Wanneer ik fris en glad geschoren voor de spiegel sta
om me te kleden voor een mooie avond Opera
of een diner voor twee in restaurant ~Chictroelala~
dan wel met nabestaanden van een vriend naar ‘t kerkhof ga
en dan het brede lange taps gevormde linkerdeel
van de beschaafde zacht getinte stropdas rond mijn keel
voor doorsteek twee keer om het korte rechter eindje sla
besluipt me deze niets ter zake doende vraag al dra,

van hoeveel moerbeiblad verslond het nijver rupsenbeest
totdat zijn lijfje voor het poppen mollig was bevleesd
en er voldoende energie in ’t kwieke diertje zat,
voor ‘t spinnen van de zijden draad die Gucci nodig had
-van op zijn minst zo’n zestig kilometer naar ik schat-
ter fabricage van mijn luxe feest-en-treurcravat?

 



In een hoekje
Van ons tuintje
Groeit de wilde
Marjolein,

In de keuken
Alleskunner,
Want ze geurt en
Smaakt heel fijn.

Oregano
Is de naam waar-
Onder Griek
En Turk haar mint.

Ook is zij de
Pizzakruider,
Dat weet bijna
Ieder kind.

 
  

Laat zakken die broek!
Laat zakken die broek!
In metro’s en treinen
Op straten en pleinen
We zijn naar een nieuwe soort groetplicht op zoek.
Laat vallen die lappen
Laat zakken die broek!

Laat zakken die broek!
Laat zakken die broek!
Voor bea’s en bobo’s
Voor losers en hobo’s
Laat trillen die billen, da’s andere koek
Laat klappen die flappen
Laat zakken die broek!

Laat zakken die broek!
Laat zakken die broek!
Wie niet kan genieten
Van piemels en tieten
Gaat hier uit zijn dak voor de maneschijnlook
Ik maak hier geen grappen
Laat zakken die broek!

Laat zakken die broek!
Laat zakken die broek!
Kijk goed naar de baggies
Geniet van de saggies
De hiphop regeert, ja hier valt dus het doek
Wie lacht die krijgt klappen
Laat zakken die broek!

 

 



Uit de kunst

‘De mannen domineerden steeds de kunst
En vrouwen worden nauwelijks genoemd:
Die moesten steeds bordurend binnenblijven!’

‘Dat mens Van Schurman was toch heel beroemd?
Die kon mooi schilderen en ook goed schrijven
En werd geprezen om haar meesterschap!

Nee, echt talent komt altijd bovendrijven
En al die mannen vonden haar heel knap
Ze dongen ellebogend om haar gunst

Je hebt, al is het nog zo spijtig Truus
Dus voor je niet-beroemd zijn geen excuus’


Anna Maria Schurman (1607 - 1678) werd ‘de Sappho van de Lage Landen’ genoemd.
Deze opmerkelijke vrouw sprak en schreef tusen de twaalf en vijftien talen, schreef gedichten in het Latijn, kalligrafeerde (en net zo gemakkelijk in het Arabisch en Hebreeuws) en telde onder haar vrienden Descartes en koningin Christina van Zweden.

ik vond het echt een doodnormale vraag
begreep dus niets van woedende verwijten
en waarom ging zij met serviesgoed smijten
zij kreeg een driftbui, ik de volle laag

ze ging met haar vriendinnen naar Den Haag
om daar wat vrouwenmeninkjes te slijten
en voor de onderdrukten (?) te gaan pleiten
ik gunde haar die blije uurtjes graag

nee heus, er was geen sprake van geplaag
ik ben geen macho, walg van flauwiteiten
mijn schat mocht best een heerlijk dagje geiten

ik zat alleen met één ding in de maag
ik vroeg haar slechts (waarom moet dit me spijten):
maar lief, wie zet er koffie dan vandaag?



Oh Lutz Jacobi
Oh dijk van een vrouw!
Méér dan de camera
Hou ik van jou.

Zo onbevangen
Zo eerlijk, zo Lutz!
Naast jou is Samsom
Een watje, een muts.

Weg met Albayrak
En weg met die hoed!
Lutz aan het roer
Geeft de burger weer moed.

Ik was voor Diederick
Tot ik jou zag.
Lutz als première:
Gelukkig die dag!



Helaas laat de beveiliging geen grotere afbeelding toe. Klik op de afbeelding en daarna nog eens om hem iets beter tot zijn recht te laten komen.

