Daar sta je dan ... Je hoorde zoiets nog niet eens in je dromen
Daar is ’t dan
Het lied dat er aan zat te komen is eindelijk hier
Ben je mooi klaar mee
Moet dit nou echt zo zijn?
Daar sta je dan
Al zo vaak geacteerd in je leven
Maar het valt zwaar hier beleefd bij te blijven
Je was van plan
Om een blijk van waardering te geven
Na één couplet zit dat nummer je echter tot hier
Maar kijk om je heen
We lijden met je mee
Met z’n allen eensgezind
Horen wij dit kutlied aan
Elke regel die de tenen zo kromt
’t Is zoals die nummers gaan
En je weet steeds wat er komt
Dat zo’n lied niks oorspronkelijks heeft
Eén lied voor velen
Die hun forse kritiek samen delen
Eén lied, veel mensen
Die de makers de tyfus toewensen
Zij aan zij, onverveerd
Samen met jou dit lied getrotseerd
Tot het laatste refrein
Onze weerstand is groot
Om zo’n gemankeerd
Dood geesteskind
Wie de pa of de ma
Van dit lied is heeft ons eeuwig tegen
Maar we hebben dit lied doorstaan
Ik had er graag wat aan gedaan
Opdat dit lied nooit door was gegaan
Ewbank gewurgd met m’n blote handen
Deckers gedumpt in de oceaan
Maar dat had je dus gedroomd
Had je tevergeefs verlangd
Ze bleven breien tot het waar geworden was
Een veelbesproken tijdverlies
Gebracht als koorts die ons bevangt
Het bleef maar doorgaan tot je gaar geworden was
Ik zal strijden als ’n leeuw
Op m’n Twitter en FB
Vul verbeten m’n tijdlijn ermee
De W van Walging
’n Vinger in je strot, kom op
De W van Walging
’n Vinger in je strot, kom op
De W van Walging en de W van Wij
Wij die zijn met dit lied niet blij
De W van Wanrijm waar we niet voor wijken
Die met ’n orkest
Wel valt weg te strijken
De W van Woorden die we wrochten
Tot Wezenlijke Wangedrochten
De W van Willem, de W van Wever
Die ik lever
En klonk Whatever maar als Whatéver
De W van Waarden die er waren
Waarvan je niets aan dat lied kunt paren
De W van Wazig, wat ’n misbaar
Wat ’n Woordbrij bij mekaar
Ja, we lijden met je mee
Met z’n allen eensgezind
Horen wij dit kutlied aan
Elke regel die de tenen zo kromt
’t Is zoals die nummers gaan
En je weet steeds wat er komt
Dat zo’n lied niks oorspronkelijks heeft
En ik denk dat jij wel droomt
En er stiekem naar verlangt
Nu heel dit nummer tot zo’n waan verworden is
Dat de bedenker van dit plan
Straks aan de hoogste boomtak hangt
Wat eenmaal wakker niet meer aan de orde is
Maar ik zal strijden als ’n leeuw
Op m’n Twitter en FB
Al bereik ik daar niet zoveel mee
Hij zag destijds het stelen van een brood
Als daad die toegestaan was voor de armen.
Hij had met wie het minder had erbarmen
En wilde hem verlossen uit zijn nood.
Ook voor wie aids had was zijn hart heel groot
En Rome 's standpunt wou hij niet omarmen.
Hij was een mens aan wie men zich kon warmen
En die slechts koud kon worden door de dood.
Maar ja, dat is nu eenmaal hoe het gaat,
Want zelfs een oude bisschop krijgt zijn kwalen.
Hij schikte zich. Hij wist dat god bestaat
En hem ooit op een goede dag zou halen.
Hij was modern en niet voor 't celibaat
Maar zal daarvoor bij god geen tol betalen.
“Wie armoe kent die steelt gerust een brood”
Een quote die wij nog lang niet zijn vergeten
Wie honger heeft die zal toch moeten eten
Daarmee sloeg Vaticaanstad uit het lood.
