Wij willen kerken en zelfs kathedralen.
Wij willen graag een recreatieplas.
Want bouwen willen we, maar ook natuur. 

Wij willen zondag, soms met winkeltas.
Wij willen leven, ongeacht het uur.
Wij willen herten en wij wilden zwijnen.

Wij willen een museum voor cultuur.
Wij willen dansen op de grote pleinen.
En 's avonds laat dan willen we verdwalen.

Zo willen wij in Ede nogal wat;
ons dorp verdient een dichter voor die stad.


Vandaag kiest Ede (befaamd om zijn bruikbaarheid in kruiswoordraadsels) een eigen stadsdichter in Cultura, om 20.00 uur. Acht kandidaten strijden om de eer, onze zeer gewaardeerde Hetvrijeversmederker Arjan Keene is een van hen en hierboven staat zijn sollicitatiegedicht. Willen de HVV-enthousiastelingen die hem vanavond gaan aanmoedigen hun auto wél buiten het stadscentrum parkeren? Dit om hopeloze verstoppingen te voorkomen.

 

Het gedicht 'Grijs' van Inge blijft hardnekkig zwart/wit. Wie het toch in grijs wil lezen moet even http://members.multiweb.nl/boulhart/hvv/GRIJS.html klikken 

Er was een meer en er was zon,
het blauw werd door geen wit gestoord.
De bootjes wenkten: kom aan boord.
Het was nog vroeg, de dag begon

alsof hij dag en nacht zou duren.
De maan nog steeds of reeds in zicht
genoot van ongesluierd licht
dat ons door wimpers heen deed gluren.

We reserveerden vast een boot,
om twee uur kon de pret beginnen.
Dus eerst nog zwemmen (dat was binnen)
en wandelen (het park was groot).

Een pick-nick met du pain, du vin
(in Frankrijk eet je op z'n Frans),
het grijs greep onderwijl zijn kans
en maakte aan mooi weer une fin.

We voeren uit, het zwemvest aan,
daarboven nog een regenjas,
de paraplu kwam goed van pas,
ook ín de boot ging water staan.

We toerden op het grijze meer,
we tuurden naar de grijze kant.
Een uur nadien, terug aan land,
het zwemvest uit... de zon kwam weer!


Op 2 mei 1988 verscheen Drs. P in het programma 'Terugblik 'op de Belgische televisie.
Hugo Matthijsen schreef in de  Humo van 28 april als inleiding onderstaand gedicht (hoofdredacteur Mortier):

 

Een P. gestoofd

Ik zat me in een boekwerk te verdiepen
Waarin een personage iets beleeft
Toen plots de telefoon begon te biepen
Omdat mijn telefoon zo'n bieper heeft.
Wie was het die mij biepend op wou bellen?
Een vrouwelijke fan? Een lekker dier?E
Een kennis die wat roddels kwam vertellen?
O shit, het is gewoon de heer Mortier!

Zijn stem klonk nog wat dieper dan gewoonlijk
Hij stotterde en sprak een beetje hees
Vanwaar die kelderklank ? Ik dacht persoonlijk
Dat dit geluid op doffe wanhoop wees.
En inderdaad, ik had het goed geraden
Ik zei: « Vertel het maar, waar zit je mee? »
Hij snotterde: « Ik wil voor onze bladen
Een stukje over doctorandus P ! »

« Zo'n stukje dat de massa's kan vervoeren
Dat vreugde brengt in ieder lezershart
Dat zelfs een dooie nazi kan ontroeren. »
En snikkend ging hij voort : « Mag voor mijn part
Zo flets zijn als de teksten van Verminnen
Vervelender, bombastischer dan Gilles !
Vol urenlange Kantiaanse zinnen
Een stukje over P is wat ik wil! »

« 't Mag bulken van genante flauwiteiten
Zoals dat geforceerde Schrijfgerief
Waarop ik mijn kanaries steeds laat schijten. »
Die pointe ontging me, dus ik zei : « Wablief ? »
Ik hoorde hem tot mijn verbazing zeggen:
« De ware vogelvriend ververst een kooi
Toch steeds door onderaan een krant te leggen ?
En daarop strooit hij rijnzand en wat hooi! »

