gebed
Albrecht Dürer: Biddende handen
 
Pas zeven en ik liet me al verleiden
tot eerste stappen op het brede pad
Ik zocht, al wist ik toen bij god niet wat
en liet me stiekem naar beneden glijden
 
Onder de banken, benen van de meiden,
mijn reine jongensziel werd flink beklad
Ik zag bij Jannie, die ik stil aanbad,
een onderbroek. Een grote rood gebreide
 
En in de avondschoot, niet uitgespeeld,
naar bed gedwongen, goedenacht gekust,
heb ik zo vaak mijn handen stijf gevouwen
 
en plechtig vroom, als vaders evenbeeld,
gebeden. En ik zuchtte heel bewust:
'Heer laat me alstublieft met Jannie trouwen!'
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Zelfreflectie

In glazen bakken tegen de garage
Verzorgt mijn vrouw van eitje tot insect
De cyclus van de koninginnenpage

De pop voert een gevecht dat meelij wekt
Als hij volgroeid uit zijn cocon komt breken,
Wat zich als stille martelgang voltrekt

Maar als de laatste kreukels zijn gestreken
Verwarmt de zon het opgepompte lijf
Waaraan de vlindervleugels fleurig spreken

Ik ben geen pop die vurig strijdt, maar blijf
In onvervulde dichtersdromen hangen,
Besluiteloos in mijn cocon gevangen
Waar ik met zelfgebonden handen schrijf
 
 
Geïnspireerd op het thema van de poëzieweek: metamorfose. 
De poëzieweek duurt van 29 januari t.e.m. 4 februari.
1x1 wit