Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Pornografische tearjerker in drie sonnetten 

III Afloop 

De Kroonprins groet het Vaandel. Zie hem staan,
Een frisgewassen militaire held
Met eretekens op de borst gespeld.
Oranjeliefde borrelt op, spontaan. 

Ik ben decennia niet vreemdgegaan,
maar nu mijn hartje van ontroering smelt
verwijder ik mijn kleding met geweld
en druk mij vast tegen het toestel aan. 

Ik roep de naam van Willem-Alexander.
Ik zucht en steun, ik zeg een kort gedicht:
‘O, houden van elkander, nooit een ander…’
 
Seconden later is de Daad verricht.
Daar zit de Prins-Gemaal. Een waterlander
Glijdt triest van zijn Madame Tussaud-gezicht. 

(uit: Zo klinkt dus weggesmeten geld, uitgeverij Mouria)

Een koop’ren koning met een houten kroon:
Hij wilde niet regeren maar besturen
al moest hij eerst een ballingschap verduren
voordat hij plaats kon nemen op de troon.

Een ingekeerd onaangenaam persoon
werd hij genoemd, grossier in vreemde kuren;
te vaak in onmin met zijn zuiderburen
en onderwerp van grove spot en hoon.

Hoe kan het toch dat wij die man vereren?
Als koning-koopman keerde hij het tij,
bracht nijverheid, techniek en industrie;

bleef tegendraads het land moderniseren.
De suffende regentenmaatschappij
ontwaakte en kreeg nieuwe energie.

Pornografische tearjerker in drie sonnetten 

II Goede raad

‘Ik zou niet kijken’, zei mijn psychiater –
Groot kenner van de menselijke ziel –
‘want u, als kroonprinsminnend homofiel,
Zit straks met een verschrikkelijke kater.’ 

Mijn psychiater is een vlotte prater,
Maar Alexander heeft zo’n sex-appeal
Dat ik dwangmatig voor de beeldbuis kniel.
Misschien zal mij dat nog berouwen, later.
 
Want liefde spoedt zich als een schaduw heen
Of blijkt een zinsbegoocheling, een dwaling.
Wij hebben voor een uur elkaar te leen,
En tranen zijn de bitt’re afbetaling

Van al wat onherroepelijk verdween –
Al kijk ik straks geheid naar de herhaling.


(uit: Zo klinkt dus weggesmeten geld, uitgeverij Mouria)
Morgen deel II
Pornografische tearjerker in drie sonnetten 

I Ochtend 

Hiep hiep hoera, het is weer Prinsjesdag!
Al beukt het hemelwater op de ruiten,
Ik waag mij in mijn kamerjas naar buiten
En hijs de oude rood-wit-blauwe vlag.

Ik boen mijn huis zo schoon als ik vermag
En blijf intussen het Wilhelmus fluiten.
Nog even. Deuren dicht, gordijnen sluiten,
En dan gaan zitten voor het NOS-verslag.

Op mijn enorme flatscreen-superbeeld
Verschijnt een klok die langzaam maar gestaag
De wachttijd in gelijke partjes deelt.

Een vlekkeloos gebruinde omroepblaag
Spreekt vriendelijke woorden, maar verveelt.
En dan is er verbinding met Den Haag!

(uit: Zo klinkt dus weggesmeten geld, uitgeverij Mouria)
Morgen deel II

 

al jaren trekken Wij van Willem Drees
op vorstelijke vleugels vloog de tijd
dan komt de dag, ook voor de majesteit
dat zij kan zeggen: basta ... klaar is Kees

mijn jongen, heb geen last van hoogtevrees
je pad heb ik met liefde geplaveid
na haast een halve eeuw geborgenheid
mag jij beginnen aan je eigen race

vertrek nu uit het dorpse Wassenaar
en laat de Spelen en het water glippen
het wordt nu tijd voor hogere begrippen
verhuis naar Huis ten Bosch, word Hagenaar

er wacht een zware taak, ziehier de schaar
om koninklijk de linten door te knippen

‘Waarom blijf je gewoon niet lekker hier?’
Sprak Willem V tot zijn vertoornde vrouw
‘Waarom zou je je nou zo op gaan winden?

