familie
Pixabay
 
Zwak uitgedrukt: opmerkelijke soort.
Voortdurend met hun eigen zaken bezig,
van vroeg tot laat nadrukkelijk aanwezig,
ze voeren graag het allerhoogste woord.
 
Oom Bart is uitgesproken dominant
en tante Bregje uitgesproken vinnig,
nicht Machteld uitgesproken eigenzinnig,
neef Maarten uitgesproken arrogant.
 
Maar af en toe bij een begrafenis
blijkt dat er weer een uitgesproken is.
 
Waspik
Wikimedia.Commons
 
O weemoed waaraan Waspik lijdt,
Westhem, Westhoek en Waterscheid,
Weemoed van Woensel, Windeweer,
Van Wilsum, Wouw en Westermeer,
Van Wapenveld en Wemeldinge,
Van Wedde, Weel en Wageningen,
O weemoed om de waterschuwen,
Om jongens die geen meisjes huwen,
Om ’t hoofd waarop geen haar gekamd wordt,
De woning waar geen wig gewamd wordt.
O weemoed om het weerbericht
Om alles wat, niet waterdicht,
Door weer en wind wordt overvallen,
Om feesten die in ’t water vallen,
O weemoed om de weduwen,
Om duwers die niet meeduwen,
Om herders die hun vee schuwen,
Om wallen die geen vijand weren,
En dijken die geen water keren.
En weemoed om het worstenvel,
Om wat er niet en wat er wel
In worstenvellen wordt gedaan.
O weemoed om het werwaarts gaan.
En weemoed om de wederhelft
Die zich verdrinken wou in Delft.
O weemoed om de watertoevoer,
Om Willemsvaart en Willemsorde,
Om wezens die niet wijzer worden,
Om witte- en om tarwebrood,
Om heel de wijde wereldkloot.
O weemoed om het wederzien,
Om wachten en niet langer wachten
Op wat door andren werd ontvreemd
En wat zij nimmer wederbrachten.
O weemoed, weemoed boven al
Om wat er van ons worden zal,
Om al wat was en wat zal wezen
En waarvan niets ons zal genezen.
 
Ter nagedachtenis aan Daan Zonderland (Daan van der Vat)
15-08-1909 – 05-08-1977
Uit: Er zwom een garnaal door het Kattegat – Uitg. Bert Bakker 2007
 
Adam
Pxhere.com
 
De zesde dag zal God een mens creëren
Uit klei, naar Zijn gelijkenis boetseren
Maar Adam blijkt welhaast een aap gelijk
 
Uit puur chagrijn heeft Jahweh heel de nacht
Verwoed aan mens.2 gewerkt, en kijk
Er rijst een hemels wezen uit het slijk
 
Als Schepper heeft Hij Zijn genie bewezen
Met Eva, die bevallig naar Hem lacht
Uitdagend in haar nooit geziene pracht
 
Ze heeft een fijn gelaat, haar huid is glad
Wordt daar door Adam gretig om geprezen
Wiens roede opgewonden is gerezen
 
Uit nijd dat hij iets heeft wat zij graag had
Bedekt ze beider kruis met vijgenblad
 
BD.jpg
Foto: Bert Deben
 
Zandkasteel
Pixabay
 
Ze zeggen: mannen huilen niet,
want huilen hoort niet bij een man.
Maar heeft hij zorgen of verdriet,
wat moet zo’n arme kerel dan?
Ze zeggen: mannen worden boos,
een man, hij vloekt of slaat erop.
Toch weende eertijds Willem Kloos
als bloesems braken in de knop.
 
Want zeden zijn vergankelijk,
voor nieuw geluid ontvankelijk
en van de tijd afhankelijk.
Ze houden zo lang stand
als de kastelen op het strand,
als vestingen van zand.
 
Men zegt: een vrouw hoort in haar huis,
het aanrecht is haar werkterrein,
dan blijft ze liefelijk en kuis,
wat vrouwen van nature zijn.
Zo deed een vrouw in vroeger tijd
als ze bejaard was, rijk of ziek.
De anderen deden landarbeid
of moesten werken in ’t fabriek.
 
Want zeden zijn vergankelijk,
voor nieuw geluid ontvankelijk
en van de tijd afhankelijk.
Ze houden zo lang stand
als de kastelen op het strand,
als vestingen van zand.
 
Men zegt: een man maakt zich niet op,
da’s onzin voor een echte vent.
Hij doet het met zijn eigen kop,
niet met make-up of permanent.
Maar wij beleven heus nog wel
een terugtocht naar de pruikentijd:
de popmuziek en ’t voetbalspel
hebben daartoe de weg bereid.
 