Rusland: Wladimir Poetin naar de stembus
Nederland: PvdA-jongeren gaan massaal voor Diederik Samson

Simson

Een zonnekind is hij, een held, een grote vechter
Een stoere heerser met de mond en met het zwaard
Die in de felle strijd zijn lauweren vergaart
Doch zelden uitblinkt in de rol van vrederechter

Het morrend volk stoomt op in voor- en tegenstemmen
Met lede ogen kijkt men naar de hanenstrijd
Geen socialistisch vuur; de idealen kwijt
In neoliberaal moeras kan men niet zwemmen

En zie: daar staat hij in de voorhof vastgebonden
Met kettingen verroest en schimmeltouw vergaan
Hij rukt en trekt maar de pilaren blijven staan
Dan wordt hij onder hoongelach naar huis gezonden

Een laatste Hercules in woord en in gebaar
Maar wat aan hem ontbreekt: die zeven lokken haar

Het is vandaag de eerste van maand maart
En dus de goede dag voor complimenten,
Dus partners, vaders, moeders en docenten
Zeg: “Goed zo!” Of: “Jij bent de moeite waard!”
 
Er wordt hier doorgaans nogal op bespaard.
We zijn qua complimenten nogal krenten,
Een soort van kruideniers, flink op de centen
En meestal  ben ik ook zo’n gierigaard.
 
Maar deze dag wil ik niet gierig wezen
Dus geef ik jou uit heel mijn hart bij dezen
Een welgemeend en heel groot compliment.
 
Om wat je doet, nog meer om wie je bent
Wil ik in dit sonnet jou laten lezen:
Ik vind je leuk, heel lief en erg attent.  
De tijd is altijd zuinig. Maar vandaag
Lijkt zij nu eens erg gul voor ons te wezen.
Gewend om altijd maar vooruit te sjezen
Gaat zij op deze schrikkeldag best traag. 
 
Geen reden dus dat ik me hier beklaag
Of god weer eens de les ga zitten lezen
Want dit stuk extra tijd is onvolprezen.
Toch heb ik wel voor hem een kleine vraag.
 
Waarom zo’n dag maar om de zoveel jaar
En niet er ieder jaar ons één gegeven
Of eigenlijk veel liever nog een paar?
 
Al zijn we dan ten dode opgeschreven
Wat extra dagen zijn een mooi gebaar:
Het lijkt zo immers dat we langer leven.
Kijk, daar komt de Schrikkelspork.
(Achterneefje van de Uffel,
weggemoffeld bastaardbroertje
van de welbekende Knork.)
 
Veertienhonderdzestig dagen
hoefde je hem niks te vragen,
veertienhonderdzestig nachten
sliep hij diep, zonder gedachten.
 
Doch welingelichte kringen
melden dat de Haas gaat springen,
dus ontwaakt de Schrikkelspork
met een kriegelige snork.
 
(Liever was hij blijven knorren,
want hij sukkelt zo met jicht
en het jeukt weer schrikkelbarend
in zijn ene tijdsgewricht.)
 
Oei, hij hinkelt en hij hompelt
op zijn manke achterbeen;
kijk toch hoe hij aldoor struikelt
over zijn reserveteen...
 
Snapt hij wat er aan de hand is?
Is hij nog op tijd erbij?
Horen we de Haas al hijgen?
Strakke eindspurt – Ja! Buut vrij!
 
Joechei! jubelt de Uffel,
geëchood door de Knork.
Die hebben we weer binnen
door ónze Schrikkelspork!
 
Maar hijzelf duikt in zijn duffel,
toffelt zwijgend naar zijn hol.
Eer de Maartse Haas geland is
koffert hij zijn knikkebol.
Mijn ijdeltuit hangt sippend op mijn schouder
Want deze ondag maakt haar prikkelbaar
En dat heb ik nou ieder schrikkeljaar:
Vandaag is zij in een klap vier jaar ouder
  

Doornroosje toe, je bent
Een dame van fatsoen
Dit lijkt me hét moment
Om iets terug te doen

Het internet bracht Leika in mijn leven
De Letse was op slag verliefd op mij
Ik zal eerst sparen, schreef ze, wacht nog even
Dan zal ik heerlijk in je armen zweven
Stuur vast een ticket op met geld erbij

Ik zal me haasten, mailde ze toen blij
Daarna ontving ze nog een cheque of zeven
Nu zal ik bijna komen, kraaide zij,
Dat zal al zijn zodra ik schuldenvrij
Zal zijn, daar zal ik elke dag naar streven

Haar ‘zullen’ is funest voor mijn geduld
Ik zal haar eens… ze heeft nu zat ‘gezuld’




