De opmaat van het verse jaar bespant
de grond met flinterdun wit vilt. De lucht
kneedt winterharde wolken, dicht beplant.
Een toverhazelaar pakt uit. Berucht

bericht van kale klauwen waar als vaan
een gele sjerp in hangt. Zo schel als goud
van ver. Van dichtbij zie je sterren staan,
van bloemblad, licht gekruld. Het hout blijft koud.

Kijk daar: drie spreeuwen hebben opgelet,
hun wijze kelen lachen om het fel
geluk dat plaatselijk is ingezet.

Een rijk begin op arm hout. Goed en wel
kwartier gemaakt, bewonderd, dan ontzet:
door wind van stam gejaagd – op hoog bevel.

 

 

 



In ieder einde schuilt een nieuw begin.
We tellen de seconden met zijn allen,
straks laat ik de champagnekurken knallen,
het zou dan voor het eerst zijn dat ik win.

Ik kus alvast de vrouw die ik bemin,
we wachten op de winnende getallen.
In ieder einde schuilt een nieuw begin,
We tellen de seconden met zijn allen.

Helaas, het zit er ook dit jaar niet in,
weer weten ze mijn leven te vergallen.
Ik laat mijn lot in de papierbak vallen,
wie weet heeft het op die manier nog zin:
in ieder einde schuilt een nieuw begin.



 

 








Hoe fliederefladdert
     op zoek naar zichzelve
het eenzame zielke
     door 's Heemels gewelve.

Wat fladdert ge zielke,
     met vlijtige vlerk
en spiedt ge rondomme
     in het zalige Zwerk?

"Ik zoek", sprak het zielke,
     "in licht en in schaûw
Blavatsky en Krishna
     alnevens god Lou.

'k En zocht in mijn leven
     den heiligen graal
doch vind het Hiernamaals
     maar eendlijk en kaal.

'k En zie hier geen Cayce,
     geene elementalen;
laat staan megalitische
     Kelt'se spiralen.

'k En was van heer Gurdjieff
     en Hahnemann vol,
van Tikulti-Ninurti
     en de Bardo Thodol.

'k En dweepte met Rhâdârâm
     Sita Lakhsmi,
de Maitreya, Sai Baba
     en de theosofie.

'k En deed aan I Tjing
     de Tarot, las de Veda.
Als sjamaan smookte ik gers;
     ja, ik wérd Castaneda!

'k En las geeren Sheldrake
     en was fier epigoon
van Hubbard, Adamski;
     ja, zelfs van Piet Vroon.

Maar nu? Zelfs geen Helle
     geen Eeuwige Brand.
'k En heb hier geene moer
     aan Emile Ratelband.

Geen chakra's, geen Alfa
     geen Zen en geen prana:
't En lijkt hier verdomme
     wel net het Nirwana!" "

"Ach zielke", zoo sprak ik
     vol deernisse, "och arme
ge kunt u nochtans toch
     aan ééne troost warmen.

Het maakt alles niet uit,
     dus wat kan het u deeren:
ge zult immers varings
     weêr reïncarneren?"

eendlijk= saai
gers= gras
varings= spoedig

Het is de maand van de spiritualiteit en gisteren was de sterfdag van Guido Gezelle, dus we slaan maar eens twee vliegen in één klap.





 

Alsof de kunst genadeloosheid heiligt!
Donszachte dieren liggen hier als pier.
Ik wil en kan niet naar die lijken kijken.
Om zeep geholpen enkel om te pronken;
Fijt maalde blijkbaar niet om dierlijk leed.
Bewijsstuk is het van een massamoord
met voorbedachte rade, maar verjaard –
 

Linda Bolder
Liep op zolder
Met een héél héél héééél lang touw
En die knappe jonge vrouw
Heeft dat om een balk gebonden
En ze hebben haar gevonden
In haar huisje in Den Helder
Hangend in de koude kelder
Net alsof ze vredig sliep
Ach, wie hoog klimt valt heel diep

 Laat een viertal vlotte heren
- zich vervoerend in een taxi –
’t uitgaansleven prevaleren
boven arbeid, boven vlijt
weet dan: in die taxi rijdt
níet de Vrije Versredactie.
 
Hoe sterk zij er ook op lijken
ook al kon u erop zweren
laat uw boos vermoeden wijken:
slechts met werken aan hun site
vullen Jaap c.s. hun tijd
daar niets anders zij begeren.
 
Laat het gerstenat maar klokken
toon, o vrouwvolk, al uw gratie:
HA! gij kunt hen toch niet lokken
weg van ernst en wijs beleid.
Daarom, o Redactie, zijt
gij een voorbeeld voor de natie. 

Het Vrije Vers, zo konden wij bemerken,
Is sinds een tijd weer min of meer on line
Al heeft het nu nog niet zo’n fraai design
Als waar men indertijd mee placht te werken.

Dat is omdat een stel ontaarde vlerken
Als hackers in de site gedrongen zijn.
Zij konden – en dat was bepaald niet fijn-
De vrijheid van het vrije vers beperken.

Maar zie, de poëzie bleek niet te stuiten
Door hackers noch door andere schavuiten
En zeker niet die van het genre licht.

Wat men ook nog voor pijlen op ons richt
Wij komen op den duur toch weer naar buiten
En publiceren hier een nieuw gedicht.

 

Hans Manders (21 november 2011)

 

 

 

 

De maandagmorgen start, de zon
logt lichtgeel in op het systeem
van god. Een spin deleet een mot
die zijn recente netwerk hackt
en zacht klinkt streaming audio 
de oude background vogel-sound.

