Come all you friends and critics, And listen to my song, A word I will say to you, It will not take me long, The people talks about me, They've nothing else to do But to criticise their neighbors, And they have me now in view.
Perhaps they talk for meanness, And perhaps it is in jest, If they leave out their freeness It would suit me now the best, To keep the good old maxim I find it hard to do, That is to do to others As you wish them do to you.
Perhaps you've read the papers Containing my interview; I hope you kind good people Will not believe it true. Some Editors of the papers They thought it would be wise To write a column about me, So they filled it up with lies.
The papers have ridiculed me A year and a half or more. Such slander as the interview I never read before. Some reporters and editors Are versed in telling lies. Others it seems are willing To let industry rise.
The people of good judgment Will read the papers through, And not rely on its truth Without a candid view. My first attempt at literature Is the "Sweet Singer" by name, I wrote that book without a thought Of the future, or of fame.
Dear Friends, I write for money, With a kind heart and hand, I wish to make no Enemies Throughout my native land. Kind friends, now I close my rhyme, And lay my pen aside, Between me and my critics I leave you to decide.
De wereld is een tranendal Het spijt me, maar dat wist ik al! De wereld is een doodsvallei En dat is ook niet nieuw voor mij! De wereld is een schouwtoneel Is ook niet bijster origineel! De wereld is een suikerbiet Zo? Kijk, dat wist ik dus nog niet!
Lieflijke lentelach: Jannie van Spoeltumaar Als ik haar zie Zingt in mij een chanson Maar dat gevoel gaat door Mondhygiënische Actie verdwijnen Als sneeuw voor de zon
ik was er al die maanden niet geweest te druk, geen zin, besognes op het werk maar nu dacht ik, ik ga eens naar de kerk soms krijgt een oude man spontaan de geest
nog altijd schuilt in mij het wilde beest de zondaar, de verloren zoon, de vlerk jawel, het viertal lijkt wat minder sterk en met de jaren werd het wat bedeesd
de hoogmis liet een mooi gevoel ontspruiten alsof ik uit het graf was opgestaan m’n vrouw was blij dat zij was meegegaan ik zag haar biddend beide ogen sluiten
ik hief uit dank de fraaiste psalmen aan pas na het zingen, ging ik weer naar buiten
Praise the spells and bless the charms, I found April in my arms. April golden, April cloudy, Gracious, cruel, tender, rowdy; April soft in flowered languor, April cold with sudden anger, Ever changing, ever true -- I love April, I love you.
/Cursief/, een ander woord voor schuingeschreven Het komt maar weinig voor in een gedicht
Geen dichter wil aan schuinschrift ruimte geven Zo’n schuin gedicht is immers geen gezicht Daarbij is het ook weinig constructief
Maar goed, als u een schrijven tot mij richt Het mag een kaart zijn of een lieve brief Dan blijft mij één en ander om het even Maar complimenten staan ook aardig in /Cursief/
When I first put this uniform on, I said, as I looked in the glass, "It's one to a million That any civilian My figure and form will surpass. Gold lace has a charm for the fair, And I've plenty of that, and to spare, While a lover's professions, When uttered in Hessians, Are eloquent everywhere!" A fact that I counted upon, When I first put this uniform on!
I said, when I first put it on, "It is plain to the veriest dunce That every beauty Will feel it her duty To yield to its glamour at once. They will see that I'm freely gold-laced In a uniform handsome and chaste" - But the peripatetics Of long-haired aesthetics, Are very much more to their taste - Which I never counted upon When I first put this uniform on!
Als Christus aan het kruis droogt hij zijn vlerken, zijn kleur is van de nachtzij, hellepek. Met platvoeten en enterhaakse bek een druipende sculptuur op kerk of zerken. Zijn kop draait cirkels op de slangenek, sinds Exorcist ook een der duivelswerken. Bezeten is hij in dit bronsttijdperk en zijn wijfje wacht hem op het takkendek. Schaars sprokkelwerk tot knekelnest gekrikt. Haar groene oog glanst naar hem, opgewonden. Hij gorgelt naar haar en zij koert verstikt. Wie kan de paring van die twee doorgronden? Zij wordt betreden, in haar kuif gepikt. Het maken van een ei duurt drie seconden.
De haargroei van een man geeft wel te denken.
Bij zijn geboorte is-ie meestal glad,
da’s makkelijk voor in het babybad,
de kraamhulp kan hem zo geen haartje krenken.
Maar na een tijdje groeit er toch wel wat
op ’t schedeldak en brauwen om te wenken.
De oksels gaan rond dertien schaduw schenken
tot slot de baard dan heb je ’t wel gehad.
Na jaren komt tersluiks de ommekeer:
het hoofd vertoont als eerste dunne plekken.
Door kaalslag laat het kruis ook menig veer,
maar daar waar het niet moet, ontspruiten stekken.
~De neus en oren doen?~, vraagt de coiffeuse.
Behendig zoeft ze rond met haar tondeuse