Canaille, plebs, janhagel en het grauw
En kezenvolk; dus ons niet welgezinden
Zijn buiten in de polder op de been’

‘Nee; ik wil pér se naar mijn Haagse vrinden
En laat me niet weerhouden door ‘t gemeen!’
Ze stapte bitter in haar janplezier

Maar Willem V  was dit keer niet abuis:
Ze kwam maar tot Goejanverwellesluis  



Enkele tientallen jaren geleden kon iedere Nederlander dit verhaal vertellen: het behoorde bij de geschiedeniscanon. Er is nu een nieuwe generatie, die van dit verhaal totaal onkundig is, door gebrek aan onderwijs in ons onderwijs.
Wat jammer is, vanwege dat prachtige ‘Goejanverwellesluis’ (waardoor het bij ollekebollekeliefhebbers overigens wél voortleeft).
Je  deelt nu dus een Vaderlands Geschiedenisfeit met hele oude Nederlanders en kunt in elk woonzorgcentrum de blits maken.
Wat kezen zijn? Dat was de spotnaam die Oranjegezinden aan de Patriotten gaven.

(Uit De canon van Nederland, uitgeverij Liverse)

   
Op de Dam van Amsterdam
Staat een poppenkast
Weten jullie, jongens, meisjes,
Hoeveel daar ligt opgetast?

Naast een enkel aandeel slechts een
Jaaruitkering, vijf miljoen
Klein miljardje als reserve
En daar moet ze ’t maar mee doen

Op de Dam van Amsterdam
Staat een poppenkast
Weten jullie, jongens, meisjes,
Hoeveel daar niet wordt belast?

Niet het rendementsvermogen
Niet de auto of het loon
Niet een schenking of successie
Rijksbelasting? Niet de kroon

Op de Dam van Amsterdam
Staat een poppenkast
Weten jullie, jongens, meisjes:
Hoe is daar de zondelast?

Om een vage vliegtuigorder?
Om een huis in Mozambique?
Om een brievenbus op Guernsey?
Is dit soms een republiek?

Op de Dam van Amsterdam
Staat een poppenkast
Weten jullie, jongens, meisjes,
Wie er op de poppen past?
Hieronder het tweede deel van de voorpublicatie uit deel 3 van de Rijmkroniek des Vaderlands, "Van Wilem III tot Willem III" Na de successen van de Rijmkroniek des Vaderlands I en de Rijmkroniek des Vaderlands II (via de links voor 5 euro per stuk te koop), zijn Driek van Wissen en Jean Pierre Rawie druk bezig aan een derde deel. Het principe blijft hetzelfde: Willem-Alexander vertelt elke avond voor het slapen gaan een stukje uit de vaderlandse geschiedenis aan zijn dochter Amalia en waarschijnlijk luisteren ook  haar zusjes gezellig mee!


In veel van wat hij deed en zei
Herken ik vaak heel veel van mij,
Want heel veel deed hij net als ik.
Als blijk van zijn moderne blik
Noem ik zijn oog voor industrie
En nijverheid. En ook was ie
Avant la lettre reeds bekend
Met land- en watermanagement,
Iets waar ik ook van wakker lig.
Daarnaast bekommerde hij zich
Over het lot der minbedeelden,
Want bij wie zoals wij in weelde
En adellijke voorspoed baden
Dringt zich de drang tot goede daden
Vanzelf als vanzelfsprekend op:
Jan met pet was arm als Job
En liep in lompen en was ziek
En Willem vond het niet zo chic
Een volk van bedelaars te leiden;
Dus om de armoe te bestrijden
Deed hij veel aan weldadigheid.
Ook hierin was de vorst zijn tijd
Vooruit! Als vooruitstrevend mens
Verwierf hij gronden op de grens
Van Overijssel en van Drenthe:
Als God het wou, Deo volente,
Kon men daar kampementen bouwen
Waarin die armen met hun vrouwen
En hun armlastig nageslacht
Gratis bijeen werden gebracht
Om graaf- en grondwerk te verrichten
Zodat de fraaie stadsgezichten
Niet meer door hen werden ontsierd.
Door Willem gul gefinancierd
Van Nederlands belastingcenten
Kreeg men daar op de grens van Drenthe
Het uitzicht op een nieuwe start.
De vorst had een ruimhartig hart!
Maar wie te dom was en niet doorhad
Hoe goed hij het wel met hem voorhad
Werd met proportioneel geweld
Zijns ondanks op transport gesteld
Door ’s konings dappere gendarmen.
Zodoende hadden zelfs de armen
Het onder Koning Willem goed:
Gewassen en heropgevoed
Tot huiselijke, bonafide,
Godvruchtig angehauchte lieden,
Tot nuchtere geheelonthouders
En verantwoordelijke ouders,
Waren zij dankbaar voor hun lot,
Hun goede koning en hun God.
En zo schreed de beschaving voort
In Frederiks- en Willemsoord.  
Hieronder een voorpublicatie uit deel 3 van de Rijmkroniek des Vaderlands, "Van Wilem III tot Willem III" Na de successen van de Rijmkroniek des Vaderlands I en de Rijmkroniek des Vaderlands II (via de links voor 5 euro per stuk te koop), zijn Driek van Wissen en Jean Pierre Rawie druk bezig aan een derde deel. Het principe blijft hetzelfde: Willem-Alexander vertelt elke avond voor het slapen gaan een stukje uit de vaderlandse geschiedenis aan zijn dochter Amalia en waarschijnlijk luisteren ook  haar zusjes gezellig mee!