Reset ik mij naast bed. De slaap
is snel gewist: ik klik hem weg.
Mijn wizard scrolt zich op zijn buik,
hij droomt zich vast de grootste
host van uitgeslapen Nederland.

Een dummy brengt de kranten rond
en mieren browsen in een struik,
ze googelen naar groene luis

als ik mijn map met schrijfwerk pak:
ik dicht en hoop maar dat ik blijf
omdat ik nog met vulpen schrijf –

erger dan de valse tronie
van die gladde Berlusconi
vind ik nog die dikke zus
uit het spotje van de Plus

au! wat doen mijn oren zeer
‘Plus geeft meer!’, daar krijst ze weer
kreeg ze maar een dikke kus
van een vette autobus

zeekoe uit de Bosporus
groengejaste octopus
krijg het apelazerus
verhuis naar Sint Eustatius

Plus kan dan goedkoper zijn
ik ga toch naar Albert Heijn

 

Presentator Andries Knevel
Krijgt van mij een reprimande
Als hij praat tot gans het volk
Ja, die kerel wekt mijn wrevel
Met die wapperende handen
Lijkt hij wel een doventolk

 

 

 
Hackers en inbrekers!
Blijf bij het Vers vandaan
U wacht een wisse doch
Langzame dood
 
Volgens de gloednieuwe
Virusbestrijdingswet
Mag de redactie
Kastijden uit nood
 
De redactie dankt Arjan voor zijn vigilante bijdrage en morele steun, maar we zijn wel blij dat het forum afwezig is, want daar was vast een discussie losgebarsten of een virusbestrijdingswet strikt genomen geen wet is die handelt over het bestrijden met behulp van virussen, terwijl een viirusbestrijdingswet over het bestrijden van virussen gaat.
De redactie behoudt zich trouwens het recht voor ook te kastijden als er niet direct sprake is van nood, want die enge dominee waarnaar verwezen wordt in het vers heeft zich eruit pogen te wurmen door te zeggen dat kastijden niet per se lichamelijk hoeft te zijn.

Guus Hiddink dacht: Bekijk het daar nu even
ik steek mijn hoofd niet in een slangenkuil,
laat Ajax maar zijn eigen boontjes doppen:
noch kaars, noch bril doen goed aan deze uil.
Wel jammer, want de club gaat naar de knoppen.

Dat Cruijff en Ling de leiding maltraiteren,
de weg naar eenheid unaniem verstoppen
en zelfs niet van hun fouten willen leren
dat vind ik echt behoorlijk asociaal.

Die hoofdbestuurders, dát zijn echte heren.
Hun foute voorzet produceert Van Gaal
en Johan roept: “Wat zal ik nou beleven
ben ik hier gek en zijn zij soms normaal?"
Stap in een drol dan blijft er iets aan kleven"



Sinds ieder homostel hier trouwen kan,
mag ik hen daaglijks in de echt verbinden.
Nooit hoefde ik er doekjes om te winden:
voor mij geen huwlijk tussen vrouw en man.

Maar dat is vanaf heden een bezwaar.
Ik moet nu weg als weigerambtenaar.


 

Daar is Maria voor!
Dat is toch logisch, man
Jezus, Zijn zoon bracht hem
Immers die vrouw

Hemelse sex is ook
Godwelgevalliger
Dat zij een mens is dat
Steekt niet zo nauw


Elizabeth Bas-Boekelo

Mijn naam luidt in ’t Latijn
Lepisma saccharinum;
totaal misplaatst zou zijn
het adjectief ‘chagrinum’.

Want ik lust ieder boek,
ben dol op elke schrijver
en voel me als een snoek
in een forellenvijver.

Ik nuttig als ontbijt
bij voorkeur werk van Tachtig.
En lunch ik, dan is Feith
noch Cats me ooit te machtig.

Maar laatst had ik een deel,
een encycliek uit Rome,
dat was zelfs mij te veel
en niet om door te komen.

 
Bij het aanstaande vertrek van Berlusconi

Het hield een keertje op
Zijn plaatsje aan de top
Lijkt te vergaan
De Laars geeft hem een schop
Na maandenlang getob
Verdwijnt zijn baan

Voor deze Italiaan
Was het een mooi bestaan
Omnipotent
Sex, geld en grootheidswaan
't Ontbrak hem nergens aan
Zo decadent!

'Minister-president,
Het lijkt ons evident
En arbitraal
Dat u ontslagen bent
Er dreigt faillissement
Van de moraal'

De pers spreekt klare taal
Verspreidt op grote schaal
Per krantenkop
Nieuw feitenmateriaal
Het eind van dit verhaal:
Een schuine mop

Stuk?
Fuck!

Ik reisde tussen Zwolle en Maastricht
En nam de sprinter tot aan Amersfoort
Maar had vooraf net iets teveel gedronken

De trein ging over vele wissels voort
Mijn blaas raakte gestrest van al dat bonken
Dus ik ging naar de spoorwegemployee

Helaas! Hij vond mij lastig en beschonken
En werkte bij mijn hoge nood niet mee
Wat ik ook zei, hij hield zijn deur potdicht

De oplossing voor al mijn ongemak:
Ik vond die conducteur een grote zak

Sinds roken in de trein verboden is
Doe ik dat stiekem toch op de wc
Maar in een Sprinter roep ik ach en wee
Ik loop mijn dosis nicotine mis!

Dus conducteur, mag ik misschien zo’n plaszak
Als asbak?

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief