Het schoolbusje staat klaar om af te reizen.
Sue wuift. De kleine Tommie glundert fel.
De meester ook: vandaag geen onderwijzen!

Hoe mooi is de natuur, hoe blij het spel
Maar alle pret is in één klap verzwonden
Want Prisc en Fan ontbreken op 't appèl!

Priscilla wordt, in shock, gauw weergevonden
Van Fanny een verminkte schoen, zodus...
De kinderschaar wordt rap naar huis gezonden

Plots glijdt een schaduw langs de autobus -
O wangedrocht! De passagiertjes ijzen:
Een buitenmaatse pterodactylus!

Een kernbom ondergronds. Routinezaak.
Uur nul. De basis beeft. Gejuich weerklinkt:
"Als daar de vijand zat, dan was het raak!"


Maar 't is of Mike in somberheid verzinkt...
Hij heeft, als seismoloog, iets vreemds vernomen:
Het bar gekrijs van een gekweld instinct

Als had de helse straling der atomen
Door katalyses, onverklaarbaar nog
Een ondier weer tot leven laten komen

En 's avonds, thuis, vraagt Sue: "Wat heb je toch?"
En Tommie roept: "Zag daddy soms een draak?"
"Welnee", grijnst Mike, want draken zijn bedrog.

Er werd alleen wat heen en weer gekeken,
we stonden maar en zwegen op niveau.
Ik miste al die jaren een bon mot
om vrouwen op het schoolplein aan te spreken.

Ik kreeg om deze stilte te doorbreken
van iemand echt een wereldtip cadeau:
ga naast ze staan en zeg alleen maar: ‘Zo…’
Het werkt, dat is inmiddels wel gebleken.

Zo’n simpel woordje, kort en ongericht;
het blijkt de sleutel tot de zwaarste deuren.
Zo zie ik elke dag opnieuw gebeuren
hoe glans verschijnt op zo’n vermoeid gezicht.
 
En heb ik soms genoeg van al dat zeuren
dan laat ik lekker al die deuren dicht.

  

 

‘Nu gaan we aftrekken!’
Bartjens de schoolmeester
Snelde verhit naar
De lerarenplee

Steeds weer die aanblik van
Naveldoorborende
Piercings valt menige leerkracht
Niet mee





De Musical Awards, dat is een feest
Van strikjes, inteelt en consumptiebonnen
Ik ben er twee à drie keer heengeweest
En heb er twee à drie keer niets gewonnen

Veel fotografen: je poseert gedwee
En één week later schrijft dan – grote goden!
Een klerennicht in Story of Privé:
“De smoking van De Wijs was uit de mode”

De show begint, de presentator zeurt
De zaal zit vol Bekende Nederlanders
En is jouw discipline aan de beurt
Dan gaat de mooie prijs naar iemand anders

Het is oneerlijk, het is flauwekul
Maar je mag niet bedroefd om je verlies zijn
Nee, je moet zeggen: “Dik verdiend, hoor, lul”
En lachen als een platenboer met kiespijn

De winnaar haalt een briefje uit z’n zak
En dankt de halve wereldbol – op jou na:
Joop, Jaap, Jan, Jip en Janneke en Jacques
Teun, Tim en Tom, kortom: de hele sauna

Langs brede trappen komt een hele bups
Van musicaltalenten naar beneden
Dat hupst en hupst in radeloos gehups
Tot in de eeuwigheid der eeuwigheden

De Musical Awards, een fenomeen
Maar ik verklaar hier voor de goede orde:
Ik ga er in de toekomst vast weer heen
Oh ja! Zodra ik homo ben geworden! 

 

‘Dit is zeer netelig!’
Willem de Stadhouder
Poederde zorgzaam
Zijn werkweekse pruik

Zondags dan droeg hij een
Extravagantere
Die is bij Beatrix
Nóg In gebruik

Een poes te Katwijk zei tevree:
ik word gediend door trouwe mensen,
ze zijn gehoorzaam en gedwee
en zij vervullen al mijn wensen.

Ze rieken wel een beetje raar
door al die rotzooi die ze bikken,
en hun gedrag is soms bizar,
vooral met vegers en met blikken.