« Wat hooi?! » riep ik verbijsterd, « een kanarie
Heeft helemaal geen boodschap aan dat spul.
Gij dierenbeul ! Dit is solide larie
Verveel een ander met die flauwekul. »
Hij mompelde « pardon » en zei krampachtig :
« Ik bid u, alsjeblief zeg toch niet nee. »
Toen was hij zijn emoties niet meer machtig
En schreeuwde : « Maak dat stukje over P ! »

Zijn tranenvloed was nauwelijks te stelpen
Het was alsof ik met een douche sprak
Ik dacht : « Ik moet die arme kerel helpen. »
Terwijl de heer Mortier de lijn verbrak.
Hij schaamde zich natuurlijk voor de tranen
Die één voor één verdwenen in zijn snor.
De macho zou zich nu vast kleintjes wanen
'k Had medelijden met de ouwe Mor !

Ik deed mijn ding en stoof naar de redactie.
Daar vond ik wat nog restte van Mortier.
Het leefde nog! Dus schoot ik maar in actie:
Ik gaf mijn stuk en zei eenvoudig: « Hier! »
De Brok Ellende greep het, diep bewogen
En las de eerste zinnen van mijn stuk.
Zijn levenskracht kwam weer en uit zijn ogen
Ontsprongen warme tranen van geluk.

TERUGBLIK : DRS.
PBRT - TV1
Maandag 2 mei - 21.50 u.

 

 






 

Men heeft de zaak uit schaamte lang ontweken
Maar toch besluit het kerkbestuur vol wrok
Pastoor nu maar eens duchtig aan te spreken
Want die blijft wel de deugd der kuisheid preken
Maar plaagt zijn schapen als een hete bok

Hij graait en friemelt onder elke rok
En wist al menig maagdenvlies te breken
Hij stoeit met knapen in het rommelhok
En rukt zelfs slapend pluimvee van de stok;
Zijn zalvend weerwoord doet de klacht verbleken:

U hebt gelijk, ik ben een zondig mens
Maar baby's en bejaarden zijn mijn grens

De paashaas is naar Paaseiland vertrokken;
Het voorjaar is op komst, de mensheid blij.
De meiden dragen al weer korte rokken
En stijlen ’t kapsel om tot zomerlokken
En uit de wieg klinkt baby’tjes-geschrei.

De poëzie is poëzie van mei:
Gaat over nieuwe liefde, samen hokken.
Bezoek de Efteling of een abdij.
(Natuurlijk met een Tongerloo daarbij).
Gesprekken zullen nimmermeer gaan stokken.

De lente sluit de winter grondig af.
De zon schijnt op je bast. Bepaald geen straf!
‘Meneer de paashaas’ zden
Twee genwijze mden
Die zich vrij onbeschden
Al hadden volgepropt
‘Van ndhoven tot Lden
Doorzoeken wij de wden
Vertel eens aan ons bden:
Hoeveel zijn er verstopt?’
 
De paashaas dacht:
Een stuk of acht
(Kijk jij maar of het klopt)

Er is weer eens een elftal opgesteld.
De allerbeste spelers van het jaar,
een spelletje voor voetbaljournalisten.

 
Nooit zal zo'n elftal spelen met elkaar,
het is dus lekkernij voor masochisten.
Geen punt verschijnt ooit op een scorebord.

 
En ach, het blijven balletjetrappisten,
want in een serieuze tak van sport
zijn ze een nul, en helemaal geen held.

 
Ze kunnen met zo'n bal dan aardig wat,
dit elftal krijgen zij niet op de mat.

