gebed
Albrecht Dürer: Biddende handen
 
Pas zeven en ik liet me al verleiden
tot eerste stappen op het brede pad
Ik zocht, al wist ik toen bij god niet wat
en liet me stiekem naar beneden glijden
 
Onder de banken, benen van de meiden,
mijn reine jongensziel werd flink beklad
Ik zag bij Jannie, die ik stil aanbad,
een onderbroek. Een grote rood gebreide
 
En in de avondschoot, niet uitgespeeld,
naar bed gedwongen, goedenacht gekust,
heb ik zo vaak mijn handen stijf gevouwen
 
en plechtig vroom, als vaders evenbeeld,
gebeden. En ik zuchtte heel bewust:
'Heer laat me alstublieft met Jannie trouwen!'
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De Gingginger



In
een woud hier ver vandaan
leeft een schepsel, heel alleen.
Hij kan rollen, maar niet staan,
heeft geen been, geen voet, geen teen.

Oh, wat moet hij eenzaam wezen,
deze purperen gingginger,
die niet eens een boek kan lezen
want hij heeft geen hand, geen vinger.

'k Heb zo'n meelij met het dier,
maar dat woud is ver van hier.

Voor zijn achteroverneven
(heel gelijkend, maar wel groen)
die in onze streken leven
kan ik echter wél iets doen!

Hen verzorgen is een pretje,
zie ze soezen in de lommer.

Ik bereid hun vinaigretje
want ik hou zo van komkommer.