
Glunderend rood was hij
Hoog op een olifant
Bulderend
Toen hij Carthago verliet:
‘Heren wat is dit een
Olifantastische
Krijgsmacht!’ -
Nee, grappig was Hannibal niet

Eeuwige Almoeder
Gij, die de ene zijt
Ondanks die jurk
Zie ik U als een broer
U Maakt dat ik mij op
Avondroodkundige
Tijdstippen
Meermaals ontuchtig beroer

In een woud hier ver vandaan
leeft een schepsel, heel alleen.
Hij kan rollen, maar niet staan,
heeft geen been, geen voet, geen teen.
Oh, wat moet hij eenzaam wezen,
deze purperen gingginger,
die niet eens een boek kan lezen
want hij heeft geen hand, geen vinger.
'k Heb zo'n meelij met het dier,
maar dat woud is ver van hier.
Voor zijn achteroverneven
(heel gelijkend, maar wel groen)
die in onze streken leven
kan ik echter wél iets doen!
Hen verzorgen is een pretje,
zie ze soezen in de lommer.
Ik bereid hun vinaigretje
want ik hou zo van komkommer.

Warte nur, Warte nur,
G. van het Reve schetst:
Af en toe dichten, dat is
Comme il faut
Toch schrijf ik liever geen
Avondroodkundige
Diepe gesprekken in winkels
Enzo

(Er staat de wereld weer wat te wachten. Remko Koplamp werkt in het geniep aan een bundel ollekebollekes, die bridge als onderwerp hebben, gepaard aan schilderkunst. We hebben de hand weten te leggen op pagina 54 en zodra de bundel uitkomt laten we dat weten. Dan scheuren we er nog wel een bladzij uit om te tonen. De redactie)

~Rembrandt kenners~ hebben uitgevogeld dat hij het schilderij ~Paulus~
in ca,. 8 uur gemaakt moet hebben.
Hoe het ook zij, het inspireerde mij tot een versje.
De tulband uit de losse hand is in een uurtje klaar
Met links en rechts wat krulletjes van pluizig grijzend haar
Het oor, net even aangezet, in vijf minuten daar
En dan ’t gezicht, het voorhoofd licht, een uur of drie, heus waar!
De neus is nog een hele klus, die moet ook lekker zwaar
Het is een kokkerd van een ding, een uurtje, reken maar
De mondpartij en vage snor; een vlot penseelgebaar
Tot slot de ogen warm en zacht, twee uurtjes, bij elkaar
De brief, het jak, de achtergrond al lijkt het ook heel wat
Het staat er in een uurtje rond, want dat gaat nat-in-nat
Al schilderde Van Rijn apostel Paulus ietwat rap
’t Is hoe je ’t ook bekijkt wel duurzaam en ook razend knap
Wat hij in acht uur kwasten op het linnen wist te strijken
Daar staan miljoenen mensen nu al eeuwen naar te kijken
Voor wie niet weet hoe een dichter schaaft en beitelt aan zijn gedicht, hier een mooi schoolvoorbeeld: vergelijk de definitieve versie met de eerder geplaatste eerste variant.
Ze hebben vaak een bakfiets en een overvolle tas
Hun dochtertje heet Sterre en hun zoontje Luuk of Bas
Die zijn hoogsensitief maar echt de besten van de klas
Ik heb het over vrouwen in een Gaastra-jas
Ze drinken graag Prosecco op een overvol terras
En in de winter muntthee maar bij voorkeur uit een glas
Ze zijn al in de dertig maar nog steeds behoorlijk kras
Ik heb het over vrouwen in een Gaastra-jas
Ze werken halve dagen maar hun vent zit goed bij kas
Dus hebben ze een werkster voor het strijken van de was
Ze zijn wat dik maar kuren soms met sap van tarwegras
Die luie vette mokkels in een Gaastra-jas
Hun kerels dragen sneakers en een overhemd met das
Behalve in het weekend want dan trekken ze en masse
Naar Bloemendaal of Zandvoort of een nepstrand aan een plas
En dat is niet te doen zonder een Gaastra-jas
Want soms zit je te chillen met je zwetende karkas
En schuurt een lompe dame uit Blokzijl of uit Alblas-
-serwaard tegen je aan en dat is meestal niet te pas
Maar wel met de bescherming van een Gaastra-jas
Ooit leerden wij op school van erwten-bonen-bieten-vlas
En als je Frans had ook nog van 'Mon oncle, je t'embrasse'
Mijn leraar Duits was vol over het Groot-Germaanse ras
Maar nooit over de vrouwen in een Gaastra-jas
De vrouw van Joseph Stalin en de zus van Kajafas
De heks van Hans en Grietje en het hele Goois Matras
Die werden laatst vermeld in een artikel dat ik las
Vlak naast een advertentie voor een Gaastra-jas
De vrouwen in een Gaastra-jas -excuus voor mijn gebas-
Ze drijven me tot waanzin, diarree, obesitas
De Viva en de Marie Claire zijn hun moreel kompas
De boeken van Coelho liggen onder hun matras
Ze luisteren naar BLØF, kortom, ze moeten aan het gas
Of met betonnen schoenen overboord in een moeras
Of met hun hoofden in een grote pan met Kip Madras
Of met hun bleke anus op een reuzenananas
Of simpelweg begraven in hun Gaastra-jas


