Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft


>

  Ik zag u ook aan 't raam in die coupe,
  Die rare blik waarmee u naar me keek.
  Ik dacht meteen: wat moet hij?en o jee!
  En raakte er behoorlijk van van streek.
 
  Gelukkig, dacht ik, zit hij in een trein
  Die met een vaart de and're kant uit gaat.
  Stel voor dat ik een wandelaar zou zijn
  En hem hier ergens tegenkwam op straat.
 
  U noemt mijn ogen wonderdiep en klaar
  En zegt dat ik zoals een engel ben,
  Maar raakt daarmee bij mij bepaald geen snaar
  Omdat ik mannen als u heus wel ken.
 
  De vragen die u stelt vertrouw ik niet
  Want had ik wel het rijtuig opgerukt
  Dan was geen spoorwegramp gebeurd, hè Piet,
  Maar had u wel zich op mij vastgedrukt.
 
  Vervolg uw pad gerust met fletse lach
  Maar zeur daarover niet in zo'n gedicht!
  Een somberman als u die praat van 'Ach'
  Daar zou ik, Rika, nooit voor zijn gezwicht.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Dorsimbra

Geen mens is ooit aan lelijkheid gestorven,
Geen mens die aan zijn rimpels overleed
Geen mens heeft ooit onsterflijkheid verworven,
Met Botox of hoe al die rommel heet

En die kale kop
Daar ga je ook niet aan dood
Dus die belachelijke pruik
Kun je beter weggooien

Geen vrouw stierf als haar borsten gingen hangen,
Dus waarom maak je daar zo’n drukte van
En kraaienpootjes doen er ook niet toe
Geen mens is ooit aan lelijkheid gestorven,

Bundels