Willem de Eerste was de eerste
Die als verlichte heerser heerste
Over het Noorden en het Zuiden,
Wat hij uiteindelijk verbruide
Zodat hij ook de laatste was,
Maar dat vertel ik later pas
Als we bij 1830 zijn.

’s Lands eerste echte soeverein
Was vooruitstrevend en voortvarend
En had daarbij een opzienbarend
Talent voor rekenen en taal:
In Frans en Duits en non-verbaal
Kon hij zich ongedwongen uiten.
Hij kende Adam Smith van buiten
Wiens “Wealth of Nations” dag en nacht
Door hem ter sprake werd gebracht,
Wat niet in dank werd afgenomen
Door zijn gezin, maar economen
Waren verbijsterd en vol lof.
Waar het de koopmansgeest betrof
Was hij een Hollander pur sang:
De Duitse mark, de Franse franc,
De roebel en het Britse pond
En welke munt ook maar bestond
Op de destijds bekende aarde,
Daarvan wist hij de wisselwaarde
En hoe je ermee winst kon maken.
Zo deed de koning goede zaken
In Neêrlands Handel-Maatschappij
En bovendien verdiende hij
Niet misselijke kapitalen
Te Brussel bij de Generale,
Terwijl hij, met haast niets begonnen,
Ook flink wat garen heeft gesponnen
Bij waterweg- en wegenbouw.
Ja, deze voorvader van jou
Heeft veel diepgravend werk verricht
Van Groningen tot aan Maastricht,
Al heeft hij zich bij elk project
Slim rekenkundig ingedekt
Door, mocht de onderneming slagen,
Zijn welverdiende deel te vragen
En werd de hele zaak een flop,
Dan draaide daar de staat voor op.
 morgen nog een stukje 
De EO roept maar steeds dat bidden werkt
En komt dan juichend met geheelden aan
Maar dat bewijs is uitermate pover

Jomanda, hindoepriester en sjamaan
Die komen met hun heidense getover
Oók met een wonderbaarlijk resultaat

Als bidden werkt dan staat daar tegenover
Dat griep met heidendom óók overgaat
Het maakt geen bliksem uit of je vroom kerkt

Zo’n smeekgebed haalt dus geen donder uit
God luistert pas als je je gal eens spuit  




Tot het bezoek aan Indonesië van Juul en Benno (ook bekend als Victor Baarn) was de enige Oranje die wel eens overzee geweest was, graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen, die het van 1636 tot 1644 als gouverneur in onze kolonie Brazilië (vlak daarvoor, in 1630, op de Portugezen veroverd) ook nog eens uitstekend deed. Hij wordt daar nog met eerbied herdacht.‘Maurits de Braziliaan’ voerde bestuurlijke vernieuwingen in, breidde de suikerteelt uit en bracht de cultuur tot bloei, toegejuicht door Nederlandse ‘vrijlieden’, Portugese kolonisten en de oorspronkelijke indiaanse bevolking.
Toen hij vertrok liet hij een bloeiende en welvarende streek achter.
De Portugezen, aan wie dit alles ontstolen was, waren uitermate verbitterd en ene pater Antonio Vieira richtte zich in de kathedraal van Babia rechtstreeks tot God met de woorden: ‘Als het Uw wil was deze landen aan de Nederlandse piraten te geven, waarom deed u het niet toen ze nog wild en onontgonnen waren, in plaats van nu? (…)Maar aangezien u, o Heer, het zo gewild heeft, doe zoals U goeddunkt. Geef Brazilië aan de Nederlanders, geef hun alle bezittingen die we nog hebben en plaats de wereld in hun handen! En wat ons, Portugezen en Spanjaarden betreft, laat ons maar aan ons lot over, verstoot ons, vernietig ons, maak een eind aan ons. Maar ik kan niet nalaten U Majesteit, o Heer, te waarschuwen dat er een dag kan komen dat U deze zelfde mensen die U nu veracht en verwerpt nodig zult hebben, maar dan zullen ze er niet meer voor U zijn!’Datzelfde jaar brak een opstand uit tegen de Nederlanders en nog geen tien jaar later was de kolonie weer Portugees bezit.

