Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Mama Tandoori

Tandoori tracht het ondier mild te stemmen
(De Deegroller; een a-typische kip,
maar nooit gezien in versjes van Kees Stip)
Het valt niet mee een Deegroller te temmen

Maar mama (weet het handig vast te klemmen)
Wijst dreigend naar de sauzen voor de dip
Ze maakt een rondedansje hop hop hip
De Deegroller gedrukt tegen haar memmen

Maar hij is glad en valt dan op haar voet
De keukenvloer staat weldra vol met bloed
Mama Tandoori zegt: "'t Gaat lelijk mis,

Maar alles wat je krijgt dat is grat*is"*
( U ziet dat mama's klemtoon anders is)
En roept dus vrolijk uit: "grat*is* is goed

Boek Bassselo

 

Het Tandoorikoor

Het koor kan bogen op de mooiste stemmen
De dirigent vaak aangeduid met 'Kip'
Staat op zijn vaste plek, zeg maar 'De Stip'
Zijn taak is om het vrouwenkoor te temmen

De partituur ligt op zijn plaats in klemmen
Een bijgewerkte versie na een dip
Hij kijkt de dames aan en denkt 'Verhip,
Die nieuwe heeft verdomde grote memmen

Hij pakt zijn stok en schuifelt met zijn voet
En door zijn aders kolkt en jaagt zijn bloed
Hij denkt die memmen zijn niet van de straat ,miss

Maar kom, weer aan het werk, ik ben niet gratis
Ik schreef een koorwerk dat niet obligaat is
"De Deegroller", de titel doet het goed

Bas Boekelo

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Thee (bout rimé)

carlspitzweg
Carl Spitzweg: The poor poet (1839) 
 
Het is het seizoen van de pijnlijke kelen
Aan hoest en aan hoofdpijn heb ik geen gebrek!
Mijn kop staat op barsten dat kan ik niet velen
Mijn neus is gezwollen en doorlopend lek
 
De kans op een spoedig herstel lijkt maar klein.
Wat ik dus mijn baas node mee heb te delen
Is dat ik vandaag niet aanwezig zal zijn.
het is een vacant tussen alle burelen
 
Ik blijf in m’n bed dat bevalt me zeer goed,
Al lig ik dan wel naar een borrel te snakken
Maar wat ik nog liever heb is een glas wijn.
 
Men schenkt mij een glas maar daarin zit azijn
Ik word hier verzorgd door een groep maniakken.
Wat lijdt een ziek mens door dat addergebroed.
 
 
Thee ( het origineel )
 
O, drabbig plantensap in zwakke kelen,
hoe smerig is uw dampende gebrek!
Gij zijt het ranzig lijkvocht dat bij velen
het lijf verzwakt eer 't weer naar buiten lekt
 
als lauwe pis. 't Verschil is meestal klein.
En ik drink liever 't sap uit mijne delen
dan dat ik u mijn lavende laat zijn.
Gij heksendrank! Verderver van burelen!
 
Alleen voor dorre zieken zijt gij goed,
die hijgend naar hun koude doodskleed snakken
en u drinken als ooit Socrates zijn wijn.
 
Voor mij blijft gij de duivelse azijn
die ge altijd was. Het bocht van maniakken.
De moedermelk voor veil addergebroed.
 
© Balthasar van Stavelnaere