Want zeden zijn vergankelijk,
voor nieuw geluid ontvankelijk
en van de tijd afhankelijk .
Ze houden zo lang stand
als de kastelen op het strand,
als vestingen van zand. 
 
Ter nagedachtenis aan Willem Wilmink 25-10-1936 – 02-08-2003
Uit: Verzamelde liedjes en gedichten Uitg. Bert Bakker 2006
 
Max
Wikimedia.Commons
 
Op een circuit of in een rally
Heeft hij de pest aan luie remmers
Maar thuis bij zijn geliefde Kelly
Heeft hij de pest aan luieremmers
 
BD7E62E5 BECB 4B22 8C07 78AC4480FD15

Al jaren ligt hier achter op de deel
Oud isolatiespul, in weer en wind
Niet dat ik dat een prettig uitzicht vind
Maar afvoeren van asbest kost zo veel
 
Nu kreeg ik net een lumineus idee
Ik dump het op de snelweg, weg ermee

leeuw2
WikiMediaCommons
 
Zojuist heb ik een clubje opgericht
Partij van Nette Mensen gaat het heten
Ons landje is vergeven van secreten
En daarom doe ik snel mijn burgerplicht
 
Als staat verliezen wij nog ons gezicht
De rellen en de branden en de veten
Ons volkje raakt zo meer en meer gespleten
Vandaar dat ik dit ploegje heb gesticht
 
Punt 1 van ons programma? Wel, dat wordt:
De hufters slaan we helemaal aan gort
 
vakantiemetnaam
 
tijgermug
pxhere
Het heidehaantje is gesignaleerd
De python bijt u zomaar in de kuiten
De poema duikt weer op, dus deuren sluiten
De tijgermug is ook gearriveerd
 
Het land geheel tot griezelen bereid
Genieten is het in komkommertijd
 
camel2
pxhere.com
 
Een wijze, ongeschreven dierenwet:
of je nu leeft in bos, duin, veld of riet,
het is als met een valstrik of een net
waaruit men zich op eigen kracht niet redt,
bezint eer gij begint met nederwiet!
 
lipinsky
Hypolit Lipinski (1884)
 
Mijn lieve freule, ik moet nu vliên.
Mij roepen luid der wereld paân.
’k Ben één dier rusteloze liên,
Een lid van ’t gilde der nomaân.
 
Ach zwerver, zal ’k U ooit nog zieden?
Als Ge alle wegen hebt begaden,
Keert Gij dan t’rug naar mij misschieden?
Ik wacht hier langs deez’ lindeladen.
 
tripel2
Pexels
 
Een lief voor een week na een date
We voelden ons pijlsnel verbonden
Een tijd die ik niet snel vergeet
Ik heb nog de mails die we zonden
 
Een date met een lief voor een week
In Domburg waar wij elkaar vonden
En waar ik tenslotte bezweek
Bezijden het strand waar wij zonden
 
Een week na een date met een lief
We hadden elkaar haast verslonden
Maar nu zit ik thuis met een syf
Vol spijt overdenk ik mijn zonden
 
Frank Masmeijer
Wikimedia ; Creative Commons
 
Het koninklijk besluit verrast de natie:
hij was bij het publiek juist uít de gratie.
 
laatsteronde
Pixabay.com
 
Ze hebben hem maar voor de helft begraven,
de helft waarvan ik het bestaan niet wist
maar die na alle toespraken beslist
terecht kwam in het dodenrijk der braven
 
Dankzij de aan hem toegekende gaven
is er door dragers geen gewicht gemist,
men smokkelde meer goedheid in zijn kist
dan kilo’s coke in een containerhaven
 
De tweede helft kom ik nog altijd tegen
toevallig, in ’t voorbijgaan, in de kroeg
als held van veel herinnerde verhalen
 
Maar ook als man die uren had gezwegen
en aan het einde van de avond vroeg
of ik zijn laatste rondje wou betalen
 
gratie
Pixabay.com
 
Dag beste majesteit ik heb een vraagje
Ik zit hier levenslang met buurman Taghi
Die wil wel weer naar buiten Koning, mag ie?
Dus doe ons ook maar gratie... of een zaagje
 
U ken dat van Oranje en die Poort?
Dan hoeven we geen chopper of een wapen
En Ridouan zal niemand laten slapen
U heeft als soeverijn het laatste woord
 
