Er was eens een rijmende Zwitser
Die sprak steeds maar bitser en bitser
Van verskundig belang
Nou hij gaat maar zijn gang
Maar ik vind een limerick blitser

Ik woon aan de oevers der Zenne,
die heerlijke Brusselse vliet,
elders kan ik niet wennen:
ik vind er mijn gading niet

Eens baadde ik zon op haar boorden
en droomde van Brussels verleên
toen sprak ik deze woorden,
beroerend het nat met mijn teen:

“O, Gij welriekende Zenne,
“Vertel mij van onze stad
“Bijvoorbeeld van Grote Mennen
“Die Brussel vroeger bezat.

“Vertel mij iets van de dagen
“Toen gij getuige waart
“Van oorlogen en tegenslagen,
"Verwoesting te vuur en te zwaard.

“Van de Hollandse bezetting,
“Van België’s moedig verzet,
“Van de Vrijheid aan de ketting
“En hoe die dan toch werd gered."

Toen antwoordde zij verlegen:
“Je m’excuse, heu... ekskuzeert...
 “Jadis je parlais ta langue,
“Maar heb die sindsdien verleerd.”

Ik bad er dikwijls om maar werd nooit bader –
een kinderklomp is zomaar nog geen schoener –
ik was des duivels maar toch zelden Moener
dan hij die droogte treft als ware wader.

Bij welke daden noemt men mij een doener?
Wat deed ik ooit om door te gaan als dader?
Dè daad, roept u, maar nee, aan mij geen vader
wat dat betreft ben ik toch meer een zoener.

En bij het water zat ik aan het kader
maar trof het slecht, mijn maat was een lauwloener
en lachte als een echte ha-ha-hader.

Toch werd de prille lente stilaan groener
en vloeide mij de Eden door de ader:
ik waande mij Jan Pieterszoon, maar koener.

Ze heeft daar naast de ingang postgevat
en ik ontkom er niet aan haar te groeten.
Heeft zij verloren of nooit iets gehad?
Ze heeft daar naast de ingang postgevat.
Ik hoef het niet te weten, hoe of wat,
waarom zij in dit leven zo moet boeten.
Ze heeft daar naast de ingang postgevat
en ik ontkom er niet aan haar te groeten.

 

De klokken zullen voor Dick Bruna beieren
Wie kan er aan zijn prachtkonijntje tippen?
Een cirkel en een kruisje en twee stippen:
Hij is ook goed in boter-kaas-en-eieren

Ik vind je werkelijk een wereldvent
Je bent de droomman uit mijn fantasieën
In mij geïnteresseerd, oprecht attent
Met jou geniet ik echt van elke moment
Je stem klinkt fraai als duizend symfonieën

Ooit zonk de moed mij naar mijn jonge knieën
Toen ik vernam dat jij al zestig bent
Getrouwd en al sinds tijden met zijn drieën
Met zoon - Er zijn wel slechtere kopieën
Al mist jouw jonge versie veel talent -

Wat erg veel goed maakt, dat is vaderdag
Omdat ik jou dan lekker zoenen mag


Hij zag de wereld als een ‘stad der blinden’,
Geloofde absoluut niet in een god
Want net als geld maakt godsdienst veel kapot
Als monsters die de maatschappij verslinden.

De armoe die hij jong moest ondervinden
En hoe de landarbeider werd geknot,
Het roerde hem en moest wel leiden tot
Geschriften over al wat hem niet zinde.

Zijn vaardigheid als romancier was groot:
Hij kreeg de prijs der literaire prijzen
En maakte vele lezers deelgenoot.

Hij wilde hen een soort van uitweg wijzen.
Nu is de schrijver Saramago dood
Maar in zijn werken zal hij weer verrijzen.
Ik zal het uitleggen:
‘Wie het nu nog niet snapt
zal ik het uitleggen’
In deze zin

is regel twee dus de
meewerkendvoorwerpzin;
van het ontleden is
dit het begin.


Zolang men op de vuvuzela blaast,
-Een zwaar geluid dat niet valt te negeren
Bij elke bal, al gaat die ook ver naast-
Zal Koning Voetbal over ons regeren.

