Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

boerstoel
Tekening: Wikimedia Commons
 
3 november 1984
 
Vanavond ben ik veertig jaar in leven
en ik heb van het leven nòg geen weet.
Van alle honger die mijn moeder leed
is door de jaren slechts de dorst gebleven.
 
En alle rijmpjes die ik heb geschreven
zijn aan de adressanten niet besteed.
Zo wordt me alles wat me toch al speet
vanavond weer eens extra ingewreven.
 
Oh, naamdag van Hubertus, die een jager
en heilig was. Nou, ik ben geen van beide.
Ik doe alleen mijn best om door te lijden
en zelfs die resultaten blijven mager.
Een schaap dat blijft verdwalen op de heide
tot het verschijnen van de Grote Slager. 
 
Met toestemming van Jan Boerstoel (dank!) overgenomen uit Aarts’ Letterkundige Almanak voor het George Orwell Jaar 1984 
 
Jan Boerstoel, de bekende Nederlandse dichter en schrijver van onder andere liedteksten, vooral voor cabaret, schreef dit sonnet vijfendertig jaar geleden. Vandaag is hij vijfenzeventig jaar geworden! Het vrije vers feliciteert hem van harte met deze mijlpaal en wenst hem een bruisende en sprankelende dag toe! En voor de toekomst een champagne-waterval van nieuwe liedjes!
Het wordt zelfs een  feestelijke maand want op 12 november verschijnt Tussentijd, een verzamelbundel van zijn liedteksten uit de afgelopen vijftig jaar. Een absolute must have.
De bundel is nu reeds te RESERVEREN bij zijn uitgever Prometheus.
Jan Boerstoel: Tussentijd, 144 blz. € 19,99;  ISBN 9789044642629

EN... LUISTER vooral vandaag naar Andermans Veren! Fantastisch. Drs. P leidt Jan Boerstoel op onovertrefbare wijze in en Kick van der Veer laat liedjes van de jarige horen. Een absolute aanrader! Kick heeft ook een verrassing voor Boerstoel...
Achteraf te beluisteren via deze link .
 
champinge2
 
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Nog eentje dan

Nog eentje dan en dan wordt het tijd dat die bundel eens verschijnt:



Levend Nederlands
 
Ik roep: 'Gemeen!' en: 'Werkelijk infaam!'
Très en colère hier aan myn table d'hote
Wat de couranten nu weer dorsten schryven!
 
Halfhartigheid! Van elk vaillance ontbloot!
't Zyn minne kerels, laffe lauwe wyven!
O, als ik maar niet zulke armoe leed!
 
Ik ben genoopt om wéér miskend te blyven
Terwyl ik altyd sans réserve streed
Nu, cas d'urgence, sluips onder valse naam
 
Incidemment neem ik au sérieux
De uitspraak: 'Le journal est un monsieur'

Eduard Douwes Dekker ('Ik leg mij toe op het schrijven van levend Nederlands' Multatuli)) nam in 1866, als altijd om geld verlegen, het baantje aan van Rijnlands correspondent van de Opregte Haarlemsche Courant.
Natuurlijk kon hij zijn mening niet voor zich houden en omdat dat niet mocht verzon hij een krant, de Mainzer Beobachter, waar hij tot 1869, toen zijn diensten niet meer verlangd werden, naar hartelust en breedvoerig uit citeerde en die het altijd totaal oneens was met alle kranten waar hij uit geacht werd te berichten:”(…) De Mainzer Beobachter behandelt dezen brief in eenige spottende regelen, waarin dat blad de Parijsche jongelieden berispt over hunne waanwijsheid, en besluit zijne opmerkingen met deze woorden: 'op uwe vraag, of het niet de pligt der studerende jeugd is, deze of andere waarheden te verkondigen, antwoorden wij eenvoudig: Neen, jongelieden, dat is uw pligt niet! Uw pligt is ijverig te studeren, opdat ge, na ernstige inspanning, en na in de maatschappij te hebben getoond, dat ge het regt veroverdet om als mannen medetespreken, in staat moogt zijn 'iets te verkondigen.' Voorlopig wijzen wij u terug naar uw collegiebanken…”
(Reactie op een vredesoproep van Franse studenten die in een open brief betoogden tegen een dreigende oorlog: 'De volken zijn groot, niet naar mate van de omvang hunner grenzen, maar door hun constitutiën. Frankrijk en Duitschland behooren aantedringen, niet op ruimere grenzen, maar op meer vrijheid.').