Een poes te Katwijk zei tevree:
ik word gediend door trouwe mensen,
ze zijn gehoorzaam en gedwee
en zij vervullen al mijn wensen.

Ze rieken wel een beetje raar
door al die rotzooi die ze bikken,
en hun gedrag is soms bizar,
vooral met vegers en met blikken.

Ze spelen ook teveel met water
en liggen heel de nacht in bed,
soms hindert mij hun dwaas gesnater,
en dat geboen op het parket.

van één ding word ik vreeslijk moe:
wat hébben zij toch met die deuren?
die doen ze bijna altijd toe!
daar wil ik wel eens over zeuren.

Soms lopen ze mijn drinkbak om
en moet ik hun muziek verdragen.
Afijn, ‘t zijn mensen, en dus dom.
Je moet er niet teveel aan vragen.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Utrechts bis-sonnet



Denkend aan de dood kan ik niet slapen
En niet slapend denk ik aan de dood
Ik woel en draai en tel wel duizend schapen
En het leven vliedt gelijk het vlood

Straks wacht mij weer het droeve ochtendrood
Denkend aan de dood kan ik niet slapen
En niet slapend denk ik aan de dood
En het leven vliedt gelijk het vloot

Zo'n boerencamping geeft een hoop gedoe
De beesten houden me voortdurend wakker
Ik woel en draai en tel wel duizend schapen

Ik wil wel opstaan maar ik ben te moe
Het liefst wil ik een bloedbad op de akker
Denkend aan de dood kan ik niet slapen