Ruud is voor Herakles
Albert voor Kerkrade
Zo komen zij in een
Twistpunt terecht

Hun interesse blijkt
Handgemeenschappelijk:
Voetbal leidt menigmaal
Tot een gevecht



zo fraai als zij daar zat met brede lach
haar blonde krullen glansden puur natuur
ontstak direct in mij een brandend vuur
en dat in tramlijn vier op donderdag

jij komen werk om acht of negen uur ?
een vraag waarvan ik even niets begreep
ze werkt bij C&A, bedacht ik leep
maar nee, haar spraak was daarvoor iets te puur

misschien een bar dan, overwoog ik toen
geen sjieke toestand, meer een toffe zaak
ik hoopte stiekem op een warme zoen

ik zei oké, waar kan ik op bezoek ?
het antwoord kwam direct en was goed raak
Doubletstraat, derde raam voorbij de hoek


(Misschien maken we wel een themaweek van dat blondje)



Zo blond en zo leuk en zo mooi
Ik had wel een kans durven wagen
Toen ik aan verliefdheid ten prooi
Haar daartoe heb uit lopen dagen

Zo mooi en zo leuk en zo blond
Het leek dat ik daarin zou slagen
Ik dacht dat zij mij aardig vond
Dat duurde slechts enkele dagen

Zo blond en zo mooi en zo leuk
Ik heb haar mee uit kunnen vragen
Voortijdig ontstond er een breuk
Want zij is nooit op komen dagen



Jantje zag die applebottom
Van die spange spandexho
En hij wou die tanga ballen
Ook al was ze van zijn bro

Fokkit, zei hij, want mi brada
Zit toch in die jilla, aight
Hij kan mij nu toch niet met zijn
Pipa poppen, fok die shait

Maar ik ben geen backstabtype
Hij dronk aan z'n ginger beer
Effe tjappe, jonko smoken
Dan ik klop me eigen spier

Weg ging Jantje, naar die shoppa
Maar die smatje was niet doof
Die zei, fokkit, ik wil bana,
Klaasje zit voor tasjesroof

Hij heeft mij gezegd dat ik
Kon doen en laten wat ik wou
En nu wil ik kokkie geven
Boi, ik zuig je ballen blauw

Daarop ging ze aan 't schudden
Hoofd naar onder, bil omhoog
Later batsen, badaptaki
Jantje hield het niet lang droog



Er heerst een nieuwe rage op de buis:
Programma’s over hele dikke mensen
voorzien van onvoorstelbaar vette pensen,
ze komen elke avond bij je thuis.

Je ziet een vrouw van rond zeshonderd pond
amechtig op een luchtmatras gelegen,
het arme mens kan zich niet meer bewegen,
de poep loopt door een pijpje uit haar kont.

Ze laten je ook eindeloos bekijken,
hoe mensen zich vervreten aan Big Mac
of hotdogs dan wel eieren met spek.
’t Zijn meest Amerikanen die er prijken.

Nee negers uit een droog en heet gebied
die zie je in dat soort programma’s niet.



Eng hoor, dat MERS-virus
Komt van kamelenseks
Dus u begrijpt
Men heeft danig het land

Hier drijft een ruiter in
Tongzoenvermijdende* 
Houding zijn rijdier vol vrees
Door het zand


* Andere handschriften geven 'Pijpbeurtontwijkende'



Een mooi palmarès zal niet zomaar ontstaan
Daarvan kunnen renners verhalen
Het kan tot de meet vele kanten opgaan
Waar falen voorafgaat aan stralen

‘t Was halfweg de tachtiger jaren
Toen Adri ‘Deuxième Poulidor’ van der Poel
‘n Tourrit kon winnen. Zó dicht bij z’n doel
Dat had Adri zelden ervaren
Ontsnapt met ‘n zekere Jean-Claude Bagot
Die lek reed, dus Adri reed van hem vandaan
En moest toen uitputtend soleren
De streep èn het peloton naderden zo
Maar nèt voor de eindstreep ging Adri d’r aan
Een mooi palmarès zal niet zomaar ontstaan

Rob Harmeling ging elke dag op z’n smoel
Zijn vleiendste bijnamen waren
‘De Valler’ en ‘Rooie Lantaren’
Het had zo’n half-warm, half-meewarig gevoel
Waar Hollanders losers mee eren
Hij vluchtte ook talloze malen
Steeds zonder succes, maar hij zou in Bordeaux
Verrassend ineens triomferen
Dat pech ‘n karakter kan stalen
Daarvan kunnen renners verhalen