 

Jezus en Moedermaagd
Beiden zijn weergekeerd!
Ziet! Reeds doorloopt Hij
2000 jaar post

Mams doet het tikwerk, met
Bovennatuurlijke
Vaardigheid... Snel
Zijn Zij daar van verlost

 

Voor nog meer fraai verluchtigde paasbollekes van Paul moet je zijn link rechtsonder aanklikken



 

Blijdschap in christenland
Dood en betekenis
Hij gaf zijn leven
En dat maakt ons blij

Want door die hemelse
Offerbereidheidzin
Hebben we ook op
Paasmaandag nog vrij

Daar hangt hij dan, die agressieve heer
Eerst ging hij op het tempelplein tekeer
En smeet daar al het meubilair aan stukken
Maar zelfs een kruis slaan lukt hem nu niet meer

Mijn god, mijn god, wat voel ik mij verlaten
Ik weet hier heg noch steg, waar moet ik heen?
Die hele Via loop ik zielsalleen
En niemand om wat Aramees te praten

Hoezeer ik vraag – wie wil mij begeleiden
De lange weg van hof naar Golgotha –
Met vloekt mij uit en wijst mij lachend na
Een paria, een christenhond, een heiden

Wie helpt mij om het zware kruis te dragen
Noch Simon noch Veronica staan klaar
Wel marktlui in een schreeuwende bazaar
Die voor hun diensten zilverlingen vragen

Wat ik ook vraag; er wordt luidkeels gezwegen
Het wordt weer tijd het tempelplein te vegen
Jezus als zoenoffer
Vader plant moord op hem
En geeft Romeinen
De uitvoerdersrol

Zoon berust braaf in zijn
Crucificeringslot
Kijk, zo'n gehoorzaamheid
Vind ik te dol!
  
  
  





  

De Via Dolorosa ooit gelopen
met Grieken en Japanners, samen op.
Een half uur later boven aan de top
waar Jezus stierf en ik maar blijven hopen.

Wat daar mijn ogen zagen deed me schrikken:
slechts handelaren in een pij verkleed
probeerden uit ’t voorhanden mens’lijk leed
het allergoudste graantje mee te pikken.

Genezing was er onbeperkt te koop,
van smeersels tegen jicht en dat soort kwalen
tot water op het hoofd, vanwege kalen
en tegen kanker pillen valse hoop.

Het stierf de dievenmoord van de negotie,
maar Jezus was er niet, laat staan devotie.

Wanneer het jaar het kerstfeest nadert
Blijkt steeds de godsvrucht weer volgroeid
Die na de partus onvermoeid
Op zoek gaat naar zijn echte vader.
 
Normaal kent men niet veel genade
Voor wie met vreemde vrouwen knoeit
En wordt zo’n viespeuk slechts verfoeid
Als vuige huwelijksverrader.
 
Aan Pasen hecht ik meer geloof
Daarvoor is ’t christendom te prijzen.
Veelvuldig zijn de godsbewijzen
 
Wanneer ik door de drank verdoofd
Op zondagmorgen mag herrijzen
Met resten vrijdag in het hoofd.
Ach, voor mij geen doornenkroon
hadt ge hoeven dragen, Heer
Zet u liever weer gewoon
bij uw leerlingen terneer

waar van wingerdschaduw koelte
hoedt uw voorhoofd voor de zoelte
van woestijnen
en waar kleine
kinderen zijn om mee te spelen
mocht het leren u vervelen

Kunt ge het niet overdoen?
Uit uw hoge hemelhuis
doodbliksemen dat gespuis
dat u nagelde aan ’t kruis
en weer, wandelend zoals toen
hier en daar een wonder doen?

Hadt ge ’t onverdiende lijden
Heer, niet beter kunnen mijden?
Echt, het had voor ons soort boeven
niet gehoeven
Heer

Had niet, dwarrelend door de eeuwen
’t troostend woord zacht kunnen sneeuwen
evenzeer?
Heer en discipelen
- op Witte Donderdag -
Wassen hun voeten en
Breken het brood

Zingen een stuk uit het
Antifonarium
Nu nog van leven
Maar morgen van dood
Paul Ilegems, die voor Het vrije vers heel Vlaanderen voor zijn rekening neemt, schreef in 1984 de volgende parafrase op 'Het mooiste meisje van de klas" van Driek van Wissen dat hierbij aan de vergetelheid wordt ontrukt:

Lager onderwijs

De klas zit stil over een taak gebogen.
De meester, door haar prille vlijt bewogen
Staat bij het mooiste meisje, honds verliefd
En kijkt over haar schouder, ingetogen

(Maar ook wat steels - 't wordt zo gauw rondgebriefd)
En fel genietend peinst hij: 'Asjeblieft!
Een groter cupje zou hier al wel mogen
Zo'n wijfje reeds,' en voelt zich zeer ontriefd.