(Uit: De Canon van Nederland, uitgeverij Liverse)

ze droomde ooit een briesend paard te zijn
met weelderige wapperende haren
bereden door de dapperste huzaren
zelfs zweep en sporen kregen haar niet klein

zij was een fiere furie vol venijn
die slechts met echte hengsten wilde paren
de zonen van de kudden der Tataren
haar hoofdstel was bedekt met hermelijn

ontwaakt is zij de koets weer ingestegen
bejubeld door de dwaze onderdanen
een rijtoer over star gebaande wegen

uitsluitend haar gedachten slaan op hol
gekortwiekt zijn de vorstelijke manen
de teugels horen bij het protocol

Hullie en zullie nu
Xenofobieverhaal
Kantelend tijdsbeeld:
De hoeder werd zwijn

Oliebelangen en
Islamiseringsangst
Dompelden gidsland in
Treurig chagrijn

Kijk op decennium:
Aanslagen, Euromunt
Pim, Bush, Osama
Saddam kreeg de strop

Vloedgolf in Azië
Mohammedanenvrees
Crisis, Obama -
Zo, dat zit erop

            

Het kan geen kwaad om soms terug te blikken
Voor wie heeft het verleden nou geen les?
Wat was vormt vaak een basis voor succes
Of reden om je in je lot te schikken

Wat zouden er nog massa’s mensen zwerven
Als niet de historiek hen richting gaf
Ze kunnen van de wieg tot aan het graf
Veel levenswijsheid en begrip verwerven

Toch blijkt de retrospectie vaak te falen
Men kijkt verkeerd: de raad blijft ongewis
Met als gevolgd dat de geschiedenis
Zichzelf tot in den treure blijft herhalen

Hoelang ook nog de tijd op aard’ zal vlieden
Dit uitgangspunt staat onverminderd één:
Behaalde resultaten zullen geen
Garanties voor de toekomst kunnen bieden
00
De eeuw begon zo goed. Millenniumbug
Bracht mijn gegevens dertig jaar terug
Liet data weer de seventies beleven
Gelukkig bleek die olifant een mug

01
De eerste bloei van Leefbaar Nederland
Gaf reuring op teevee en in de krant
Men had de pest aan paars en liet dit blijken
Met Pim en Fred en later Ratelband

02
Een laatste tientje hier, wat franken daar
Daar lag m’n oude geld op het trottoir
Er werden heel wat munten omgewisseld
Voor euro’s die ik simpelweg niet spaar

03
Wie Wilnis niet kan plaatsen is gezakt
De dorpsbewoners werden zwaar gepakt
Een oude veendijk was door grote droogte
Maar ook door kabelboeren zeer verzwakt

04
Shouf Shouf Habibi is de nieuwe trend
Toch lollig wel zo’n multicultiprent
Wie geen partij kiest kan slechts concluderen:
Een cynisch integratiedocument

05
De kilo’s vlogen gierend van mijn kont
Met eierkoekenkruimels langs mijn mond
Heb ik me waarlijk sufgesonjabakkerd
Tot mijn humeur weer op depressie stond

06
Ach Marcolief wat doe je idioot
Je hart maar ook je portmonnee is groot
Ik ben een kleine kleurenblinde jongen
In wit licht lijken schaduwen zelfs rood

07
Minister uit het kabinet gegooid
Een prachtidee: een wijk voor wie berooid
En arm als Job de onderkant bewoont
Misschien iets voor ’t failliete Land van Ooit

08
Een berg, een gletsjer, geiser en een fjord
Waar zelfs de stoerste mens verdrietig wordt
Mijn spaarbank die geen cent meer uitbetaalde
De financiële wereld ging aan gort

09
Het eerste tiental eindigt met een geeuw
Heel West-Europa onder meters sneeuw
Sinds jaren weer een echte witte kerst
Twee-graden-norm? We zien wel deze eeuw
Al was er duizend jaren op gewacht
met geestdrift die haast niet was in te tomen,
toen 't jaar tweeduizend eind’lijk was gekomen
bleek het een doodgewone nieuwjaarsnacht.
Het vuurwerk was misschien wat extra gul
toen bij de aanvang van de Jaren Nul.