Zolang Oranje op de titel aast
En kans bestaat dat het zal triomferen
Verkeert het halve volk in hoger sferen
En raakt, zo lijkt het wel, nooit uitgeraasd.

Toch weet je: binnenkort dan keert het tij,
Dan komt het legioen weer snel bij zinnen
En is, helaas, de euforie voorbij.

Ook deze keer zal Nederland niet winnen.
Maar over vier jaar zal de dromerij
Gewoon opnieuw van voor af aan beginnen.

De toekomst van de kunst is ongewis:
ze heeft geen waarde van betekenis
zo is nu vastgesteld door economen
die ook nog tot de slotsom zijn gekomen
dat alles zonder waarde weerloos is.

Je kunt het toch het beste zelf ervaren
die rust op zondagmorgen bij de vaart
Ik wil het zonlicht voelen in mijn haren
Ik wil niet langer toeven bij de haard

Je ziet een visser naar zijn dobber staren
Zijn trouwe pitbull kwispelt met zijn staart
Er wandelen verdwaalde minneparen
Een paardenmeisje knuffelt met haar paard

Een restaurantje adverteert zijn waren,
de handel van de slaperige waard
Omdat het nog te vroeg is voor tartaren
bestel ik koffie met een stukje taart

Ineens scheurt er een speedboot door de baren
Ik schrik van alle onrust die dat baart
Lifestyle en leefgenot
Glossy reclamewerk
Hype rond de woontuin
Vind ik maar toktok

Gisteren zag ik een
Spiksplinternieuwigheid:
Kelders voor onder je
Tuinkeukenblok!

Hoe slapeloos zijn vaak mijn nachten
Mijn droefenis is zonder naam
Soms zit ik urenlang te wachten
Verwelkend bij een open raam

De dingen die mij eens bekoorden
Zijn saai of hebben afgedaan
Ik tuur de einder af naar oorden
Beglinsterd door de volle maan

Waar druïden maretakken snijden
Met gouden sikkels in een eik
Of waar sirenen eenhoorns weiden
In Niemandsland en Nergensdijk

Eeuwige twijfeling:
Dames en borstomvang.
Nu eens twee puntjes en
dan weer cup E.

Groot? Of is klein nu juist
erotiserender?
Vraag het mijn handen en
zit er niet mee.

Zeg bent u daar, mevrouw, mevrouw, ik dacht, ik roep maar even:
Joehoe! Het schaap Veronica stond bij de open deur.
Wie daar? riepen de dames Groen, wij hebben al gegeven,
Wat doet u hier? We willen rust en verder geen gezeur. 

Maar dames toch, ik ben het hoor, u zult mij vast herkennen,
Ik kwam vaak op visite, vroeger, voor een kopje thee.
U vond het fijn om mij met snoep en taartjes te verwennen.
De dames keken naar het schaap en schudden traag van nee.

 Nou ja, meenden de dames toen, kom toch maar even boven,
Wel voeten vegen, lieve kind, hoe heet u ook alweer?
Veronica het schaap mevrouw, het is niet te geloven,
De jaren gaan zo vlug voorbij, weet u het echt niet meer? 

Het schaap hing snel haar mantel op en kwam de suite binnen,
Ze keek oplettend om zich heen en zei wel wel, zo zo,
Er is hier niets veranderd, zeg, waar zal ik eens beginnen…
Neemt u toch plaats, mejuffrouw schaap, neem plaats in de krapo. 

Eerst was er thee met kaakjes, het gesprek viel wel wat tegen.
Het werd een uurtje later en ze kreeg een glaasje rood.
De dominee, hoe vaart hij? vroeg Veronica verlegen.
Ocharm, snikten de dames Groen, de dominee is dood. 

U moet maar gaan, klonk toen een stem, ’t is tijd voor het toilet.
De dames krijgen straks hun pil en gaan terstond naar bed.
Men zat gezellig, zondagmiddag, zonnig in de suite,
de dames Groen die breiden samen aan een wollen sjaal,
de dominee was na de dienst ontboden op visite,
het schaap Veronica dat las een boek, een reisverhaal.