Kampong Mahu, Saparua 1987
In 1987 maakte ik een reis naar de Molukken en schreef naar aanleiding daarvan een aantal gedichten. Zo’n tien jaar geleden ontmoette ik Patty Scholten voor het eerst in Amsterdam en tot onze verrassing bleken we niet alleen dezelfde kampong op het eiland Saparua te hebben bezocht, maar over dezelfde vissers, zonsondergang en matjes met drogende kruidnagels te hebben geschreven, met ongeveer dezelfde strekking. Het octaaf van haar sonnet vond ik terug in mijn gedicht Molukken 1987 en het sestet in mijn sonnet Tjenkeh. Aardig voor de lezer om dat hier eens te vergelijken.
(Dit gedicht verscheen in de bloemlezing Wonder en geweld, samenstelling Hans Straver, Utrecht 2007)
Hier een van de bijdragen van Patty Scholten
Hier een van de bijdragen van Jaap van den Born aan het album:
Hier een van de bijdragen van Drs. P uit het gisteren besproken boek Album van de Indische poëzie.

Ik raakte onlangs van de weg, bewesten Belterwij
en niemand om te helpen, want er kwam geen hond voorbij,
toen zag ik even verderop een kleine boerderij,
dus ik er heen, dwars door het land van vers geploegde klei.
De boer was me ter wille. Wel haast vrolijk, heel niet zuur
hees hij zich in zijn bonkertje, we liepen naar de schuur,
de trekker werd gestart en na verloop van nog geen uur
zat ik weer als een ~Stirling Moss~ behendig aan het stuur.
Als dank bracht ik hem gisteren een mooie Chardonnay,
in alle rust gerijpt op ‘t vat vanaf tweeduizend twee.
Een prima jaar, naar het idee van menig sommelier,
dus meende ik: ~daar maak ik vast die boer gelukkig mee~.
Hij las het etiket en zei: ~Het is maar dat je ‘t weet,
de datum is verstreken, steek dat bocht maar in je reet˜.

Ze hebben vaak een bakfiets en een overvolle tas
Hun dochtertje heet Sterre en hun zoontje Frits of Bas
Die zijn -met begeleiding- echt de besten van de klas
Ik heb het over vrouwen in een Gaastra-jas
Ze drinken graag Prosecco op een overvol terras
En in de winter muntthee maar het liefste uit een glas
Ze zijn al in de dertig maar nog steeds behoorlijk kras
Ik heb het over vrouwen in een Gaastra-jas
Ze werken halve dagen maar hun vent zit goed bij kas
Dus hebben ze een werkster voor het strijken van de was
Ze zijn wat dik maar kuren soms met sap van tarwegras
Ik heb het over vrouwen in een Gaastra-jas
Hun kerels dragen sneakers en een overhemd met das
Behalve in het weekend want dan trekken ze en masse
Naar Bloemendaal of naar een park, enfin, naar zand of gras
En dat is niet te doen zonder een Gaastra-jas
Want soms zit je te chillen aan de oever van een plas
En schuurt een dikke dame uit Blokzijl of uit Alblas-
-serwaard tegen je aan en dat is meestal niet te pas
Maar wel met de bescherming van een Gaastra-jas
Hun kerels dus, die hebben ook een mooie Gaastra-jas
Want wat moet een IT-er zonder nieuwe Gaastra-jas?
Of een consultant, arts, of virtuoos op contrabas?
Wie voelt zich nog senang zonder een Gaastra-jas?
Ooit leerden wij op school van erwten-bonen-bieten-vlas
En als je Frans had ook nog van 'Mon oncle, je t'embrasse'
Mijn leraar Duits was vol over het prachtig Arisch ras
Maar nooit over de mensen met een Gaastra-jas
De mensen met een Gaastra-jas -excuses dat ik kras-
Ze drijven me tot waanzin, grote wonden, as tot as
Ze luisteren naar BLØF, kortom, ze moeten aan het gas
De mensen met gedoe zoals een Gaastra-jas