
Wat een karakter zeg
Prikkelbaar typetje
Soms stijgt ineens
Al het bloed naar zijn kop
Door die verduvelde
Overgevoeligheid
Vliegt hij voor
Ieder dood musje al op
(Remko Koplamp neemt regelmatig zijn pen op t.b.v. enkele bedreigde en/of opmerkelijke diersoorten)

Ik ben euforisch en extatisch blij
Terwijl ik mij luid jubelend castreer
Ik doe dit met een weldoordachte reden
Ik offer voor de Heer mijn jongeheer
Omdat Hij aan Zijn kruis zo heeft geleden
Dus leef ik voortaan zedig, vroom en kuis
En wijd ik mij uitsluitend aan gebeden
Castraat te zijn, dat is niet echt een kruis
En daar komt nog een extra voordeel bij:
Zo zingt het ganse heidendom alom
Een toontje lager dan het christendom!
Romeinse Rijk, begin van de jaartelling.
Kuisheid staat hoog in het vaandel van het verse christendom. Helemaal de apostel Paulus vergeten, die zei dat je beter kon trouwen dan branden van geilheid.
In de Openbaring van Johannes wemelt het in de hemel dan ook van de castraten die een streepje voor hebben: 144.000 mannen die zichzelf met de citer begeleiden. Hij kan dus aan hun stem horen dat zij 'zich nooit met een vrouw bezoedeld hebben'. Hoe weet hij dat anders? Ze zullen in de hemel toch niet aan naaktloperij doen?
De fanatiekste christenen gaan over tot castratie om elke verleiding te weerstaan, zoals Justinus bewonderend beschrijft in de jaren 130.
Het loopt zo de spuigaten uit dat de Kerk zich gedwongen voelt op te treden en op het concilie van Nicea worden gecastreerden uitgesloten van het priesterschap.
Gezien de huidige schandalen in de Roomse Moederkerk is het wellicht een goed idee dat besluit terug te draaien.
(uit Een hoop misbaar)

Begin november ging ik naar mijn bed.
Op dagen die mij jarenlang benauwden
heb ik dit jaar een winterslaap gehouden.
De wekker was op 1 april gezet.
De bomen hadden hier en daar nog blad
toen ik mij opsloot achter de gordijnen.
Nu zie ik al dat jonge groen verschijnen
en heb van geen depressie last gehad.
U vraagt of dat niet eenzaam was voor mij?
Welnee, Het Vrije Vers lag aan mijn zij.

Ik hecht, geloof ik, niet aan vent of vorm.
Ik heb belijdenissen aangehoord
en was getuige van karaktermoord.
Hoe zinvol is een letterbeeldenstorm?
Ik ben gebeiteld uit een lijf van steen
en toch geborgen in de gulden snede.
Mijn regels zijn uit hogerhand gegleden,
ik ben de zin van alles en van geen.
Model! Leg mij geen woorden in de mond.
Ik kan mijzelf niet uit uw greep bevrijden,
al lekt er inkt uit een gesloten wond.
Verwacht van mij geen antwoorden op vragen.
Ik kan, in zwarte letters stukgeslagen,
niets dan dit ketterse geloof belijden.
(uit Het zal de leeftijd zijn )
Zij wast het witte overhemd van vader
hij droeg het gisteravond op bezoek
hij flirtte met de buurvrouw, die verrader
ze legt de kleding in de bovenlader
en propt ernaast een rood gekleurde doek.

De witte Sneeuwklok aan het eind van haar Latijn
Is zichtbaar drachtig van met zaad gevulde koppen
De Blauweregen zwaar van honderdduizend knoppen
Ontluikt haar ogen in een waas van blauw satijn
De Rododendron staat op barsten van het paars
En de Hortensia bebladert teer haar stokken
De Schoenlapplant ontdoet zich van haar wintersokken
En steekt haar voeten in een purp’ren voorjaarslaars
Dan krimpt de wind en ieder grijpt weer naar zijn wanten
De kou slaat toe en nachtvorst rijpt op plant en struik
De thermometer maakt een diepe steile duik
En hagelstenen springen op naar alle kanten
Maar wees gerust, zo’n koustuip is van korte duur:
De zon haar noorder declinatie groeit per uur

Frank Fabian heeft een link naar wat hij zelf zijn beste ollekebollekes vindt. Hier aanklikken

En bovendien staat in Batavia,
waar straks weer kan gezopen en gevoosd,
Adinda vol verlangen op de ka.
Nadat men bij de Kaap kort heeft verpoosd
bepaalt de kapitein onadequaat:
van hieraf voor de wind en NNO.
Een rekenfoutje heeft als resultaat
dat onze ‘Draeck’ nu recht op Zuidland vaart
en roemloos op een rif te pletter slaat.
De schipper trekt zich spijtig bij de baard;
vaarwel Adinda, o aards paradijs.
Vervolgens worden man noch muis gespaard.
Wat rest is slechts de les van deze reis:
Beknibbel nooit op rekenonderwijs.
Rob Boudestein

