Ik vond de buurman op mijn vrouw
en dacht toen wel: asjemenou.
Wat later trof ik daar zijn zoon
en zag toen iets van een patroon.
Nu woon ik in een nieuwe straat,
eens kijken of het beter gaat.

Dag broeder in de kunst en het geloof
Gereformeerd met knipoog steeds gebleven
Zong jij je psalm, een loflied op het leven
Voor dogma’s en voor zedenprekers doof
Dag dansend dichter, kundig woordensmid
Als arts en mens bekend met veel ellende
Zong jij lichtvoetig over heel die bende
Omdat in lachen soms iets helends zit
Dag broeder en dag vaderlijke vriend
Al kunnen we er niet meer in geloven
Ik wens je rust en, als het kan, Daarboven
Een ereplaats. Die heb je wel verdiend