Beste Theo
S. van Labbertong




 

 

 

.



Hij kon het saaiste weer nog spannend maken
En keek er doorgaans ook zo vrolijk bij.
Kwam er een lagedrukgebied langszij
Dan zag je hem vaak opgewonden raken.

Hij was voor vele kijkers als een baken
Die ook bij dichte mist of woest getij
Met veel gebaren en een woordenbrij
Een helder beeld gaf van de stand van zaken.

Het weer, helaas, zal nooit zo leuk meer zijn
Nu Erwin van de beeldbuis gaat verdwijnen.
Zijn afscheid doet ons Nederlanders pijn.

Zal zonder hem de zon nog wel gaan schijnen?
Of wint het noodweer meer en meer terrein
En jaagt het ons voorgoed in de gordijnen?



Kies nu voor eigenheid!
Herberg Het Heksenheul
Voert u terug naar
De zestiende eeuw

Zo kreeg ik pas nog een
Olipodrigopot
Inclusief schimmels
Als straatvuile sneeuw



 

Je kunt als mens dwars door de dampkring gaan
En voorts gewichtloos door de ruimte zweven.
Je kunt je in een ruimteschip begeven
Waarmee je zelfs kunt landen op de maan.

Als eerste mens raakt hij de maangrond aan
En kan, door zucht naar kennis voortgedreven
Gaan onderzoeken of men er kan leven
Of hoe zo'n hemellichaam is ontstaan.

Maar als je op de maan hebt rondgelopen
En iedereen op aarde kent jouw naam
Dan mag je nog niet op genade hopen.
 
Al heb je na zo'n reuzenstap veel faam
De dood valt ook door jou niet om te kopen
Maar klopt, als hij het tijd vindt, op jouw raam. 

 





Ze zijn zo anders. Hij dweept met zijn drumstel
en ramt verwoed hun woning tot een hel.
Zij houdt van stilte, landschapsschoon, zon, kust.
Heeft zij het naar haar zin: in hem raast onrust.

Bij hem moet alles haastig, terasnel,
nooit krijgt ze een fatsoenlijk voor- of naspel.
Zij hecht aan kaarslicht, knus en feeëriek,
hij vindt dat dom gefleem en noemt haar dweepziek.

Al passen ze volstrekt niet bij elkaar,
toch vormen ze al dertig jaar een echtpaar.
Door schrikkelrijm verwerd hun echt tot treurlied:
één baalt terwijl de ander juist geniet!



 






Ik concentreer me op mijn ademhaling,
maar hoor het suizen van "the plane".
Je vangt hierboven veel meer straling,
maar aan dat feit heb ik nu maling;
da’s niet zo erg in ’t algemeen.

We vliegen over alles heen;
dat blijft nog zo tot na de daling.
Ik hoop nu enkel en alleen
dat wij niet vallen als een steen;
dan blijkt zo’n vliegreis toch een dwaling.

Straks sta ik met mijn beide benen
op verre buitenlandse grond.
De angst voor vliegen is verdwenen.
Ik zeg dat ik het spannend vond.

Geschreven op 30.000 voet boven de Atlantische Oceaan




 



wat een gedoe nu weer
is ie weer jarig dan?
help, ik ga gooien
met slingers en taart

ik zet een streepje bij
2019
dan wordt hij honderd
dàt is pas bejaard

[youtube]7fvOWIEt_Vg[/youtube]




 

 

 

                                                                                                                                          


Wat? Drieënnegentig?
Wel een aubade waard!
Dus wordt het feestrepertoire
Luid gebruld

(Uiteraard zonder het
Langzaldielevenlied:
Die wens is dunkt ons
Al ruimschoots vervuld)


 

 





Neem karper, schelvis, wijting, brasem, heek
Een eitje, peper, suiker, matsemeel
Mix alles, laat de vis een beetje heel
Draai balletjes, voldoende voor een week

Stop graten, vellen, koppen in een pot
Met mierikswortel, ui en gelatine
Ja, zelfs de goj in Mokum en mediene
Weet: deze vissaus is “extremely hot”

De ballen stoven langzaam in het nat
Met wortel om ze later te garneren
Koel alles daarna snel voor het serveren:
Het beste voorgerecht op de sjabbat

L’chaim brider, drink toch met me mee
De fisch zwemt in de Zee van Chardonnay





Kerkelijk eerbetoon!
(Heilig getal nietwaar?)
Zingen wij allen
Een feestelijk lied!

Leve Chrétien en zijn
Contrabassistenclub!
(^%$# @$#! De klemtoon
Die klopt weer eens niet)







 

Wie dit nu zit te lezen
In plaats van op zijn gat
Te puffen in een bad
Moet wel mesjogge wezen




Heilige Moedermaagd!
Twee jaar gevangenis!
God, het is jammer
Dat God niet bestaat

En zo'n gelovige
Poetinaanbiddende
Jurkenjandoedel
Met baardmijten slaat

>

  Ik zag u ook aan 't raam in die coupe,
  Die rare blik waarmee u naar me keek.
  Ik dacht meteen: wat moet hij?en o jee!
  En raakte er behoorlijk van van streek.
 
  Gelukkig, dacht ik, zit hij in een trein
  Die met een vaart de and're kant uit gaat.
  Stel voor dat ik een wandelaar zou zijn
  En hem hier ergens tegenkwam op straat.
 
  U noemt mijn ogen wonderdiep en klaar
  En zegt dat ik zoals een engel ben,
  Maar raakt daarmee bij mij bepaald geen snaar
  Omdat ik mannen als u heus wel ken.
 
  De vragen die u stelt vertrouw ik niet
  Want had ik wel het rijtuig opgerukt
  Dan was geen spoorwegramp gebeurd, hè Piet,
  Maar had u wel zich op mij vastgedrukt.
 
  Vervolg uw pad gerust met fletse lach
  Maar zeur daarover niet in zo'n gedicht!
  Een somberman als u die praat van 'Ach'
  Daar zou ik, Rika, nooit voor zijn gezwicht.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Eindelijk de deur uit



Het feest is op en de visite heen
Ik zit wat in mijn lege glas te turen
Van mij mag het de nacht zo verder duren
In alle stilte, helemaal alleen

Want in het tikken van de kleine uren
Verwaast de chaos spoedig naar sereen
Dat doet mijn geest veel goed in ’t algemeen
Je kunt er geen psychiater tegen huren

Het licht gaat uit bij onze overburen
Een uur geleden waren ze nog hier
Zij sherry, hij een borrel met een bier
Slap lullend over geld en afvalkuren

De klok slaat drie, ik breng mezelf een toost
~Op één jaar rust, geniet er van, en proost!~