De eerste helft: een nogal bleek gezicht.
Het spel dat kan geen kijker nog bekoren.
De tegenstander weet al snel te scoren,
Het defensieve gat wordt niet gedicht.

De Nederlandse ploeg lijkt veel te licht.
De fans die laten zich nog amper horen.
Er is geen druk. Er is geen drang naar voren.
Geen enkel schot wordt op het doel gericht.

Maar na de rust begint de leeuw te brullen
En raken de kanaries uit hun doen
Door prachtig spel en goals om van te smullen.

Door dit gezicht gelooft het legioen
Dat Nederland zijn droomwens kan vervullen:
Oranje wordt de wereldkampioen!
Hij had een veelbewogen levensloop.
De lang verwachte. De gebenedijde.
Hij kwam en gaf een wielernatie hoop.

Zijn palmares is één om te benijden
Hij heeft die later toch maar zelf verpest
toen hij zich tot de snoeppot liet verleiden

Voor topsport is die zoetigheid funest
Het was zijn hulpmotor (met drank en vrouwen)
Hij werd nooit één keer positief getest.

Dan neemt de dood hem smerig in zijn klauwen
in Huize Maison Bleue te Senegal.
Een bloedprop doet de longaders vernauwen 

Zijn wielerloopbaan had een groot verval.
Hij stierf als wielergod aan lagerwal. 

 


(de Volkskrant, interview met de journalist Benjamin Skinner)



Ho, ho, ho: áfblijven!
Even geduld meneer
Voordat ik dienstbaar
Genoegen verschaf

Toont u mij eerst maar uw
Veiligeklantenkaart
Heeft u niet zeker?
Dat druipt er van af

Mijn bessen zullen nooit tot wasdom komen,
want in mijn tuin zijn merel, duif en mus.
Die vinden hier het toetje van hun dromen
en door hun aller vraatzucht komt het dus.

De mussen komen meestal met zijn allen.
De merels komen liever één voor één.
De duiven zijn bijzondere gevallen:
die eisen heel de boom voor zich alleen.

Bij aankomst eet de duif een enkel besje,
dan gaat hij zitten wachten in de top
en elke vreemde duif leert hij een lesje,
want hij alleen eet hier de bessen op.

Ben jij een mus die het geluk wil delen?
Of juist een merel die graag stil geniet?
Of toch een duif die niemand echt kan velen
en ieder ander als bedreiging ziet?
Als alle dieren morgen konden praten
En elke deling werd een priemgetal
Als doughnuts vierkant waren zonder gaten
En oorlog was nog maar een grensgeval

Als bomen konden lopen in de straten
En ieder kind kon spelen met een bal
Als er geen kosten waren maar slechts baten
En van extase maakte men een mal

Als zelfs de dood ons vredig had verlaten
En alles dreef in een verlicht heelal
Ook dan verkeerde hij in alle staten
En dwepend dweilde hij zijn tranendal
In ’t klooster wordt er altijd hard gewerkt
De broeders wassen, drogen , boenen, soppen
Het werk dat moet gedaan is onbeperkt
Men denkt zelfs als het schemert niet aan stoppen

De broeders wassen, drogen , boenen, soppen
Dan is er ook het werk nog in het veld
Men denkt zelfs tijdens schemer niet aan stoppen
Zolang niet voor de metten is gebeld

Dan is er ook het werk nog in het veld
Ze moeten schoffelen en onkruid wieden
Zolang niet voor de metten is gebeld
Ja, monniken zijn ijverige lieden

Ze moeten schoffelen en onkruid wieden
Ze produceren als bekend abdijsiroop
Ja, monniken zijn ijverige lieden
En zetten de abdijsiroop te koop

Ze produceren als bekend abdijsiroop
Ze volgen heel zorgvuldig het brevier
En zetten de abdijsiroop te koop
En drinken van het zelfgebrouwen bier

Ze volgen heel zorgvuldig het brevier
Het werk dat moet gedaan is onbeperkt
En drinken van het zelfgebrouwen bier
In ’t klooster wordt er altijd hard gewerkt

Er stond een kabouter op de stoep
Met zijn voetje vast in de hondepoep
Het ventje keek mij smekend aan
Maar ik liep door. Wat ging mij dat aan?

Ja sorry, maar ik ga me met dit weer niet uitsloven.

‘Sint Michaël zei: “Jeanne, wees niet bedeesd
verlos het land, je wordt alom gevreesd!”
Toch denk ik, nu mijn broek begint te branden:
het is de stem van Lucifer geweest.’

Er was eens een rijmende Zwitser
Die sprak steeds maar bitser en bitser
Van verskundig belang
Nou hij gaat maar zijn gang
Maar ik vind een limerick blitser

Ik woon aan de oevers der Zenne,
die heerlijke Brusselse vliet,
elders kan ik niet wennen:
ik vind er mijn gading niet

Eens baadde ik zon op haar boorden
en droomde van Brussels verleên
toen sprak ik deze woorden,
beroerend het nat met mijn teen:

“O, Gij welriekende Zenne,
“Vertel mij van onze stad
“Bijvoorbeeld van Grote Mennen
“Die Brussel vroeger bezat.

“Vertel mij iets van de dagen
“Toen gij getuige waart
“Van oorlogen en tegenslagen,
"Verwoesting te vuur en te zwaard.

“Van de Hollandse bezetting,
“Van België’s moedig verzet,
“Van de Vrijheid aan de ketting
“En hoe die dan toch werd gered."