Ha, zei Veronica, ik heb het altijd ergens wel geweten,
ik kom als schaap niet hier maar van daarginds heel ver vandaan,
want ooit heb ik in hoge woeste landschappen gezeten …
Ach, riep de dominee, u komt dus werkelijk van de maan?

Zeg dominee, u moet het arme schaap toch niet zo plagen,
de dames Groen die breiden ondertussen vruchtbaar door,
juffrouw Veronica heeft existentiële vragen,
dan bieden wij haar welbeleefd ons luisterende oor.

Ik lees hier, zei Veronica, met blosjes op haar wangen,
van de Faeröer, ‘t schapeneiland, mijn geboorteland!
Ik krijg opeens een groot en sterk verhuisverlangen,
ik weet het zeker, later word ik schaap en emigrant!

Je hoorde in de suite liefst een viertal naalden vallen,
de dames Groen verstijfden, werden bleker om de mond,
de dominee die wreef onder zijn bril over zijn wallen,
ze sputterden: Maar hier, bij ons, is uw geboortegrond!

Veronica riep proestend: Zo, dat was toch wel touché!
Wie wil er nog zo’n lekker bokkenpootje bij de thee?
Geschreven ter gelegenheid van de aanvaarding van de Theo Thijssen-prijs 2009.

Zeg, lieve schaap Veronica, ik wil u iets vertellen:
ik heb de Theo Thijssen-prijs gewonnen! Wist u dat?
Het stond met koeienletters in ’t Parool en de Libelle,
omdat uw moeder zaliger die prijs ook heeft gehad.

Toen heette die heel anders en ze kreeg ook minder centen,
maar ’t is nog steeds dezelfde, van de Stichting P. C. Hooft.
Ik krijg hem voor mijn tomeloze inzet en talenten.
U kunt het ze gaan vragen, hoor, als u mij niet gelooft.

O nee, ’t is niet de hoofdprijs, nee, dat heeft u fout gelezen.
Ik schreef de stichting Hooft, dat is iets deftigs in Den Haag.
Ze hebben mij een oeuvreprijs voor boeken toegewezen
en of ik wou aanvaarden. Nou, natuurlijk, zei ik, graag!

Nu moet ik in september in een nette broek verschijnen.
Dan zit ik met een strik om op een feeststoel in de zaal.
Wat ik nou graag zou willen is dat u erbij kunt zijn en
dat wij een glaasje drinken op uw moeder, allemaal!

Ach, kunt u niet? De dames Groen zijn beide zwaar verkouden?
De dominee is misselijk en u heeft allergie?  
Natuurlijk snap ik dat u dan het bed zult moet houden.
Ik wens u heel veel beterschap en ook de andere drie.

Ik stuur u wijn en whisky en een flesje aquavit,
dan drinkt u toch gezellig thúís op Annie M. G. Schmidt?



Geschreven voor Ted van Lieshout bij het verkrijgen van de Theo-Thijssenprijs:



HIEP HOI, riep 't schaap Veronica. Ted heeft de prijs gewonnen!
De grote Theo Thijssen-prijs, voor inzet en talent!
En, zegt hij zelf, met óns is het ooit allemaal begonnen...
Hoi! Er is vast geen ander schaap dat zo'n beroemdheid kent.
 
Die Ted! zeiden de dames Groen. Wij hebben 't ook gelezen.
En weet u dat ons Annie ooit diezelfde prijs eens kreeg?
Zij was de allereerste en ze werd enorm geprezen
om haar Nieuwe Impulsen, toen ze 't podium besteeg.
 
We zijn toen naar Den Haag geweest, met onze eerste oto.
We mochten op de voorste rij. De dominee in frak
en wij met dure hoedjes. Er is ergens nog een foto...
Maar zo te zien heeft Ted geen geld voor een fatsoenlijk pak!
 
Hij heeft, zo sprak de dominee, een Rijk Innerlijk Leven.
Dat had hij reeds als jongeling en nu heeft hij het nog.
Geen wonder dat hij zoveel fraaie werkjes heeft geschreven.
Eertijds al constateerde ik: Er Zingt Iets in dat joch.
 