En krijg u mot met iemand, nou ik kill 'em
We horen gau van u, de groeten,
 
Willem
 
Tram
Wikimedia.Commons
 
Daar komt hij zwaar van ouderdom
Statig en traag het hoekje om
Van dromen en herinneringen
Hij belt, hij ziet me heus wel staan
Z’n open wagen achteraan
De zomertram van Scheveningen
 
En kijk, ik ben weer onverwacht
Een jongen van een jaar of acht
En voel me rijk en hou van hem
Die feestelijke gele tram
 
Daar rijdt hij haastig voor z’n doen
De stad uit onder wuivend groen
Ik stel mij ongeduldig voor
Dat ik ver weg de zee al hoor
Als we de Parkstraat in gaan draaien
Maar bij de Frankenslag begint
Er toch pas echt een koele wind
Over de hoofden heen te waaien
 
Nu krijgt de wagen vleugels en
Ik weet dat ik er bijna ben
Omdat de motor hoog gaat zingen
En dan draait hij het Zeeplein op
Met al z’n vlaggetjes in top
De zomertram van Scheveningen
 
M’n vader heeft een wandelstok
M’n moeder draagt een witte rok
En ‘t ezeltje waarop ik rijd
Is aardig en neemt alle tijd
 
Tussen de planken van de Pier
Zit er bij elke stap een kier
Waardoor je of je wilt of niet
Beneden je de golven ziet
Die groen en woest elkaar begraven
Een man met baard knipt m’n portret
Een zwart en krullend silhouet
Een schuit gaat fluitend naar de haven
 
Het strand maakt vrolijk, licht en blij
De dag gaat veel te vlug voorbij
In flitsen en in schitteringen
En al die tijd in ’t hemels blauw
Wacht boven in de verte trouw
De zomertram van Scheveningen
 
Ik zit weer op wat glimmend hout
De richelvloer ligt vol met goud
Van 't laatste afgeschudde zout
En ik hou m’n schelp in m’n hand
 
Daar rijdt de tram weer naar de stad
Maar nu of hij geen haast meer had
De avond komt, maar 't is nog warm
Mijn vader drukt m’n moeders arm
En ik denk zo zou het moeten blijven
Zo met die zeewind in ons haar
Zo zondags en zo bij elkaar
Geluk door niemand te verdrijven
 
Op een balkon niet ver vandaan
Moet nog een schepje van me staan,
Zo gaat het over, al die dingen
Een vader met een wandelstok
Een moeder met een witte rok
De zomertram van Scheveningen
 
Ter nagedachtenis aan Michel van der Plas 23-10 1927 - 21-07-2013
Uit: Moeder, ik wil bij de revue – Nijgh en Van Ditmar 2006
 
smarties
Pixabay
 
Mijn dochter maakt van snoep een Smartiesaap
En schikt de kleurenpinda’s tot twee M’s
Ik pel een eitje, waan me haast Satraap
Maar als ze schreeuwt bloos ik gelijk een raap
‘Die heb ik nodig voor de paaseitrams!’
 
bergetappe
Pixabay
 
Een klimrit in de Tour: voor mij een kwelling
Procentje tien of twintig soms omhoog
Passeer je van de eerste top de boog
Dan komen er nog drie, zo zegt de telling
 
De zomerzon geeft een en al vervelling
Het zweet freest diepe groeven in mijn oog
Mijn bilnaad houdt het ook al niet meer droog
Mijn zitvlak is nog slechts een grote zwelling
 
De kijkers krijgen lijden op bestelling
En smullen van mijn jammerlijk gepoog
Ik wou dat ik wat minder kilo's woog
Wat mij betreft gaat klimwerk op de helling
 
Al puffend zie ik nieuwe utopieën
Ja, volgend jaar gaat deze jongen skiën
 
vierdaagsepxhere.com2
Pxhere.com
 
Aanstaande woensdag start de Drie-/Vierdaagse,
een dag waarop ik in de schaduw zit,
op zomerdagen raak ik snel verhit.
Die massa zielenpoten, ik beklaag ze.
 
Onvoorbereid op pad gaan is bezopen,
ik raad hen aan om dinsdag warm te lopen.
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Op een teek

teek4
 
Kieskeurig sprak een teek uit Groet
zijn voorkeur uit voor biefstukbloed.
‘Nee,’ sprak zijn nicht uit Zwammerdam,
‘ik zuig het liefst aan achterham.’
Hun hollebolle neef uit Leek
is echter meer een T-bones-teek.