Uit: Liefde uit blik, Liverse 2009



ze klitten in bedompte roversholen
en bezigen de liederlijkste taal
hun normbesef is nul of marginaal
ze dragen messen, erger zelfs … pistolen

ze slapen in de goten en riolen
ik noem hun trek naar hier catastrofaal
noem mij maar dom of rechts en radicaal
ik haat die lui als hondenpoep aan zolen

je ziet ze vaak in kroegen samenscholen
ze stelen en ze maken veel kabaal
zo’n meldpunt is voor burgers ideaal

door mij van ganser harte aanbevolen
ga maar terug, naar Walcheren of Tholen
die Zeeuwenoverlast is niet normaal
 

„Já toho pontiaca nejspíš koupim así,
Na haubnu žraloči zuby a nastřikám ho načerno,
Říkat mu budu třeba Čelisti krásy,
Musí mít nový gumy, v tom jsme zajedno,
Vezmu ty s bílým tandem, to bude fakt terno”
Povídám svý holce: „Co ty na to pusinko?"
 A ona hned kýve, a ne malinko.


Nejdřív, že se mrknem kolík žere.
Ale závodní okruh nikde po ruce,
 Na malý vzdálenosti to hodně bere,
Tak nás čekala — jak jinak — dálnice.
„Zkusím dohonit toho golfa na dvojce.
Motor dostane zahulit, frajerko-.”
A ona hned kýve, a ne malinko

Jenže golf začal uhánět jak štvana zvěř,
Ve spáncích mi krev bublá
Už jsem ho málem měl, to mi věř,
 Ale motor že sebe víc nevydá,
„Takovej golf to je nuda, kočinko."
A ona na to kývla, a ne malinko.

Sakra, vtom vidím modrej maják
A v něm chlápek, co chrání bezpečnost.
„Milej pane, ten váš bourák.
Patří do šrotu, a za svou hazardnost
Dostanete flastr, čeká vás lapák,
 A vás odvezu domů, slečinko."
A ona na to kývla, a ne malinko.


 


Zelf eet Geert Wilders dagelijks Hongaars;
de goulash van zijn schnitzelkoningin
of sjaslieks met die Tokayervriendin.
Hij lapt ons eigen kookboek aan zijn laars.

De blonde leider hier, ten voeten uit:
die heeft toch zeker zelf zo’n importbruid.

Ik heb een leven hier!
Olga en Urszula
Roza, Svetlana:
bemind maar discreet

Het is heel druk in mijn
Herzagovinexwijk
Dat is soms lastig
Maar melden? Mijn reet!




Pools gehakt (kotlet mielony; ook wel ‘klops’)

500 g varkens- of half-om-half gehakt,
2 uien, paneermeel,
1 ei, een teentje knoflook
zout en peper.

Uien fijn raspen en bij het gehakt voegen samen met de rest van de ingrediënten. Paneermeel zoveel toevoegen dat het makkelijk kneedbare massa ontstaat, eventueel melk toevoegen als het te dik wordt. Kan ook een uitgeperste teen knoflook toevoegen. Vorm met de natte handen ovale en beetje platte "kotlety" ten grote van je handpalm en dep ze nog even in het paneermeel. Bakken op een laag vuurtje in reuzel ca. 20 minuten.


Verdraaide schoonzoon ’in the family’
Een rooie meathead komt mijn dochter huwen
Zo’n Poolse asociaal om van te gruwen
Die vent moet weg, liefst zonder alibi

Geert Wilders brengt mijn zinnen tot bedaren
Hij loodst mij naar de website ‘meld een Pool’
Ik uit mijn hekel aan die halve zool
G. denkt met dit recept de klus te klaren:

Een hakblok om de uien fijn te hakken
Het teentje en de kruiden toegevoegd
Het ei er door, nu snel de braadpan pakken

De PVV-er kijkt wel wat misnoegd
Een wodka en een peuk, genoeg gezwoegd
Het is ons lot de reuzel uit te bakken



Mijn kompas stuurt me verkeerd
‘k Loop al urenlang te dolen
Dat komt vast zegt hopman Geert
Door die godvergeten polen

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Jinek

jinek
 
Natuurlijk is twee ton niet al te veel
En elders valt beslist nog meer te graaien
Je moet je daarvoor in wat bochten draaien
Maar komt die kans dan ga je commercieel
 
Humberto, Twan en Jack: ‘Gegarandeerd
Dat Eva straks ‘Het Spijt Me’ presenteert’.