Ze spelen ook teveel met water
en liggen heel de nacht in bed,
soms hindert mij hun dwaas gesnater,
en dat geboen op het parket.

van één ding word ik vreeslijk moe:
wat hébben zij toch met die deuren?
die doen ze bijna altijd toe!
daar wil ik wel eens over zeuren.

Soms lopen ze mijn drinkbak om
en moet ik hun muziek verdragen.
Afijn, ‘t zijn mensen, en dus dom.
Je moet er niet teveel aan vragen.

Men roemt de harde wetten van de sport
De wetten van de Spelen zijn gemener
Sven Kramer schaatste iedereen aan gort
En toen verloor hij kansloos van zijn trainer
Hoeveel dronkenschappen zijn uitgebleven
vanwege mijn chronisch tekort aan geld
denk ik, de pinda’s etend die zij pelt
en hoeveel gedichten heb ik geschreven

in dit tijdsbestek door droogte omgeven?                  
Ik weet het niet, ik heb ze niet geteld
wel zijn er inmiddels bundels besteld
en is de armoe ietwat afgedreven

maar toch, een vetpot zal dit nimmer worden
dus wissel ik schrijven af met het doen
van klussen, zoals het wassen van borden

en dergelijke, gewoon om de poen.           
Intussen hoop ik op een nieuwe orde
en draag ik voor, voor wat wijn en een zoen.
Ik heb eens voor een opblaaspop
Garnalen zitten pellen
Daar mag ik met een slokkie op
Graag uren van vertellen

Ik heb eens met een jerrycan
Door Tunis lopen leuren
Daar kan ik als ik dronken ben
Geweldig over zeuren

Ik heb een keer bij sjieke lui
Diep in m’n neus gepeuterd
Daar kom ik een zatte bui
Niet over uitgeleuterd

Ik heb een keertje in Phnom Penh
Een beo leren praten
Maar aangezien ik nuchter ben
Wou ik het hierbij laten

De lange busreis was het meer dan waard
Nu loop ik hier van Sent naar Vná en Tchlin
En elke nieuwe bergtop lijkt weer spitser –
Dit land heb ik al zo lang willen zien

Het uitzicht is gewoon een prentbriefkaart
de huisjes zijn wat popperig misschien
en menig autochtoon wordt al maar bitser
nu iedereen zijn mooie land wil zien

Maar klagen ligt gewoon niet in mijn aard
Al ging ik kopje onder in de Inn
Waardoor mijn nieuwe camera (mét flitser)
Niet veel meer van dit land kan laten zien

Een telg van hier is nu bij ons vermaard
Al bleef hij, ook uit overtuiging, Zwitser
Het doet me deugd zijn land een keer te zien

               
 

‘Ik sta met ring en rozentuil paraat’
Wat ben je ook een ouwe imbeciel
‘wanneer u straks weer op de roltrap staat’.

Nou beste vriend, de kansen zijn nihil.
Ik heb je wel zien kwijlen geile bok.
Daar naast de roltrap in je scootmobiel.

Jij loopt hooguit op wielen of met stok.
Waarom denk jij nou dat ik jou verdien?
Met dat gezwets van engel, ouwe sok.

Al was ‘t verbazend dat je mij kon zien.
Jij met die brillenglazen van -10

Olumpisch rap van tong
was teute Erica,
haar stem die zwom en zong;
een beetje dom, ach ja.

Al denkt ze nu wellicht:
doe toch die kilo's maar,
met extra veel gewicht
valt drank iets minder zwaar.

 

‘Uw hartstocht dient onmiddellijk geblust’
Die zin spookt nu al jaren door mijn hoofd
‘ik word nog liever door een paard gekust.’

Hoe kan het dat mijn nachtrust wordt geroofd
door u mevrouw die ik nog steeds niet ken?
Ik had u graag en eeuwig trouw beloofd.

Zo’n tegenslag. Iets waar ik nooit aan wen,
ik denk aan u en krijg het weer te kwaad
en hoop dat ik niet te vrijpostig ben:

Ik sta met ring en rozentuil paraat
wanneer u straks weer op de roltrap staat.