Kaap Verdië voorbij zeilt het gevaarte
terwijl de stuur zijn dorst met jajem lest,
de opper en de waak lezen de kaarten
en roepen dan: krijg nou de builenpest,
het gaat behoorlijk mis met ons vervoer
we varen niet naar oost maar richting west.
De kapitein draait woedend aan het roer
en helpt daarna met forse zeemansklauwen
de dronken stuurman naar zijn mallemoer,
de reis gaat voort, vervuld van godsvertrouwen
zeilt kapitein zijn droom weer achterna
vol nootmuskaat en schaars geklede vrouwen
en bovendien staat in Batavia
Adinda vol verlangen op de ka
Ton Peters

Het avontuur en horizonten lokken
het vrachtschip door het Engelse Kanaal,
het scheepsjournaal vermeldt: vandaag vertrokken.
De dekknecht heeft zijn eerste avondmaal
reeds aan de woeste golven prijsgegeven,
de scheepskat gaat met restjes aan de haal
en zo begint het ruige zeemansleven.
Gezuip, geduvel om een jongenslijf
van boegspriet tot de strakke achtersteven:
de stuurman vloekt de bootsgezellen stijf.
Op ’t voordek zwiept de kat met negen staarten,
een hand jaapt aan het scherpe schippersnyf.
Kaap Verdië voorbij zeilt het gevaarte,
de opper en de waak lezen de kaarten.
Ben Hoogland

Ten laste van de Heren XVII.
gaat scheep te Amsterdam de Gulden Draeck
haar wederkomst kan men nog niet voorzien.
Er loopt naar Oost of West wel eens wat spaak,
dan treft het lot het personeelsbestand
en ben je in je zeemansgraf de sjaak.
Je eet aan boord niet in een restaurant,
maar ’s morgen, ’s middags, ’s avonds scheepsbeschuit
verstevigt wel de onderlinge band.
Dan blaast de bootsman op zijn bootsmanfluit
de koers: ontbering, scheurbuik, pest en pokken
zeilen zij voor de wind het zeegat uit.
Het avontuur en horizonten lokken
Het scheepsjournaal vermeldt: vandaag vertrokken.
Gezienus Omvlee
Alleraardigste Redactie.
In de tijd dat Het Vrije Vers uit de lucht was, heb ik mijn pseudoniem de
deur uit gedaan, waarvan ik u als volgt kond doe:
Metamorfose
Wellicht kent u alleen mijn pseudoniem
Koos Haydn, en dat mag u nu vergeten.
Ik schreef het onder Spicht tot Rondel prime
edoch ik ben het zat, laat ik u weten.
Het is toch ook je reinste flauwekul
om schrijvend onder pseudoniem te leven
en ik steeds weer de ware naam verhul
die pa en ma mij hebben meegegeven,
want daar is eigenlijk geen moer mee mis,
er zijn beroemde schrijvers die hem dragen,
ik noem slechts Holst en Adriaan van Dis,
welaan, dat zijn geen literaire blagen.
Geen pseudo meer of komisch paragram
van nu af heet ik Adriaan van Dam.
Adriaan van Dam

Sint Valentijn, Sint Valentijn!
Laat dit een dag vol liefde zijn
De dag waarop een meisje zegt
Hoezeer ze aan mij is gehecht
Helaas gaat niets zoals ik wil
Ik hoor dit slechts op één april

Kijk eens, daar zijn we weer!
Vrije plezierdichters!
Ons krijgen hackers
Niet 1-2-3 klein
Duct-tape, wat paperclips,
Reanimatieles:
Alles loopt zometeen
Weer als een trein

De Hunnen stonden weer eens voor de wallen
Wij stelden ons dus als vanouds teweer
Je zag ze vuil en smerig samenballen
Ze gingen ruw en onbeschaafd tekeer
We keken op de Hunnenhuigen neer
Het was een onophoudelijk getier
Met veel gespot en duidelijk gesneer
Maar goed - zij waren daar; wij waren hier
De poort was dicht, het valwerk was gevallen
Het wachtwoord (‘Dikke lul’) niet geldig meer
En al die ongewassen duizendtallen
Geleid door een zeer ongelikte beer
Die stonden daar dus op hun veld van eer
Massaal voor aap, het deed ons eerst geen zier
Al zwaaiden ze ook brullend met hun speer
Want ach – zij waren daar; wij waren hier
Toch werd het onplezierig voor ons allen
De voedselvoorraad leed aan wanbeheer
We aten eerst de paarden in de stallen
En deelden toen de laatste rotte peer
De conversatie werd bedrukt gelamenteer
De dorst verlamde onze speekselklier
Geen hulp in zicht, per trein of met het veer
Want tja – zij waren daar; wij waren hier
O lezer! Dat ik weer communiceer
Met in mijn hand het Vrije Versbanier
Bewijst wel onze moed in deze sfeer
De Hun trok af naar dáár, wij zijn nog hier!
