hijbegon
 
RIEM 
(Carpe riem...)
 
Ondanks mijn "lucto" en gestaag geploeter
blijft het "emergo" toch een vaag gevoel
van onmacht en haast nooit wat ik bedoel.
Mijn sterkste taal: als ik mezelf uitfoeter. 
 
Je ziet: mijn zelfwaardering is een crime,
maar dank toch voor jouw hart onder mijn riem.
 
Hans Mooi/27-09-04
 
 
TEVREDEN
(De ontdekking van gezemel)
 
Wanneer een dichter over ieder vers
tevreden is en zeer zelfingenomen, 
er niets is dat zijn ego in kan tomen
en hij van recensenten bij de pers
 
slechts horen wil: "Chapeau, subliem, hoogfijn",
dan kan dat enkel Harry Mulisch zijn.
 
Aaike Jordans/27-09-04
 
 
In 2009, het jaar dat Het vrije vers werd opgericht, kwam bij Liverse de bundel 'Híj begon...' uit, een intensieve dichterlijke e-mailwisseling tussen Aaike Jordans en Hans Mooi. Onder elk snelsonnet staat de datum waarop het werd geschreven. De subtitel van het vers was het onderwerp van de mail. De kostelijke bundel bevat maar liefst 210 pagina's snelsonnetplezier en is helaas alleen nog sporadisch tweedehands te verkrijgen.
Met dank aan Aaike en Hans voor de toestemming om hun verzen hier te mogen plaatsen. 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Cursus Japanse filosofie. Les 3

 

Dōgen (1200-1253)

 

 

Koan

 

'Een spiegel spiegelt alles wat hij ziet

Je raadt al waar de koan over gaat:

Een spiegel, spiegelt die zich in een spiegel?'

 

Kom op; je zoekt toch de verlichte staat?

Een antwoord graag; hou op met dat gepriegel

Dit is zazen, dus zit eens netjes stil

 

Het duurt wel lang - ik word een beetje kriegel

'Misschien?' Dat is niet wat ik horen wil

Ik merk het al, je weet het antwoord niet

 

Reik mij mijn stok, dan krijg je je pak slaag

Dan is het wel weer welletjes vandaag'

 

 

Dögen was de stichter van de Soto-zen, die geen plotselinge verlichting zocht, maar het geleidelijke pad via zazen (meditatieve zithoudingen) en koans (onoplosbare vragen om te leren dieper inzicht te krijgen: soms krijgt de leerling bij elk antwoord een afranseling, zelfs met stokken.

Beroemd is de koan 'Wat is het geluid van één klappende hand?

Een monnik vroeg aan Tung-Shan: 'Wat is de Boeddha?' waarop die antwoordde: 'Drie pond hennep.' Kijk; die jongen begreep het).

De koan ondergraaft de gewone manier van kijken en maakt zo de weg vrij voor het werkelijke bewustzijn volgens Rinzai-zen; maar volgens Dōgen wordt de werkelijkheid van wat dan ook bevestigd noch ontkend: het boeddhabewustzijn is niet het echte dat een andere als vals ontmaskert, maar het besef dat beide voorbijgaand zijn.

Dōgen combineerde innerlijke waakzaamheid met een constante aandacht voor wereldse zaken: hij verkondigde niet de leegte, maar de volheid.

Een leek kan de noodzaak van de meditatie niet ontkennen, een monnik kan de wereld niet ontkennen.