1

Men vond een oude dennenstam in Pesse
Het brokstuk kwam te liggen bij een sloot
En niemand toonde verder interesse

2

Men vond een oude dennenstam in Pesse
Twee werklui in oranjegele hessen
Vertilden zich aan deze zware moot
Het brokstuk kwam te liggen bij een sloot
Een boer kocht het na vijven (veel) en zessen
Hij had er twintig gulden voor begroot
En niemand toonde verder interesse

3

Men vond een oude dennenstam in Pesse
Eerst dacht men nog: wat is die voerbak groot
Misschien is het een restje watergoot
Twee werklui in oranjegele hessen
Vertilden zich aan deze zware moot
Het brokstuk kwam te liggen bij een sloot
Een boer kocht het na vijven (veel) en zessen
Hij had er twintig gulden voor begroot
Het Drents Museum noemde het een boot
Bewerkt met vuistbijl en met hoornen messen
En niemand toonde verder interesse

 



Goddank straks komt het koude jaargetijde
de warme zon is al weer maanden heen
en ook het groen uit boom en struik verdween
het jaar bereidt zich voor op zijn verscheiden.

Een schrale wind striemt het gezicht gemeen
wat aanvoelt of er vorst voorbij komt schrijden
nog even en de schaatsen kunnen glijden
en is er ijsplezier voor menigeen.

Ik sta hier nu de winter wel te loven
maar heus ikzelf ben zeer voor kou beducht
voor sneeuw en hagel sla ik op de vlucht
en ijzel laat ik me heel graag ontroven.

Toch is er ’s winters iets daar gaat niets boven:
die fijne oergezonde spruitjeslucht!

 


het water van de vijver, glad als ijs
weerkaatst blijmoedig weelderige wanden
van hoogbejaarde dommelende panden
de vensters geven geen geheimen prijs

het zonlicht tart dit stadse paradijs
waar mist en luwte immer samenspanden
kastanjes langs de oevers knarsetanden
hun schaduwen gehuld in stemmig grijs

de vijver geeft aan stemmen geen gehoor
hij is een wijze zwijgende getuige
lijkt lichtelijk vermoeid, doch rimpelt niet

een spiedend oog, nog scherp, dat alles ziet
volharden zal hij, voor geen wanen buigen
hij houdt de politiek een spiegel voor

(Uit de bundel Voldaan, uitgeverij Liverse)



1

We zien het als een plicht u te plezieren,
zodra u op tomtom de route weet
kunt u hier ongestoord vakantievieren.

2

We zien het als een plicht u te plezieren,
in ’t bos verbergen wij de wilde dieren
en op de hei zijn schapen bij de vleet.
Zodra u op tomtom de route weet
begint per fiets de oefening der spieren
en als u de hotelnaam niet vergeet
kunt u hier ongestoord vakantievieren.

3

We zien het als een plicht u te plezieren,
geen volk dat u nog warmer welkom heet.
De vloerbedekking is hier kamerbreed,
in ’t bos verbergen wij de wilde dieren
en op de hei zijn schapen bij de vleet.
Zodra u op tomtom de route weet
begint per fiets de oefening der spieren
en als u de hotelnaam niet vergeet
en onderweg geen streekgerechten eet
die maag en ingewanden knap verstieren
kunt u hier ongestoord vakantievieren.

 

 



Jij had de pik op me
Ik had de pik op je
Wij hadden samen
De pik op elkaar

Sinds de adoptie van
Eberhardineke
Hebben we slechts
Onze pikken op haar



De droom legt platte knopen in mijn brein.
Een kleine en onschuldige gedachte
maakt hij tot startpunt van een onverwachte
en ellenlange associatielijn.

Verbanden die ik niet goed denkbaar achtte
zijn kabelkinken in mijn denkdomein.
Zolang die droom nog in mijn lijf zal zijn
ben ik tot tegenspreken niet bij machte.

De waak mag alle knopen gaan ontwarren,
gaan zoeken naar onlogische verbanden,
gedachten leggen in hun eigen la.

Dus mag ik met mezelf een uurtje sparren.
Mijn slapeloze hoofd heeft wat omhanden,
waarna ik – hoop ik – rustig slapen ga.



het pretpark is gevuld met zomersproeten
wel zeven keer gaan zij de achtbaan rond
de dag genieten zij met open mond
er rust een streng verbod op heilig moeten

hier danst de kinderziel op blote voeten
en sluit zij met het zonlicht een verbond
de lijfspreuk luidt er: lachen is gezond
de boeman treft het park niet op z’n route

de Tijd doodt dagen in het reuzenrad
en volgt het kinderspel met lede ogen
hij weet en vreest wat later komen gaat

ze zullen hem ontmoeten op hun pad
dan rest ze slechts het spel van onvermogen
in ’t spookhuis waar zijn klok de uren slaat

(Uit de bundel Voldaan, uitgeverij Liverse)



Negers met oorbellen!
Negers met kookpotten!
Negers die springen
Met speer en gekrijs!