't Is weinigen gegeven zo'n talentje te herkennen...
En nu staat er in Trouw: Hij biedt ons Hoop. Dat doet mij deugd.
Ik ga Ted schrijven! riep het schaap. Zijn hiero ergens pennen?
Ziet, zei de dominee ontroerd. Hij Inspireert de Jeugd.
 
Wie weet, juffrouw Veronica, wordt u ook literaat? 
Maar nu een glaasje port, want zo meteen komt Sesamstraat.
KIJK, zei het schaap Veronica. Die wijzer gaat bewegen…
Nou komt het vuurwerk, want nou staan de wijzers op elkaar!
Welnee, zeiden de dames Groen. Het is pas kwart voor negen.
Om twalef uur vanavond pas begint het nieuwe jaar.

De dominee sprak: Juist! Dan gaan we vuurpijlen afsteken.
Het is een prachtig jaar geweest, maar straks is het voorbij.
Laat ons dus heden onze goede voornemens bespreken,
opdat we januari in gaan met een Schone Lei.

Hè ja, zeiden de dames Groen. Men wil zich soms bezinnen,
met weemoed en een glaasje uit de zondagse karaf.
Wij namen ons net voor aan deze puzzel te beginnen.
Hij heeft tienduizend stukjes en hij moet van ’t jaar nog af.

Het schaap beloofde: Ik zal nooit meer van de kerstboom eten
en niesen doe ik voortaan altijd keurig in mijn staart.
De dominee die raadpleegde langdurig zijn geweten;
hij maakte een Geheime Lijst en wierp die in de haard.

Elf oliebollen later wees het schaap naar de pendule:
Maar nou is het toch echt zover, nou heb ik ’t goed gezien!
Kom dominee, de lucifers. Óp naar de vestibule!
Welnee, zeiden de dames Groen. Het is pas tien voor tien.

Opeens begon het buiten hard te ploffen en te knallen,
met overal gezoef, geflits, gedaver en gegil.
Ze stonden elkaar even aan te kijken met z’n allen.
Toen gniffelden de dames Groen: Ach gut, de klok staat stil.

Sjampanje! riep de dominee, bekomen van de schok.
Veel heil en zegen! En ik repareer dit jaar de klok.
Nou, zei het schaap Veronica, je kunt me veel vertellen,
maar naar de dames Groen ga ik voorlopig niet meer toe.
Ze hadden het gewaagd mij gisterochtend op te bellen
en me meteen gevraagd wat ik het komend weekend doe.

Tja, zei het schaap, ik weet het niet, ik heb nog niet veel plannen
ik dacht een rustig dagje naar mijn vrindjes in de wei.
Toen antwoordden de dames Groen: het gaat om onze mannen,
de toekomst van de natie en de hoop der maatschappij. 

Wel, dacht het schaap Veronica ik moet de dames helpen
– een schaap is als er oorlog dreigt tot elk gevecht in staat
en kan als een volleerd verpleegster zelfs een bloeding stelpen –
ze holde naar de Lindelaan en meldde zich paraat. 

Daar stonden onze dames Groen te wieb’len op een steiger,
met vlaggen en gierlandes en ze joelden huizenhoog,
met mal-oranje petjes op en op hun buik een tijger;
de dominee zong psalmen in oranje bef en toog. 

Hier stond het arme schaap, de hele laan kleurde oranje.
Wa-wat kreunde Veronica, wat is hier aan de hand?
Hup hup, hebt u dan niet gehoord van onze steunkampanje:
wij gaan de straat versieren voor een foto in de krant. 

Een schaap kan zóveel hebben, zei Veronica ontdaan;
ze is toen van de weeromstuit meteen naar huis gegaan.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Welkom in Oostenrijk

Welkom in Oostenrijk
Gastvrij toeristenland
Schuhplattler, Dirndls!
Of nee, da’s gezeur 

Doet u mij liever de
Abominabele
Fritzl! En Priklopil!
Díe brengen kleur!


Welkom in Oostenrijk