De herder was niet altijd even Rooms
Als pleitbezorger voor de onderkant
Zong hij een loflied op de gummiplant:
“Geen aids in Afrika! Gebruik condooms!”
Zijn lijfspreuk was ‘shalom’ in alle talen
Zijn weg was van de bodem naar omhoog
Door interreligieuze dialoog
Zien wij zijn ster tot in de hemel stralen
“En nu het celibaat nog” hoor ik klinken
Daar gaat hij boven vast een pint op drinken.
Ik wou dat ik Klimt's Kus geschilderd had
Kandinsky's Rijdend Paar, of minstens toch De tuinen van Montmartre van Van Gogh
Of anders wel Seurat's La Grande Jatte
Och, was De Schreeuw van Munch gemaakt door mij Het Meisje met de parels van Vermeer
Had ik van Appel's Oerbeest toch de eer Het laatste avondmaal van Willem Key
Had ik maar Kat en Vogel van Paul Klee
Geschilderd of Van Dongen's Vrouw met hoed
En ook was Cremer's Hollands meisje goed
Of Rembrandt's Nachtwacht, desnoods Danaë
De reden van mijn ongehoord verlangen
Ik wil graag in het Rijksmuseum hangen
Al spoot ze liters haarlak in haar haren
En dacht men zelfs dat zij van ijzer was,
Al wist ze met haar mond in een grimas
Als eerste vrouw haar eigen koers te varen
Al was ze nogal machtig vele jaren
En sloeg ze vakbondsleiders met haar tas,
Al hief ze met vriend Reagan graag het glas
En wou ze communisme dood verklaren
Ze wist dat ijzer eens gaat oxideren,
Ze wist dat haar toch op den duur vergrijst
En dat dit met geen haarlak valt te keren
Ze wist dat roem zijn tol een keertje eist
En niemand op vervlogen roem kan teren,
Ze wist dat niemand uit zijn as herrijst.
Volgens dit enthousiaste verslag is Frits Criens waarschijnlijk dood (en een broer van Ivo de Wijs) .
De hemel waar we allen stil van dromen
Is mij te zeer voorspelbaar en perfect
Er is geen wekker die je gillend wekt
Gewoon omdat je niet te laat kunt komen
Je wordt er door geen weergod beetgenomen
Er is geen kwaal of ziekte die je nekt
De tafels zijn te rijkelijk gedekt
Terwijl de drank er onbeperkt blijft stromen
En grenzeloze seks... dat boeit maar even
Want al dat wippen is snel afgezaagd
Zelfs als je partners zich volledig geven
Dus na een week heb ik bij god geklaagd
Dat ik terug wou naar het aardse leven
Zo werd ik door de maagden daar belaagd
Shawn Wayne Hughes, 32, of Kingsport, Tenn., allegedly agreed to sell his 6-year-old daughter to his grandmother in order to get bail money for his girlfriend./Kingsport Police Dept.
Zijn relaas bij de officier van justitie:
Nou kijk hè, mijn vriendin had zich misdragen
Dus schreef de rechter borgtocht in zijn boek
En ik dacht dus: aan wie moet ik dat vragen
Ik kwam dus bij justitie op bezoek
En zei daar kan ik echt niet aan beginnen
Je veegt die meid maar lekker in een hoek
Maar ja, je weet, er brandt iets diep van binnen
Hoe krijg ik nu dat vrouwtje mee naar huis
Daar moest ik dus een list op gaan verzinnen
Eerst pizza en een avond bij de buis
O ja. Ik was mijn dochter haast vergeten
Dat domme wicht was bij haar oma thuis
Dat ouwe wijf is sluw en zeer gespleten
Van haar heb ik nog bakken geld tegoed
Zij had ook heel wat kunstjes uitgevreten
Dus rook ik kansen en de geur van bloed
Die borgtocht moest zij zelf maar gaan betalen
Ik nam een pil en belde haar met spoed
Hee Oma, ik kom straks mijn dochter halen
Maar hier is wel een voorstel in de maak
Een gouden kans, dit geintje kan niet falen
Jij krijgt mijn dochter; uitgemaakte zaak
Maar daarvoor moet je duizend dollar dokken
Toen dacht zij vast: “dit is niet in de haak
Die gozer zit zijn kind weer op te fokken
Voor losgeld van zijn bedslet, da’s beroerd;
Ik bel de juut nog voor hij is vertrokken.”