Kan het verdomme nóg
Stereotypischer?
Ja hoor, dat kan wel
Ziehier het bewijs



lampenzwart sepia
bister kastanjebruin
wijngaardzwart Kasselse
aarde grafiet

koffiebruin mummiezwart
felchocoladebruin
omber fluweelzwart
ja zó wil ik Piet!



Het feest is op en de visite heen
Ik zit wat in mijn lege glas te turen
Van mij mag het de nacht zo verder duren
In alle stilte, helemaal alleen

Want in het tikken van de kleine uren
Verwaast de chaos spoedig naar sereen
Dat doet mijn geest veel goed in ’t algemeen
Je kunt er geen psychiater tegen huren

Het licht gaat uit bij onze overburen
Een uur geleden waren ze nog hier
Zij sherry, hij een borrel met een bier
Slap lullend over geld en afvalkuren

De klok slaat drie, ik breng mezelf een toost
~Op één jaar rust, geniet er van, en proost!~



de dichter moet door diepe dalen gaan
zijn hele leven is een trieste bende
waar tijd verstrijkt met zwelgen in ellende
de wanhoop is niet bij hem weg te slaan

hij sleept zich voort, gebogen, ongeschoren
gekreukte lompen rond een mager lijf
het drinken als voornaamste tijdverdrijf
de lach is plechtig door hem afgezworen

maar met zijn pen kan hij nog altijd zweven
en lijmt hij scherven tot een fraaie zin
akkoorden door de hemel ingegeven

waarmee hij scoort bij veel te jonge meiden
die schoonheid bij hem vinden, binnenin
ach ja… een dichter kan niet altijd lijden

(Uit de nieuwe bundel Voldaan, uitgeverij Liverse)



De Amerikaanse minister van defensie Hagel heeft ontslag genomen, volgens ingewijden onder druk van Obama

"Je levert steeds voorbeeldig werk, ik ben
Bevoorrecht met zo iemand aan m’n zijde,
Van jou kan ik op aan, te allen tijde,
Ik ben ronduit vereerd dat ik je ken.

Je bent een vriend, een man die ik vertrouw,
Bedankt voor alles, Chuck, en ga maar gauw!"



Subject van menig mooi gedicht: de vrouw
Heeft vaak haar luimen of ze speelt de dame
Ze rookt in huis, dus sta jij in de kou
Je bent een lul en zegt op alles amen

Ze zeurt wat af, zo’n volgevreten meid
De hele dag niets anders dan gekijf
Waarom aan haar de poëzie gewijd?
Aan haar, zo’n dik en te veel drinkend wijf?

Wat moet je toch, met zo’n ellendig mokkel
En toch… Je zet haar steeds weer op een sokkel!



Daan de Ligt (Den Haag, 1953) debuteerde in 2003 met de bundel Vijftig, geschreven ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag.
In deze in eigen beheer uitgegeven bundel was een aantal Haagse stadsgedichten opgenomen.
De redactie van de Haagsche Courant (nu AD Haagsche Courant) kreeg de bundel onder ogen en verzocht Daan de Ligt om voor de krant 25 stadsgedichten te schrijven.
Het werden uiteindelijk 250 stadsgedichten die tussen 2003 en 2010 in de krant werden gepubliceerd.

Na de bundel Vijftig volgden de bundels Den Haag in gedichten en stadsgezichten (Valerius Pers, 2006) en Vlammende Gedichten (Liverse,  2007).
Daarna werden bundels in eigen beheer uitgegeven. Eén van die bundels - Oude Nozem - werd inmiddels al meer dan 4000 keer als e-book gedownload. Ook hier op Het vrije vers kun je hem vinden bij de e-books.

