Ich weiß ja schon; ich bin zu weit gegangen
Es tut mir leid
Die Sehnsucht war zu stark und das Verlangen
Es tut mir leid
Jetzt seufze ich im dunklen Knast
Ach! Hätt' ich besser aufgepaßt!
Ich bin allein mit meinen Bangen
Es tut mir leid 

Man hat mich in der Tat erfaßt
Das tut mir leid

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Het kokootje

 
Zwervend langs verborgen wegen
Bij het melkwit licht der maan,
Kwam ik het kokootje tegen
Met zijn wollen wiebuis aan.
 
Het geklapper van zijn oren
Hield de weerwolf uit zijn slaap,
Maar ik vroeg hem onvervroren:
Is je vader nog een aap?
 
En je moeder nog een grote
Grijsgebokte babiaan,
En dool jij door zeven sloten
Met je wollen wiebuis aan?
 
Het kokootje boog gelaten
Zijn met mos begroeide hoofd;
Wie zich op de wind verlaten
Worden door een kool gestoofd,
 
Sprak hij droef, een traan wegpinkend
Uit zijn ooghoek, rood en nat;
Dan verdween hij, zachtjes hinkend,
Langs een kersvers hazenpad.
 
 
Ter nagedachtenis aan Cees Buddingh' 07-08-1918 - 24—11-1985
Uit: Gorgelrijmen, uitg, A.W. Bruna 1953