Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

 

Mijn tweelingbroer werd nooit geboren

Hij zag niet eens het levenslicht

Dus niemand zag ooit zijn gezicht

Of zal ooit van zijn daden horen.

 

Hij zou de vrouwen zeer bekoren

De mooiste was voor hem gezwicht

Hij had natuurlijk overwicht

En zou het mooiste doelpunt scoren.

 

Hij kwam in menig nieuwsbericht

Als soort van superman naar voren

Want hij verdiende wel zijn sporen.

 

Het is mijn dure dichtersplicht

Dat ik hem hier voor dit gedicht

Als onderwerp heb uitverkoren.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De Wobbelborg (naar Lewis Carroll)



't Was brimstig en de slijtse toof
Droof gronk en glimpig in het zwamp
De mimse bostels waren oof
En de maamrak uitte hamp

'Zoon, hoedt u voor de Wobbelborg!
De bijtekaak, de klauwengrijp
Ontwijk de flubberkauw, ontduik
De frumpse nekkenknijp'

Hij nam zijn vorplend zwaard ter hand
Lang zocht hij naar de zwuige barg
Hij rustte loom bij de tontoboom
En stond daar, vol van kwarg

En, wijl hij daar verkwargend was,
De wobbelborg, met ogenvlam,
Kwam wif door het verstromd gewas
 En burfde toen het kwam.

En een en twee, en om en heen
Het vorplend zwaard ging snij en snoer
Het beest ging dood en met zijn hoofd
Glumpeerde hij retour

 'En is de Wobbelborg passé?
Ach strale jongen, knuf mij lang!
O, zwateldag, kadoem kallee'
Verdrogde hij, vol zwang

't Was brimstig en de slijtse toof
Droof gronk en glimpig in het wamp
De mimse bostels waren oof
En de maamrak uitte hamp