Verlangen doet zijn zelfcensuur verslappen.
Hij fluistert binnensmonds een ruwe vloek
En even prangend als zijn onderbroek
Wordt deze vraag, die hem naar lucht doet happen:

'Hoe is ze 't geilst, langs achter of langs voor?'
Helaas, alleen zijn woord dringt tot haar door.


Voor het origineel en de poëtische reactie van Driek van Wissen

In  het Belgische Humo verscheen in 1986 een serie over kinderleed. De redactie verzocht Drs. P het introductievers te maken dat in de vorm van deze ballade verscheen in het nummer van 11 augustus, vergezeld van het portret van een aandoenlijk kereltje in lederhosen met bekende gelaatstrekken:
 




De boodschap van HUMO was zeer expliciet :
De markt heeft nog ruimte voor meer exemplaren
Al hebben we reeds een gigantisch debiet
We zetten nu alles op haren en snaren
En zoeken een middel om opzien te baren —
Doeltreffend, oorspronkelijk, hard als graniet
(Onnodig ditmaal om gevoelens te sparen)
Dus zend ons een stuk over kinderverdriet

Het kinderverdriet van Geertruida of Piet
Daar hoeven we ons niet zo blind op te staren
Wellicht bij de nonnen zéro de conduits
Of pijnlijk vermaan bij de Paters Tartaren
Voortijdig contact met cognac of sigaren
Verlies van een teddybeer, oog of parkiet
En nepleveranties van drughandelaren —
Banale gevallen van kinderverdriet

Mijn smart daarentegen was geenszins gratuit
Ik denk aan mijn ouders, die weerwolven waren
Mijn broer de nudist (en daarbij travestiet)
Mijn zuster, gebezigd door 9 huzaren
Mijn lievelingskreeft — ai, nog voel ik zijn scharen —
Mijn schoolvriend, geraakt door een meteoriet...
Gelet op het voorgaande, valt te verklaren
Hoezeer ik geneigd was tot kinderverdriet

O lezers, de tranen die U thans vergiet
Zij kunnen in bitterheid niet evenaren
Wat ik heb vergoten in vroegere jaren
Het vloeibaar product van mijn kinderverdriet
 

Je zonlicht splijt het wolkendek in twee
Je wilt je warmte overal verspreiden
Je kleurt de wereld groen voor boer en vee
die heel de lange winter jou verbeidden
Hoe zeer je ook een ieder kunt verblijden
ik weet, er is verandering op til
Dan breng je kou en hagelwitte weiden
Je bent April
 
Soms ben je vriend’lijk als de zomerzee
waarop het zonlicht danst en bootjes glijden
Maar plotseling heerst noodweer op de ree
met winden die door zeil en ziel heen snijden
Een scheepsramp lijkt al niet meer te vermijden
maar dan opeens is alles ijzig stil
Ik zie je waardig op de kade schrijden
Je bent April
 
Soms voer je mij heel zachtjes met je mee
Jouw lichaam en jouw levenslust verleiden
Ik ben verbaasd, verbijsterd en gedwee
Ik laat me van mijn laatste schroom bevrijden
Toch ben ik heus niet altijd te benijden
Je hoongelach versmoort je liefdesgil
Ik weet dat wij heldhaftig zullen strijden
Je bent April
 
Prinses van goede en van slechte tijden
Je bent mijn wispeltuur en levensspil
Ik ken je witte en je zwarte zijden
Je bent April

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Mathematrucs

Het cijfer één heeft dus drie letters,
maar drie heeft er dan zelf weer vier.
Vier klopt! Daarna gingen die etters
Bezuinigen op het papier.
En honderdelf dat is één woord,
maar duizend één: dat zijn er twee!
De logica in taal gesmoord ...
het Groene Boekje: weg ermee!
Ach, rekenaars zijn ook niet wijs:
honderdelf binair geschreven,
dan gaat de wiskunde op reis
want dat is dan gelijk aan zeven.
Het toppunt van het gekkengaatje:
de Powerpointers, witte boorden!
Die roepen bij hun laatste plaatje
dat dát meer zegt dan duizend woorden.