Tot spijt van de Tourvolgersschare
Bleek dat Erik Dekker, too eager to rule
Bij echt grote koersen en echt strijdgewoel
Talent niet aan inzicht kon paren
Hij won wel eens wat, maar het hoogste plateau
Leek steeds verder buiten bereik langzaamaan
Toch zou Erik echt niet stagneren
Het stigma vannet nieten vanstatus quo
Dàt vormde de latere winnaar stilaan
Het kan tot de meet vele kanten opgaan

Een peloton renners is één gekrioel
Wie kan in zo’n grote klos garen
Een Erik of Adri ontwaren
Of anders ‘n Rob lichten uit heel die boel?
Maar soms zie je iemand proberen
Wat eigenlijk niet valt te halen
Zoals Albert Timmer die-bravissimo!-
Zichzelf tot het einde bleef weren
‘t Is vaak ‘n verloren finale
Waar falen voorafgaat aan stralen


(Voor nog 13 Giro-gedichten link naar de weblog van Ko onderaan de pagina)



Satan bestaat dus niet
Ook zijn demonen niet
Duivels bestaan net zo min
Als de hel

Dus heb ik twijfels: die
Anti-islamsticker
Klopt  die inhoudelijk
Eigenlijk wel?


 
Elke ochtend na het opstaan
staan de Vlabber en de Vlaar
met z’n tweeën voor de spiegel
en ze vragen aan elkaar:
‘Wie van ons was nou de Vlabber?’
 
Tja, daar staan ze dan te dubben
met hun harken in hun haar.
‘Heel de nacht alles onthouden
krijg ik echt niet voor elkaar!’
roept de Vlaar dan (of de Vlabber?).
 
En de ander antwoordt kriegel:
‘Even denken... Rustig maar!
Kijk, mijn kop lijkt op een zwabber
en mijn lijf lijkt op een schaar.
Dus dan ben ik vast de Vlabber.’
 
Elke avond voor ’t naar bed gaan
staart de Vlaar weer met de Vlabber
in diezelfde grote spiegel
en ze vragen aan elkaar:
‘Wie was ook al weer de Vlaar?’
 
Heel de dag alles onthouden
is voor hen een groot bezwaar
dus daar staan ze weer te dubben.
‘Jouw geheugen is belabberd!’
roept de Vlabber (of de Vlaar?).
 
En dan zegt de ander maar:
‘Kijk, mijn kop lijkt op een vlieger
en mijn lijf op een gitaar.
Volgens mij ben ik de Vlaar,
dan ben jij vanzelf de Vlabber.’
 
Tja, dan gaan ze maar weer slapen
en dan staan ze maar weer op
en ze koken hun rabarber
en ze roken hun sigaar
en dan zijn ze ’t wéér vergeten.
 
‘Maar dat kan ons mooi niks schelen’,
giechelt de verstrooide Vlabber
– of, wie weet, de suffe Vlaar?
 
(Uit Er zit een feest in mij, Querido’s Poëziespektakel 5, 2012)
 



Eeuwenoud stemadvies
Wat vindt de Oppergod?
‘Nou, mijn geloof is zo vast
Als een huis

Vroeger al koos ik uit
Vrijegemeenschapszin
Zeer passioneel voor Europa’
Sprak Zeus



Kom, laten wij de lente eens bezingen,
al werd dat vele malen meer gedaan:
maar jubelend vergat men dan vaak dingen
waaraan ik nou eens niet voorbij wou gaan.

Kabaal ontbloeit, gelijk met de seringen,
uit open ramen loeit muzak weer aan;
motoren die het kwinkelen verdringen
van merel, lijster, mees en ortolaan.

Die aanslag op je zenuwen en oren
verdooft dan wel, maar laat de ogen vrij.
Wat schiet er niet omhoog als rijpend koren,

wat graast het gretig oog niet af in mei:
De malse meid met haar fluwelen huidje
in short en shirt, of strakgespannen truitje.