Toen antwoordde zij verlegen:
“Je m’excuse, heu... ekskuzeert...
 “Jadis je parlais ta langue,
“Maar heb die sindsdien verleerd.”

Ik bad er dikwijls om maar werd nooit bader –
een kinderklomp is zomaar nog geen schoener –
ik was des duivels maar toch zelden Moener
dan hij die droogte treft als ware wader.

Bij welke daden noemt men mij een doener?
Wat deed ik ooit om door te gaan als dader?
Dè daad, roept u, maar nee, aan mij geen vader
wat dat betreft ben ik toch meer een zoener.

En bij het water zat ik aan het kader
maar trof het slecht, mijn maat was een lauwloener
en lachte als een echte ha-ha-hader.

Toch werd de prille lente stilaan groener
en vloeide mij de Eden door de ader:
ik waande mij Jan Pieterszoon, maar koener.

Ze heeft daar naast de ingang postgevat
en ik ontkom er niet aan haar te groeten.
Heeft zij verloren of nooit iets gehad?
Ze heeft daar naast de ingang postgevat.
Ik hoef het niet te weten, hoe of wat,
waarom zij in dit leven zo moet boeten.
Ze heeft daar naast de ingang postgevat
en ik ontkom er niet aan haar te groeten.

 

De klokken zullen voor Dick Bruna beieren
Wie kan er aan zijn prachtkonijntje tippen?
Een cirkel en een kruisje en twee stippen:
Hij is ook goed in boter-kaas-en-eieren

Ik vind je werkelijk een wereldvent
Je bent de droomman uit mijn fantasieën
In mij geïnteresseerd, oprecht attent
Met jou geniet ik echt van elke moment
Je stem klinkt fraai als duizend symfonieën

Ooit zonk de moed mij naar mijn jonge knieën
Toen ik vernam dat jij al zestig bent
Getrouwd en al sinds tijden met zijn drieën
Met zoon - Er zijn wel slechtere kopieën
Al mist jouw jonge versie veel talent -

Wat erg veel goed maakt, dat is vaderdag
Omdat ik jou dan lekker zoenen mag


Hij zag de wereld als een ‘stad der blinden’,
Geloofde absoluut niet in een god
Want net als geld maakt godsdienst veel kapot
Als monsters die de maatschappij verslinden.

De armoe die hij jong moest ondervinden
En hoe de landarbeider werd geknot,
Het roerde hem en moest wel leiden tot
Geschriften over al wat hem niet zinde.

Zijn vaardigheid als romancier was groot:
Hij kreeg de prijs der literaire prijzen
En maakte vele lezers deelgenoot.

Hij wilde hen een soort van uitweg wijzen.
Nu is de schrijver Saramago dood
Maar in zijn werken zal hij weer verrijzen.
Ik zal het uitleggen:
‘Wie het nu nog niet snapt
zal ik het uitleggen’
In deze zin

is regel twee dus de
meewerkendvoorwerpzin;
van het ontleden is
dit het begin.


Zolang men op de vuvuzela blaast,
-Een zwaar geluid dat niet valt te negeren
Bij elke bal, al gaat die ook ver naast-
Zal Koning Voetbal over ons regeren.

Zolang Oranje op de titel aast
En kans bestaat dat het zal triomferen
Verkeert het halve volk in hoger sferen
En raakt, zo lijkt het wel, nooit uitgeraasd.

Toch weet je: binnenkort dan keert het tij,
Dan komt het legioen weer snel bij zinnen
En is, helaas, de euforie voorbij.

Ook deze keer zal Nederland niet winnen.
Maar over vier jaar zal de dromerij
Gewoon opnieuw van voor af aan beginnen.

De toekomst van de kunst is ongewis:
ze heeft geen waarde van betekenis
zo is nu vastgesteld door economen
die ook nog tot de slotsom zijn gekomen
dat alles zonder waarde weerloos is.

Je kunt het toch het beste zelf ervaren
die rust op zondagmorgen bij de vaart
Ik wil het zonlicht voelen in mijn haren
Ik wil niet langer toeven bij de haard

Je ziet een visser naar zijn dobber staren
Zijn trouwe pitbull kwispelt met zijn staart
Er wandelen verdwaalde minneparen
Een paardenmeisje knuffelt met haar paard

Een restaurantje adverteert zijn waren,
de handel van de slaperige waard
Omdat het nog te vroeg is voor tartaren
bestel ik koffie met een stukje taart

Ineens scheurt er een speedboot door de baren
Ik schrik van alle onrust die dat baart
Lifestyle en leefgenot
Glossy reclamewerk
Hype rond de woontuin
Vind ik maar toktok

Gisteren zag ik een
Spiksplinternieuwigheid:
Kelders voor onder je
Tuinkeukenblok!

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Nijd

Adam
Pxhere.com
 
De zesde dag zal God een mens creëren
Uit klei, naar Zijn gelijkenis boetseren
Maar Adam blijkt welhaast een aap gelijk
 
Uit puur chagrijn heeft Jahweh heel de nacht
Verwoed aan mens.2 gewerkt, en kijk
Er rijst een hemels wezen uit het slijk
 
Als Schepper heeft Hij Zijn genie bewezen
Met Eva, die bevallig naar Hem lacht
Uitdagend in haar nooit geziene pracht
 
Ze heeft een fijn gelaat, haar huid is glad
Wordt daar door Adam gretig om geprezen
Wiens roede opgewonden is gerezen
 
Uit nijd dat hij iets heeft wat zij graag had
Bedekt ze beider kruis met vijgenblad