Een poes op zoek naar prikkeling
Van zintuigen en zinnen
Ging na een dakenwandeling
Een disco-dancing binnen,

Waar zij op lichte poespasdraf
Zich rechtstreeks naar de toog begaf
En zich daar op een barkruk hees
En gin dronk als een Siamees,

Poeslief sprak zij de barman aan
Als was ze een habitué:
"Mijn beste poesjenel, welaan,
Doe mij maar nog een poescafé."

Dit vond de barman nogal kras
te meer, daar hij, van aard secuur
en volgens wet gedwongen was
te sluiten wegens 't late uur.

"Mevrouw, sprak hij, staat u me toe
Dat om politionele reden
Ik dadelijk de tent toedoe,
Ik vraag u hier vandaan te treden."

Waarop de poes: "Het spijt me zeer:
Zo ik daarin genoegen schep,
Blijf ik hier net zo lang, meneer,
Tot ik een ferme kater heb!"

‘Ik, blond, zwart jack, smacht naar Uw wederkeer’
leek nogal vaag, maar toen ik verder las:
‘tot dan voert mij die roltrap op en neer’

begreep ik dus meteen dat U het was
die zaterdag wat wazig naar me keek
dwars door een bril van duimdik plexiglas.

Nou niet bepaald de schoonheid van de week,
misschien bent U ’t zichzelf nog niet bewust
maar door uw aanblik raakte ik van streek

Uw hartstocht dient onmiddellijk geblust,
ik word nog liever door een paard gekust.

Jij, blonde engel, kwam omlaag, of nee,
een nederdalen was ’t, die zaterdag,
10-12, tien over tien, bij V&D.

Er was een kort gebaar, een oogopslag.
Een woord – het duurde maar een ademtocht –
ging hulpeloos voor mij verloren. Ach!

Nu weet ik wat ik al die jaren zocht,
mijn zon, mijn droomgodin. Hoe efemeer
de kennismaking ook, ik ben verkocht.

Ik, blond, zwart jack, smacht naar Uw wederkeer.
Tot dan voert mij die roltrap op en neer.

Praalwagen, narrenschuit
Lekker weer carnaval
Drie dagen lang ben ik
Dorstig en zot

Droogstoppels noemen mijn
Frivoliteitendrift
Duivels en zondig...
Wat schaam ik me rot!
Daar stappen ze, trots en  gewichtig
met hun borsten en neuzen vooraan,
maar doen wel op straat heel voorzichtig
alsof ze zo stuk kunnen gaan.
Met hen valt bepaald niet te spotten.
Ze dragen, lijkt het, glazen potten
Al wordt dat onhandig gedaan. 

Ze kwamen net brandschoon naar buiten,
ze zijn niet te dun of te dik.
Ze hebben beton in hun kuiten
en een ijzige kou in hun blik.
Men houdt ze voor sprookjesfiguren,
maar hun man schijnt een bank te besturen.
Dus is het niet zeker, vind ik.

Ze lopen op rails als het ware,
dus zorg dat je steeds hen ontwijkt.
En kijk eens hoe stram ze gebaren,
hoe dat op een vlaggenstok lijkt.
Ik kan me geen voorstelling maken
dat iemand hen ooit aan mag raken,
geen mens heeft dat waar ook bereikt.

Je zou kunnen denken, ’s nachts gaan ze
met jas aan en hoed op naar bed.
Daar liggen ze niet, nee, daar staan ze
en ze schamen zich op het toilet.
Men zou kunnen denken, ze schoten
het liefst alle mannen maar dood en
ze knijpen nog in hun skelet.

Het is of ze koninklijk zweven,
maar mij neemt men niet bij de neus:
de dames doen uiterst verheven
en zijn ook van glas, maar niet heus!
Je kunt ze als andere meiden
best doorhebben, slaan en verleiden.
Dan neem je hen pas serieus.

Een vertaling door Driek van Wissen van Ganz besonders feine Damen uit de bundel Lyrische Hausapotheke van Erich Kästner.

 

 

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Poldervigilante



De boer wordt wakker, ziet zijn schuurdeur open
Een wilde woede daalt er in hem neer
Hij grijpt meteen zijn dubbelloopsgeweer
En laadt naar buiten dravend beide lopen

Enfin, hij achterhaalt de trekkerrover
En haalt onmiddellijk de trekker over