, luidt haar kreet

Schreeuwen kan die kleine wel
Soms wel honderd decibel



Op jacht naar een steeds zeldzamer insect
Beschrijven vogels onnavolgbaar bogen,
De zuring staat rood roestig uit te drogen
Terwijl de hemel steeds meer blauw verstrekt.

Een kraai volgt rustend op een schapenrug
Een zwaluw bij het scoren van een mug.



Als kroon der schepping hóren we te stralen
Wij immers voeren hier de boventoon
En willen veel bekijks, meer dan gewoon
Dus gaan we met tattoos en piercings pralen

Zo zie je wat de mens al niet vermag:
We maken van onszelf een prachticoon
Zijn al véél mooier dan een zomerdag



Geen nawinter of hemd of campingtas
Geen mestwagen of pin of dramanicht
Geen minnedicht of tramp of wagenas
Geen wacht of den of immigrantenpas
Pff…’t is gewoon een anagrammendicht



dag lieve kleine man, dag nieuwe mens
je bent je leven goed begonnen, vent
want vreugde bracht je bij wie jou nu kent
vervulling ben je van een hartewens

wat zal het leven jou gaan brengen, kind
gezondheid en geluk is onze hoop
al weten wij: het leven neemt zijn loop
er komt ook storm en regen, tegenwind

voor boze tijden wensen wij je kracht
om door te gaan tot weer het leven lacht
en moed om zelf een bron van troost te zijn

voor wie geen hoop en geen vertrouwen heeft
een bron die liefde aan zo iemand geeft
in hem gelooft ondanks zijn eigen pijn


Bij de geboorte van mijn kleinzoon



God, wat een rotontwerp!
En lastig stapelbaar
Aambeien, breekbaar:
Wat is dat voor norm?

Waarom bestaat er geen
Dodecaëder-ei?
Was Escher God geweest
Hád het die vorm!



In 1830 brak de opstand uit.
Het was de culminatie van de grieven
veroorzaakt door de Haagse directieven:
De tirannie door Belgen zelf gestuit.

Was polderen destijds al in geweest,
dan hadden wij in Holland nu ook feest.



De nacht lijkt niet veel groter dan een kist,
een ruimte met uitsluitend dode hoeken
waarin je naar een uitgang ligt te zoeken
terwijl je elk gevoel voor richting mist.

Je hebt je oude leven uitgewist
toen je besloot om deze reis te boeken,
nu groeit met alle ingehouden vloeken
het voorgevoel dat jij je hebt vergist.

Je schreeuwde dat je liever wou vergaan
dan domweg te berusten in ‘t bestaan
waar God en geldgebrek je leerden knielen

maar als je ooit de overkant bereikt
is het alsof je weer een hel in kijkt:
een avondland bevolkt door bange zielen.



Unie in diskrediet
Chris mag de fiets weer op
Angst voor de wielerfans
Zet nu de toon

Zo houdt de sport wel haar
Integriteitsprobleem
Ik zeg: ga fietsen man
Doe toch gewoon



Dankbaar en opgelucht
Froome heeft geen straf verdiend
WADA en UCI
Zijn er nu uit

Mag Chris op Tour met zijn
Luchtwegverwijdende
Middelen? Dinsdag
Dan valt het besluit



Wankelend heldendom
Chris uit de Tour geweerd
Wie fietst nog zonder
Drogerende troep?

Volgens zijn Sky team was
Salbutamolgebruik
Medische noodzaak:
Men gaat in beroep



Super zo’n climate change!
Altijd dit zomerweer
Thuis met vakantie
Klimaat roept: Olé

Niemand per blik naar zijn 
Zonnigeoordendroom
Dat reduceert pas
Een boel CO2!



