Ik heb vandaag geen mooie roos gekregen,
Er zat niet eens een kaartje in de bus.
Geen minnares gaf mij pardoes een kus
En niemand bleek mij stiekem toegenegen.

Ik snap het wel: ik ben al lang belegen,
Ik word al grijs en ben reeds vijftig plus.
Het is helaas maar al te obvious
Dat ik de prille liefde ben ontstegen.

Maar ach, ik heb geen reden om te klagen:
Ik werd vanochtend wakker naast mijn vrouw
Die mij nog altijd bij zich kan verdragen.

Ze kuste goedemorgen, ik dacht wauw!
Dit wil ik nog wel honderdduizend dagen,
Ik blijf haar tot mijn levenseinde trouw.  

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Weense ballade

 

Die vent is vast en zeker zwaar beschonken
Daar gaat ie weer
Hij is al voor de tiende keer gezonken
Daar gaat ie weer
Al dat gespat helpt echt geen zier
Hij ligt daar nu al drie kwartier
Dat hij nog steeds niet is verdronken!
Daar gaat ie weer

Toch is het mooi bij de rivier
Daar gaat ie weer