Pieter Weening 

Dat hie dochs nimmen tocht
Heuchlike dei is dit!
Leau my mar, ik nim jim
Net yn’e gies

Grut sa as Pier grypt hy
Hurdfytsklassikerwinst
Jûch Harrekieten! Súkses
Foar in Fries!

 



Eet u graag eieren?
Pluimveeonvriendelijk!
Geef zo’n hormoonboer
Niet langer carte blanche

IJver voortaan voor een
Plofkipvervangende
Graanvoerbesparende
Graatkippenbranche



Ik ben ooit geslaagd zonder zevens en zessen
Je zag zeker weten geen vijf op mijn lijst
Gymnasium zonder een dagje te stressen
Het heeft niet eens veel van mijn inzet geëist

Maar wat had ik graag één zo’n acht opgegeven
Voor kussen van Kim, of een negen geruild
Voor zoenen van Zoë, al had ik een zeven
Al was dan mijn eindlijst met zessen bevuild

Natuurlijk, er was wel die date met die ene
Die kus van.. eh, jeetje, en ja, ook die dans
Met... jemig, hoe heet ze, die zus van Marlene
Bij mooie Marlene zelf had ik geen kans

Het spijt me, ik ben veel te veel al vergeten
De naamvallen Duits ken ik nog uit m’n hoofd
Maar meisjes van wie ik de naam nog zou weten
Daar heb ik zes schooljaren niet in geloofd

Dus al die historische kennis, het is me
Niks waard, had ik maar een verleden met Wies
Wat moet ik met weetjes omtrent magnetisme?
Ik wilde wat aantrekkingskracht op Marlies

Nu weet ik precies wat een meisje wil horen
Ik zet vlug wat strelende woorden op rijm
Ik fluister ze zwoel in haar gulzige oren
En voor je het weet valt ze voor me in zwijm

Als ik toen die kennis van meisjes bezat
Dan vree ik met Anna en kuste ik Joyce
Och, stel je eens voor wat een keus ik dan had…

Maar ik was alleen goed in multiple choice



De lokroep van de waterkant
Kon ik niet meer weerstaan
Ik kocht een hengel en een pet
En zou uit vissen gaan

Ik nam voldoende leeftocht mee
Een koelbox Belgisch bier
En vissalade à ma femme
Een palingworst of vier

Ik vond in Asselt aan de Maas
Meteen een fijne stek
En werd reeds gretig opgewacht
Door vis met grote trek

Zes snoeken vlogen in mijn kruis
En beten stevig door
Net als de baarzen aan mijn lip
De glasaal in mijn oor

Ze snapten niet wat bijten is
Al legde ik het uit
Zo maakte mijn gedroomde vangst
Hun hengelaar tot buit

Ik heb het trauma stil verwerkt
Mijn wonden zijn gelikt
Maar voor de sport die vissen heet
Zijn vissen niet geschikt



Met regelmaat heb ik een trieste dag
zo zwaar als lood en haast niet door te komen
gevuld met bitterzoete onderstromen
en zoute tranen, soms een wrange lach.

Zo’n dag waarvan ik enkel maar kan hopen
dat hij voorbijgaat zonder ongeluk
of ander soort ellende aan mijn juk;
hij kan niet vlug genoeg zijn afgelopen.

En ’s nachts in bed -getreiterd door fantomen-
waar ik nog steeds die zwarte spinsels vlecht
in plaats van kalm en rustig weg te dromen,

voel ik haar warmte naast me en ze zegt
heel zachtjes met haar lippen bij mijn oor
~Slaap lekker schat, het wordt wel beter hoor.~


(Schilderij Toulouse-Lautrec 'In bed'1893)



Glunderend rood was hij
Hoog op een olifant
Bulderend
Toen hij Carthago verliet:

‘Heren wat is dit een
Olifantastische
Krijgsmacht!’ -
Nee, grappig was Hannibal niet

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Weer in ons land

Per stoomboot kwam de sint. Dat kan niet meer!
De schimmel is te oud, zijn botten kraken,
het dier deed zijn gevoeg op solardaken.
Piet geeft de kids nóg met de roe van leer.
 
Dat stel had toch al nooit mijn sympathie:
alwéér kreeg ik de kleinste letter, i.
 
Met dit snelsonnet uit de Sinterklaasweek herdenken we vandaag
tevens Inge Boulonois die ons een jaar geleden op deze dag ontviel.
Uit: Puntig licht, E.B. 2022.