Daan de Ligt heeft een reputatie opgebouwd als schrijver van light verse, maar is een van die dichters die in zijn onderwerpkeuzes en beeldend, krachtig en evocatief taalgebruik bewijst dat de grens tussen light verse en ‘Poëzie’ maar al te vaak denkbeeldig blijkt. Een excuus om deze bundel niet aan te schaffen bestaat dan ook niet.
Rechtstreeks bestellen kan hier

Daan de Ligt: Voldaan, Uitgeverij Liverse, Dordrecht
ISBN 978-94-91034-45-9
Paperback - 116 blz. - € 14.95



er is Facebook, er is Twitter
altijd roept The Voice of Holland
er zijn elke week wel boeren
die naar vrouwenakkers zoeken
er zijn sterren, je kunt surfen
naar de diepte van GeenStijl
welke puber leest nog boeken?

godzijdank is er de leeslijst
van de middelbare school
die de afgedwaalde geesten
voor de honger zal behoeden
leerling leest De stille kracht

maar zijn radeloze blik
doet het ergste wel vermoeden


 
…Er zijn opvattingen dat de kerstboom van heidense oorsprong zou zijn. De kerstboom kan dus mooi samen met Zwarte Piet verdwijnen… 

Ik kom, als lid van onze SGP
in actie! Wend me met mijn medevechters
tot de VN, de politiek, de rechters
en vorm een krachtig actiecomité

Wég met de kerstboom! Hak dat onding om!
Dat goddeloos symbool van heidendom!
 
 



Omdat ik oud ben, slap en gauw verkouden
mag ik elk jaar weer voor de griep een prik
Maar nu verneem ik tot mijn grote schrik
dat pluimvee grieperig het bed moet houden

Ik hecht natuurlijk aan mijn vaste prik, maar
ik stel hem gratis voor een kip beschikbaar

In de aankondiging van het verschijnen van het nummer van Ballustrada schreven we dat de bijdragen aan de light-verse-afdeling bijna allemaal afkomstig waren van hier bekende dichters.
Bijna, omdat de dichter Bram den Herder ons onbekend was. 
Dat blijkt gelukkig niet aan ons te liggen: door een jammerlijke vergissing is de naam van de ons wel bekende Bert van den Helder verminkt in het blad terecht gekomen en jullie moeten dan ook even onderstaande pagina met de juiste naam uitprinten, er in net schoolschrift 'Erratum' boven schrijven en toevoegen aan je exemplaar. 
We kunnen nu dus tevreden vaststellen dat alle bijdragen in Ballustrada afkomstig zijn van medewerkers van Het vrije vers. 
Al zal Kees Torn daar misschien van opkijken.



Per abuis waren in het stuk over Ballustrada bij de foto van Bas Boekelo  de gelaatstrekken van Frans Woortmeijer te zien.
Om het goed te maken hier alsnog het portret van Bas Boekelo en zijn bijdrage in Ballustrada. Op het forum is te zien dat hij zichzelf daar correct beschreven heeft.






Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De 'niet zwarte' Pietenmedley



En dan te bedenken dat  Ko de Laat,dichter, tekstschrijver en journalist,  al een jaar geleden met de oplossing kwam:

Lees, luister en oefen mee!

1.
Sinterklaasje, kom maar binnen met je allesbehalve-zwart- gekleurde-managementassistent
Ook al zijn we niet aan hem gewend
Dat kost ons vast nog even tijd
Maar daartoe zijn wij wel bereid
Kom dus eens even bij ons aan
En laat je edele-ros-dat-hoewel-wij-niet-onwillig-zijn-om-hem-te-ontvangen-dus-dat-daar-vooral-geen-misverstanden-over-ontstaan-maar-omdat-onze-ontvangsthal-er-nu-eenmaal-niet-op-berekend-is maar buiten staan

En we zingen
En we springen
En we zijn zo blij
Want er zijn geen als-politiek-incorrect-te-interpreteren-situaties bij
En we zingen
En we springen
En we zijn zo blij
Want die zwarte bladzij is voorbij

2.
Hoort wie klopt daar, kinderen?
Hoort wie klopt daar, kinderen?
Hoort wie klopt daar zachtjes op de deur?
’t Is ’n vreemd’ling zeker
Die verdwaald is zeker
Want hij heeft een hele rare kleur
’n Soort van Piet
’n Soort van Piet
Brengt ons ’n ongevraagd bezoek
Nou, strooi maar heel gauw dan
In een of and’r e hoek

3.
Wie  loopt
Wie loopt
Daar naast die goeie Sint?
Wie leidt hem
Wie leidt hem
Door regen, weer en wind?
Het is
Het is
Of is ie ‘m nou niet?
Jawel hoor
Jawel hoor
Het is die trouwe Piet

Maar hoe apart
Hij is nu niet meer zwart
Die kleur
Die kleur
Die zit er niet meer aan
Begrijp je
Begrijp je
Hoe dat nou kan bestaan?