Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

KeesStipfoto

Kees Stip in Ouwehands Dierenpark; fotograaf onbekend
 
Gister was de honderdste geboortedag van Drs. P en vandaag, zes jaar vóór hem, dd. 25 augustus 1913, zag Cornelis Jan Stip het levenslicht. ‘De Opperlandicus die de rijke fauna in deze wereld rechtvaardigt’, zo karakteriseerde Battus hem. De Trijntje Fops van Kees Stip zijn overbekend. Een paar weken geleden lieten de dichters van Het vrije vers zich met verve door deze versvorm inspireren en vierden we hier de alternatieve Tekenweek: een week lang dagelijks een nieuwe fop over een teek op de voorpagina. Maar hoe kwam Kees Stip eigenlijk tot het schrijven van deze dierenverzen? 
 
De dichter onthulde dit toen Yvonne Kroonenburg hem in 1982 interviewde voor de Haagse Post. Het artikel verscheen op 13 maart in die krant. ‘En eh, hoe was het ook alweer, o ja, ik had vrienden en die hadden twee zoontjes en daar heb ik toen een paar versjes voor gemaakt. Deze weet ik nog:
 
De vogelstruis, gelijk bekend
is in het lopen zeer behend-
ig en zijn vogelstruisenei
gewoonlijk in het zand legt hij.’
 
Met deze primitief aandoende fop is het, in het begin van de jaren vijftig, begonnen. Beroemd werd zijn meesterlijke ‘Op een bok’:
 
In Siddeburen was een bok,
die machtsverhief en worteltrok.
Die bok heeft onlangs onverschrokken
de wortel uit zichzelf getrokken,
waarna hij zonder ongerief
zich weer in het kwadraat verhief.
Maar ’t feit waardoor hij voort zal leven 
is, dat hij achteraf nog even
de massa die hem huldigde 
met vijf vermenigvuldigde. 
 
In de verzamelbundel  ‘Het Grote Beestenfeest. De beste Trijntje Fops aller tijden’ (Uitgeverij Bert Bakker, 1988)  staan maar liefst meer dan 600 fops. Hoe maakte hij die? 
 
Heel vroeg opstaan, om vier uur, verklapte Stip in het interview, en dan ‘net zo lang klungelen tot zo’n beest eruit springt. Dat moet voor zeven uur en tot nu toe is het altijd gelukt’. Van 1952 tot 1964 schreef hij twee keer per week onder pseudoniem van Trijntje Fop  zo’n vers voor de Volkskrant. Dit stuurde hij indertijd gewoon per briefkaart op. Slechts twee keer werd zijn fop niet gepubliceerd. De fop die Stip in 1954 aan het roomse mandement 'De katholiek in het openbare leven' wijdde, wilde de Volkskrant niet opnemen. Bij de tweede keer was het briefkaarttarief net verhoogd van 6 naar 7 cent, wat Stip was ontgaan. De redactie weigerde dat vers te plaatsen. ‘Trijntje Fop heeft deze keer verstek laten gaan’, berichtte de krant toen…  
 
Helaas heb ik Kees Stip nooit ontmoet. Wel kwam ik Patty (Klein-)Scholten, de Grande Dame van light verse en een zeer aimabel mens, met een zekere regelmaat tegen. Zij kende Stip heel goed; ze deelden de liefde voor de dieren en schreven beiden light verses voor ‘De Tweede Ronde’, een Nederlands literair tijdschrift met een vaste rubriek voor dit genre. Zo’n vijf jaar geleden verhuisde Patty Scholten naar een kleiner appartement en schonk me toen haar integrale verzameling  van dit kwartaaltijdschrift. Uiteraard pronkt die schat in een van mijn boekenkasten! 
 
In een van die afleveringen trof ik tot mijn verbazing een ansicht aan, geadresseerd aan Kees Stip. Het aardige van die kaart is dat er dierfiguren in een fantasievolle omgeving op prijken, passend bij Stips oeuvre. De kaart ontving hij, zo valt van het adres af te leiden, in het laatste gedeelte van zijn leven toen hij in een tot woonhuis verbouwde boerderij in Sellingen woonde:
 
kaartstiptweezijdig
 
Wie weet heeft Kees Stip ooit een aantal afleveringen van De Tweede Ronde aan Patty geschonken. Of haar uitsluitend de kaart gegeven. 
 
Nog in het jaar van Stips overlijden in 2001, wijdde De Tweede Ronde als hommage een aflevering aan hem. Bekende dichters als Jan Boerstoel, Frits Criens, Drs. P, Ivo de Wijs, Driek van Wissen en natuurlijk Patty Scholten schreven verzen voor de overledene, die in het herfstnummer verschenen. Ook Frank van Pamelen droeg daaraan bij. Zijn fop  ‘Op een kip’ heeft een klinkende moraal: 
 
Het poëziepeil van Kees Stip
Dat haalt voorlopig nog geen kip. 
 
Dat dit een aansporing mag vormen voor de huidige generatie light versedichters! 
 
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De held van Labbertong V

De held van Labbertong V

Remko Koplamp

Oranje was een echte kampioenenploeg
Op doel stond uiteraard de lange Geert van Gaelen
En achterin de reeds op jonge leeftijd kale
Bert Bierenbroodspot naast de slimme Karel Kloeg

In de defensie stonden tevens Kees van Kan
Johannes Jongeneel en Peter Paul Poepon
Centraal stond Alfons Achterberg naast het kanon
Gert-Jan van Gobbel en de kleine Pinkelman

De aanval werd gevormd door het vermaarde koppel
Martinus Markenburg en Otto van den Opkamp
En in een vrije rol voorlopig Remko Koplamp
(Als coach van het geheel fungeerde Rinus Knoppel)

Maar wat een pech, juist voor een wedstrijd om een plak
Werd “Rem” geplaagd door een poliepenongemak


Bundels