hands
Pexels
 
Het spijt me, veel te lang heb ik gezwegen
Ik stik haast in dit zelfvoldane land
Een rode loper lonkt, een gouden regen
De hemel strooit zijn sterren aan de kant
 
Ik ben de bom, dit jaar ga ik het maken
Met wat men noemt mijn weergaloos talent
Het blijkt dat ik eenieder weet te raken
Als zonlicht in het kille firmament
 
Maar hoor ik nu geklets over kapsones?
Ik bén een wereldmeester op de fluit
Speel virtuoos op allerlei trombones
Ik moet hier weg, ik hou het niet meer uit
 
Een uitbraak uit dit hokkie is een makkie
Ik ben dan ook geen Tokkie maar een Taghi
 
 
Samenwerksonnet: Bart Adjudant, Frits Criens, Ben Hoogland, Hendrikje de Koning, monnhauser, Frans Woortmeijer
Twee regels komen uit de sonnettenkrans "De hemel strooit zijn sterren aan de kant", een ode aan het Zeeuwse landschap, door Bas Jongenelen & Anne-Marie Maartens:
- De hemel strooit zijn sterren aan de kant: meestersonnet, regel 4
- Ik moet hier weg, ik hou het niet meer uit: sonnet 7, regel 12
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Kloostervertelling

kloostervertelling
Pixabay
 
Sien, een koornon – op het rooster van verlangen warm gemaakt –
Zingt verrukt: Is pater Joost er, die hier over COVID waakt?
Tweemaal kreeg ze zijn injectie, tweemaal lachte hij haar aan
Tweemaal voelde ze affectie, tweemaal liet ze zich haast gaan
 
Dat was zalig, maar ook zondig, want haar kuisheid werd beproefd
Moet ze Joost dan kort en bondig, zeggen dat het zó niet hoeft?
Nee, want nu ze alle nachten, droomt hoe hij haar lief verwent
Kan ze geen minuut meer wachten, tot ze weer wordt ingeënt
 
Eén beeld blijft haar steeds verlokken, telkens weer iets aangedikt:
Als het koor weer is vertrokken – door de pater reeds geprikt –
Krijgt de ster van alle koorvips – zij – van Joost een boosterspuit
In haar maagdelijke voorbibs, met zijn snelle kloosterfluit
 
Vraagt u mij vol mededogen, hoe het afliep met de non?
Had ik dat maar overwogen, voor ik aan dit vers begon!