Wild meadow with flowers
Wikimedia Commons
 
 
Ik denk nog vaak terug aan toen,
die lange zomerdagen.
Wat waren we verliefd en groen.

Ik zag je plots in dat plantsoen,
maar durfde niets te vragen.
Ik denk nog vaak terug aan toen.

Je gaf me toen mijn eerste zoen,
terwijl we daar zo lagen.
Wat waren we verliefd en groen.

Je komt soms in een visioen,
ik hoor je lach bij vlagen.
Ik denk nog vaak terug aan toen.

Ik moet het met dit droombeeld doen.
Ach laat het nooit vervagen.
Wat waren we verliefd en groen.

Ik ben al jaren met pensioen.
Je hoort mij heus niet klagen,
maar toch denk ik nog vaak aan toen.
Wat waren we verliefd en groen.
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De Pruimenboom (Utrechts sonnet 14)


Jantje zag eens pruimen hangen,
o! als eieren zo groot.
Hevig was zijn pruimverlangen,
schoon zijn vader 't hem verbood.

Hevig was zijn pruimverlangen.
Diepe somberheid ontsproot.
Aaltje met de rode wangen
zag hem zitten in de goot.

Aaltje met de rode wangen
werd zijn redder in de nood.
Hevig was zijn pruimverlangen,
schoon zijn vader 't hem verbood.

Midden in de pruimentijd
raakte Jan zijn onschuld kwijt.


De titel en de regels 1,2 en 4 zijn van Hiëronymus van Alphen. De titel is voorzien van een tussen-n, die sinds 1995 in zwang is.