D strttl ntwkklt zch hr n d brt ngl slcht
B ns n d strt zn d klnkrs ng stds nt glgd!

Vandaag stopt de pedopartij
Omdat zij haar steun zag verminderen
En toch is de voorzitter blij
Ook hij heeft weer tijd voor zijn kinderen

Je werk heeft weer een midweek opgeslokt
Je was er voor het krieken van de dag
En bleef tot ver na zessen aan de slag
Drie maal heb je als laatste uitgeklokt

Men heeft je met een zak vol geld gelokt
Dus heb je ook geen reden tot beklag
Jij ging voor vlugge rijkdom overstag
Je leeft je leven snel en opgefokt

Op vrijdagavond zit je doodmoe thuis
Om even te ontstressen van je baan
Staar je verslagen naar een platte buis

Juist dit moment geeft zin aan je bestaan
Je kijkt naar Jensen, krabt wat aan je kruis
En kunt er weer een weekje tegenaan

Vandaag de grote prijsvraag voor parochies
Wat zegt de bijbel over seks met jochies?

 

 

Overigens kunt u hier een aardige column lezen waaruit blijkt dat Driek van Wissen vroeger niet in de smaak viel bij katholieke priesters.

Je wou het vroeger vast met Pippi aan
Dan maakte je tenminste eens wat mee
Bij haar werd zelfs de schoonmaak dolle pret

Haar stoere vader was piraat op zee
Er stond een kist met munten naast haar bed
En dan die pakjes in haar holle boom

En kleine Witje vond je zeker vet
Het aapje Nilsson was je jongensdroom
En Pippi zelf was vrolijk en spontaan

Maar als ik naar je kijk, dan denk ik: Tja,
Die zit vast op de bank naast Annika

Het schijnt dat Des Bouvrie
Toen hij van fraude werd beticht
De cel waar hij gevangen zat
Opnieuw heeft ingericht

 

Als je z11s zuinig b&t m@ inkt
& zo e& pr8ig vers ver-kt
Dan = iets m@ de wereld m=
Dan merk je dat h@ cr== =

Toen zij hem roofden uit een oude kluis
Was dat het onverbiddelijke slot
Van ’t Franse Merovingisch koningshuis

Dat stamde af van Jezus, dus van God
De Graal die vormde hiervan het bewijs
Die diefstal was een duivels, hels complot!’”

Die beker maakte dus een hele reis
Dat zie je dan ook aan het ding wel af
Maar zijn geheim geef ik aan niemand prijs!

Ik heb hem nu, dus zwijg ik als het graf
Want ik stam rechtstreeks van de Duivel af!

 

Hij was, zo bleek hieruit, een Tempelier
Ze hebben hem flink in elkaar getrapt
Hij brulde na de diefstal nog:”Geef hier!

Ik stal dat van een Johannieterabt!
Die had hem weer verkregen door een roof
En ooit bij de Katharen weggegapt

Die beker was symbool van hun geloof!
Zij stalen hem van Ridders van het Kruis:
Die hielden zich voor jammerklachten doof

Toen zij hem roofden uit een oude kluis
Van ’t Franse Merovingisch koningshuis

 

 

Ik heb hem nu al meer dan veertig jaar
Toen werd ik in een sekte ingewijd
En kreeg hem van een ex-vrijmetselaar

Die jaren deze sekte had geleid
Maar voelde dat zijn stervensuur nu kwam
Vlak voor hij stierf kon hij nog net dit kwijt:

‘De Graal, die ik de Opperraad ontnam
Was ooit door hen gestolen van een Ier
Gekleed in een habijt met monogram

Hij was, zo bleek hieruit, een Tempelier
Hij brulde na de diefstal nog: ‘Geef hier!’

 

Hij oogt niet echt bijzonder, die bokaal
En staat daar wat verloren in mijn kast
Geen mens vermoedt dat dit hem is: de Graal!

