De poëzie van peuken op een bord Van korsten brood, verschimmeld in een hoek Van stapels oud papier, haast ingestort Dat is wat ik in dit gedicht niet zoek
Het beeld van noodweer, kletterend maar kort Van een nog uren klamme spijkerbroek Van schoenen waar het nooit meer droog in wordt Dat is wat ik niet schilder op mijn doek
Maar lammetjes, geboren in april Een rode roos zojuist in volle bloei De blauwe lucht, een spelend kind, een lied
Dat is toch ook weer de bedoeling niet U ziet: ik raak behoorlijk in de knoei Nu ik wel dicht, maar niet veel zeggen wil
Als welkom voor de vluchtelingen en ter overpeinzing vandaag aandacht voor het Syrische light verse. De Syrische dichter Aboe l-Alaa al Ma'arri verwierf faam in de elfde eeuw met zijn streng-metrische gedichten, vol woordspelingen, waarin hij het zichzelf extra moeilijk maakte met dubbelrijm. Hij gaf zijn hoofdwerk dan ook hierom de titel, die het motto van alle plezierdichters is: Uit vrije dwang. Geen wonder dat moslimextremisten in 2008 zijn standbeeld in zijn geboorteplaats Ma'arri opbliezen.
Koran of Evangelie of Thora: Die leugenhandel leer je van je pa Het gaat maar door; waar blijft de generatie Die ópstaat, fier de waarheid achterna?
De joden, moslims, christenen, zij dwalen Twee mensensoorten laten zich bepalen De denkers, die niet malen om geloof En diepgelovigen, die énkel malen