Drie vrouwen hebben mij nu afgevoerd
Dus u begrijpt: ik ben voorgoed gevloerd
Mijn hart sprong op. Wat was ik opgetogen
Toen ik het op een nieuwssite had gezien:
De nieuwe anchorvrouw wordt Annechien
Als Sacha straks in mei is uitgevlogen.
Haar korte zwarte haar, haar mooie ogen,
Haar sensuele mondje bovendien,
Zij stond bij mij al hoog in de top tien.
Sinds ik haar zag, heb ik haar steeds gemogen.
Al zal ze heus de feiten niet verdraaien
Als zij het nieuws om acht uur presenteert
De wind zal vast wat aangenamer waaien.
Wanneer zij nieuwsberichten uitserveert
Dan zal de wereld zeker wat verfraaien
En raak ik, kijker, niet gedeprimeerd.
Bloot met een crucifix!
Schaamteloos kruisoffer!
Dit vindt de clerus
dus zéker geen stijl!
Echter, Hij zelf zegt: “Die
blasfeministische
escortgebeurtenis
maakt Me best geil!”
De predikanten van een kerk in het Britse Goodnestone zijn verbijsterd en geschokt door foto's die escortdame Gemma zonder toestemming maakte op het terrein van de kerk. Daarop is zij te zien, gedrapeerd om een altaar met een crucifix in haar hand en op een grafsteen, eveneens met crucifix.
Oh, kon ik Super Mario maar wezen
Een bierbuik - en dan toch een superheld !
Ook vindt hij steeds gewoon op straat zijn geld ... En zie: hij hoeft de dood niet eens te vrezen
Hij stierf al meer dan honderdduizend keer
En toch ziet hij er beter uit, steeds weer
(Tekening Jos Colignon in de Volkskrant van vandaag)
Minister Dijsselbloem
heeft iets verkeerds gezegd,
iets wat is uitgelegd
als weg naar hel en doem.
En zo vergleed ’s mans roem,
misschien niet eens terecht.
De rode godenzoon
begreep niet goed de vraag.
Hij kende “template” vaag,
maar wist niets van sjabloon.
Nu treft hem enkel hoon;
hij krijgt de volle laag.
Heb je alles
voor het seideravondmaal?
Duizend Matzes,
liters niet te dure wijn.
Neem je ook mee
kruiden met een bittere smaak?
Bord, bestek en
denk erom op tijd te zijn.
Voor je weet is het te laat.
We kennen Heinz Polzer als de eloquente zingende doctorandus, als de componist van talrijke melodieën, die ongeëvenaard zijn in muzikale stijlopvatting, steeds weer zoekend en tastend in de menselijke culturen van eeuwen naar syntheses, die pasten bij de voor hem van levensbelang zijnde expressie in zijn gevecht met de taal en de muziek der Sferen. Een nooit opgegeven strijd, altijd als Jacob, worstelend met de engel bij de rivier de Jabbok - zoals dat zo meesterlijk op het doek is vastgelegd door Dorbona in zijn Jacob, worstelend met de engel bij de rivier de Jabbok -, waardoor een voor ons land ongekend oeuvre tot stand kwam, dat slechts te vergelijken is met dat van Duclot, Streichmacher of Feodor Vladimir Larrovitch.