Destijds voorzagen wij een grote ramp
die toe zou slaan op iedere computer.
Dit leidde tot een wereldwijd geploeter.
In grotten kwam een overlevingskamp.
Zijn wij misleid door mensen met een bul?
Computers werkten in de Jaren Nul!

Maar spoedig kwam een einde aan de rust.
Tweemaal verdween een vliegtuig in een toren.
De angst voor terrorisme was geboren.
Van één ding was een ieder zich bewust:
die dreiging is beslist geen flauwekul.
Het eerste slagveld noemt men nu "Grond Nul".

Gelukkig was daar toen professor Pim.
Helaas was daar de bloem der veganisten,
die zich ten doel gesteld had Pim te kisten.
Sindsdien verscheen geen Heiland aan de kim.
Of hecht u aan die man met blonde krul,
de meest verzwegen man der Jaren Nul?

We doen nog steeds te weinig voor 't milieu.
Laat ons de aardopwarming niet vergeten.
De ijsbeer heeft geen ijs en niets te eten
en ook voor and're dieren is het sneu.
De weg naar een akkoord is lang en mul;
het eindpunt ligt voorbij de Jaren Nul.

Tot slotte nog een serieuze zaak:
de crisis in de wereld van de banken.
Waar topbankiers en handelaars om janken,
leidt elders toch vooral tot leedvermaak.
Wanneer het beter wordt kan niemand zien,
maar ongetwijfeld in de Jaren Tien.

Een gumpergaaltje wordt geboren
Telkens wanneer men bijna niest
Onmiddellijk nadat men "ha!" zegt
En men de kracht voor "tsjie!" verliest

Wanneer er op die "ha!" een "tsjie!" volgt
Dan is het gumpergaaltje dood;
Daardoor is 't aantal vroeggestorven
Gumpergaaltjes taamlijk groot.

Maar volgt er op die "ha!" een "tsjoem!"
Dan weet het gumpergaaltje niet
Of het wel zin heeft, voort te leven
En sterft het toch - maar van verdriet.

De terugblik op de jaren Nul
Is enkel voor de onbenul

2001 dat ging voorbij
2002 dat ging voorbij
2003 dat ging voorbij
2004 dat ging voorbij
2005 dat ging voorbij
2006 dat ging voorbij
2007 ging voorbij
2008 dat ging voorbij
2009 ging voorbij

 
2010 is niet voorbij
En dat telt men er dus niet bij 

Mag ik er nu op rekenen
Dat u eerst eens  leert rekenen?

arm Utrecht, grauwe stad beneden middelmaat
waar een van God verlaten toren staat

een tergend, stervend centrum, bijna doodverklaard
de duivel  loopt er traag een vloekend rondje om de kerk
je blinde schepper kreeg zijn loon op stinkend Galgenwaard

je bent de zweer en bochel van de Heuvelrug
vervuild museum van het lijden van de mensen
vol trieste stumpers die hun tranendal verwensen
zo onbeholpen, moedeloos en stug

een roestig knelpunt voor  verdwaalde sleetse treinen
de reiziger blijft angstig, doch verstandig, steeds aan boord
hij wil beslist niet in jouw stadswoestijn verdwijnen
bevreesd voor enge ziektes en voor moord
die dreigen in de aardse hel van Catharijne


Lees meer over het domsonnet

Mij kwelt vandaag een knagend, kil verwijt:
Van oud op nieuw sprak ik nog heel verwaten
Wie stoppen wil, moet doen in plaats van praten!
Wat heb ik van die hoogmoed hevig spijt
Mijn zelfrespect ben ik volledig kwijt

Want diep moet ik mijn slap karakter haten
Nu ik met donzen tanden in je bijt
Terwijl mijn mond zich om je taille vlijt
En ik mijn lust de vrije loop kan laten
Jij hebt me in je macht, niets zal me baten

Van nieuwjaarsnacht tot nu zocht ik, Marie
Vergeefs je heerlijk lichaam te verzaken
Dat steeds naar wéér en méér blijft smaken:
Ik ben verslaafd aan jou, mijn lief biskwie

Uit: Meulenhoffs Dagkalender voor het jaar 2000

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Het leven is soms niet makkelijk



Zwoegen en piekeren
Ollekebollekes
Af en toe lukt het
Een enkele keer
 
En dan alleen door de
Perfectionistische
Strenge plezierdichter
Strak in de leer