Soms schenk ik er wel drank in voor een gast
Maar daar ik zwijg, heeft die geen flauw benul
Ik word tóch al versleten voor fantast

Zodat ik stil mijn Wachtersrol vervul
Ik klem mijn tanden stevig op elkaar
Zodat ik niemand mijn Geheim onthul

Ik heb hem nu al meer dan veertig jaar
En kreeg hem van een ex-vrijmetselaar

 

 

Vreemde bijkomstigheid!
Otto von Guericke
Is door het Lot
Op een goudmijn gestuit

Tijdens zijn werk aan een
Potentiaalmeter
Vond hij bij toeval
De schoenveter uit

Hier sta ik dan, met één been in het graf
Er groeien levervlekken op mijn wallen
En mijn prostaat is net een skippybal

Ik heb een pens alsof ik moet bevallen
(Mijn kleren koop ik nu bij Prénatal)
En mijn geheugen is een gatenkaas

Ik ben, kortom, nogal een triest geval
En meer dan dit zit er niet in, helaas
Er rest mij slechts een lange rit bergaf

Men zegt dat het bij veertig pas begint
Ik hoop dat het een spoedig einde vindt
En zo vergleed alweer in de memorie
Een onvervangbaar stukje prehistorie

Er woont een kip te Anderlecht
Die altijd bij een ander legt,
Zelf kan ze niet aan 't broeden gaan:
Ze reist te dikwijls naar Den Haan.

En zo verliest hij Tommie uit het oog.
Paniek opeens! Het kind rent door de zalen!
Maar Tommie blijkt een monsterpsycholoog:

De kast met de fossiele eierschalen
Is reeds verbrijzeld. Kortsluiting sproeit vonken.
Het beest wil op het legsel nederdalen!

Doch nooit zal 't reuzendier met jongen pronken
Het broed blijkt puin! Het uit een kreet van wee:
Een vlerk vat vuur! Het fladdert zwijmeldronken

En Tommie maakt ontzet het einde mee:
Nog even komt het akelig omhoog!
Maar zakt dan huilend in de vlammenzee...
Alarm! Des Moines krijgt kwalijke visite.
Twee jagers klimmen naar een luchtgevecht...
Zien kans het monster duchtig te beschieten!

Vergeefs nochtans - het pleit is gauw beslecht
(Het creatuur vreet blijkbaar ook piloten)
Het knakt een brug! de stad wordt lamgelegd

Weer komt het in de aanval, onverdroten
Nu op het geologisch instituut!
't Wordt gauw ontruimd, de buurt wordt afgesloten

Het monster sloopt het dak reeds, resoluut -
"Dit lijkt wel wraak", zucht Mike, "zo staan we quitte...
Of niet?!" Zijn angst neemt toe met de minuut

Het schoolbusje staat klaar om af te reizen.
Sue wuift. De kleine Tommie glundert fel.
De meester ook: vandaag geen onderwijzen!

Hoe mooi is de natuur, hoe blij het spel
Maar alle pret is in één klap verzwonden
Want Prisc en Fan ontbreken op 't appèl!

Priscilla wordt, in shock, gauw weergevonden
Van Fanny een verminkte schoen, zodus...
De kinderschaar wordt rap naar huis gezonden

Plots glijdt een schaduw langs de autobus -
O wangedrocht! De passagiertjes ijzen:
Een buitenmaatse pterodactylus!

Een kernbom ondergronds. Routinezaak.
Uur nul. De basis beeft. Gejuich weerklinkt:
"Als daar de vijand zat, dan was het raak!"


Maar 't is of Mike in somberheid verzinkt...
Hij heeft, als seismoloog, iets vreemds vernomen:
Het bar gekrijs van een gekweld instinct

Als had de helse straling der atomen
Door katalyses, onverklaarbaar nog
Een ondier weer tot leven laten komen

En 's avonds, thuis, vraagt Sue: "Wat heb je toch?"
En Tommie roept: "Zag daddy soms een draak?"
"Welnee", grijnst Mike, want draken zijn bedrog.

Er werd alleen wat heen en weer gekeken,
we stonden maar en zwegen op niveau.
Ik miste al die jaren een bon mot
om vrouwen op het schoolplein aan te spreken.

Ik kreeg om deze stilte te doorbreken
van iemand echt een wereldtip cadeau:
ga naast ze staan en zeg alleen maar: ‘Zo…’
Het werkt, dat is inmiddels wel gebleken.

Zo’n simpel woordje, kort en ongericht;
het blijkt de sleutel tot de zwaarste deuren.
Zo zie ik elke dag opnieuw gebeuren
hoe glans verschijnt op zo’n vermoeid gezicht.
 
En heb ik soms genoeg van al dat zeuren
dan laat ik lekker al die deuren dicht.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Hondje

Isabella woont in Twello
En lijkt sprekend op haar hond
Dus diens naam is wel gegrond
Want dat beest heet Isobello