Hij werd bejubeld en geprezen
Dat doelpunt met de hulp van boven
Kon enkel maar van Pluisje wezen

Een ster van nu kan niets meer roven
De VAR is scherp en uitgelezen
Zo'n spits zal hen geen goaltje stoven

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

De Warbels



I
Ze gingen naar zee in een zeef, jawel,
in een zeef al naar de zee.
Hun vrienden vonden ’t ondoordacht
maar bij winters weer en bij windkracht acht
gingen zij in een zeef naar zee!
En toen de zeef aan ’t tollen sloeg
en iedereen riep: ‘Nu is ’t genoeg!’    
riepen zij: ‘Goed, groot is hij niet,
maar dat maakt ons geen sikkepit uit, geen biet!
In een zeef gaan wij naar zee!’
     Wie weet waar, wie weet waar
     toch het volk van de Warbels leeft?
     Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
     en ze gingen naar zee in een zeef.
 
 
II
Ze zeilden weg in een zeef, jawel,
in een zeef, heel enthousiast.
Door stormvlagen voortgejaagd, mijl na mijl,
met enkel een grasgroene sjaal als zeil
en een pijp bij wijze van mast.
En iedereen zei, die hen zag gaan:
‘O hemeltjelief, ze gaan eraan!
Want de reis is lang en pikzwart is het zwerk,
zo’n zeefvaart is echt onbegonnen werk,
o hou je hart toch vast!’
     Wie weet waar, wie weet waar
     toch het volk van de Warbels leeft?
     Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
     en ze gingen naar zee in een zeef.
 
 
III
Het water liep gauw erin, jawel,
het water liep gauw erin.
Dus ze vouwden roze vloeipapier
om hun voeten, keurig en zonder kier,
en dat speldden ze vast aan hun kin.
En ze sliepen ’s nachts in een pot van steen,
‘Wat slim hè?’ zeiden ze een voor een.
‘Hoe lang ook de reis en hoe zwart het zwerk,
dat de zeefvaart slecht afloopt dat lijkt ons sterk:
we zwalken hier naar ons zin!’   
     Wie weet waar, wie weet waar
     toch het volk van de Warbels leeft?
     Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
     en ze gingen naar zee in een zeef.
 
 
IV
Ze zeilden voort, de hele nacht,
en toen de zon verdween
toen floten en kweelden ze manezang
en hun gongslagen echoden eindeloos lang 
langs de bruinige bergen heen.
‘O paukepam! Welk aangenaam lot
dat we dankzij die zeef en die stenen pot
hier heel de nacht in de maneschijn
met grasgroen zeil zo aan ’t zeilen zijn,
langs de bruinige bergen heen!’   
     Wie weet waar, wie weet waar
     toch het volk van de Warbels leeft?
     Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
     en ze gingen naar zee in een zeef.
 
 
V
Ze bezeilden de Westerzee, jawel,
naar een land van dicht donker woud.
En ze kochten een kar en een papegaai
en een pondje rijst en een bosbessenvlaai
en een bijenkorf, gonzend goud.
En ze kochten wat groene kauwen, een zwijn
en een aap met vingers van marsepein,
en veertig flessen met Jo-de-Lo
en Edammer, extra oud.
     Wie weet waar, wie weet waar
     toch het volk van de Warbels leeft?
     Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
     en ze gingen naar zee in een zeef.
 
 
VI
En ze keerden weer, na twintig jaar,
na heel die lange tocht.
En iedereen zei: ‘Wat onverwacht!
Ze zijn terug van de Moordkaap, de Gordel van Smacht
en de Jammerdebammerbocht!’
En ze riepen proost en richtten spontaan
een feestbanket van gistknoedels aan.
En iedereen zei: ‘Als ik lang genoeg leef
dan ga ik ook naar zee in een zeef,
naar de Jammerdebammerbocht!’
     Wie weet waar, wie weet waar
     toch het volk van de Warbels leeft?
     Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
     en ze gingen naar zee in een zeef.
 
 
The Jumblies, Edward Lear (1812-1888)
 
 

Koop koop koop