Vrouwen vallen niet voor dichters
Want die zijn hen te verbaal
En die blijken vaak ontwrichters
Van de klare liefdestaal

Mannelijke dichters jokken
Met poëtisch gejongleer
Om de meiden te verlokken
Tot banaal geslachtsverkeer

Geef mij dan maar dichteressen
Want die zijn bijna sacraal
Zoals tempelpriesteressen
En misbruiken nooit de taal

Om hun driften te vermommen
Of hun geilheid kond te doen
Middels vals verheven trommen;
Neen, zij houden hun fatsoen

Zulke dichteressen min ik
Meer dan welke dichter ook –
Lezer,  stop nou dat gegrinnik,
Of ik raak nog van de kook! -

Jammer, maar met zulke liefde
Stond ik meermaals in de kou,
Wat mij uitermate griefde,
Maar ik ben dan ook een vrouw.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

een schapenstreek

Men zat gezellig, zondagmiddag, zonnig in de suite,
de dames Groen die breiden samen aan een wollen sjaal,
de dominee was na de dienst ontboden op visite,
het schaap Veronica dat las een boek, een reisverhaal.

Ha, zei Veronica, ik heb het altijd ergens wel geweten,
ik kom als schaap niet hier maar van daarginds heel ver vandaan,
want ooit heb ik in hoge woeste landschappen gezeten …
Ach, riep de dominee, u komt dus werkelijk van de maan?

Zeg dominee, u moet het arme schaap toch niet zo plagen,
de dames Groen die breiden ondertussen vruchtbaar door,
juffrouw Veronica heeft existentiële vragen,
dan bieden wij haar welbeleefd ons luisterende oor.

Ik lees hier, zei Veronica, met blosjes op haar wangen,
van de Faeröer, ‘t schapeneiland, mijn geboorteland!
Ik krijg opeens een groot en sterk verhuisverlangen,
ik weet het zeker, later word ik schaap en emigrant!

Je hoorde in de suite liefst een viertal naalden vallen,
de dames Groen verstijfden, werden bleker om de mond,
de dominee die wreef onder zijn bril over zijn wallen,
ze sputterden: Maar hier, bij ons, is uw geboortegrond!

Veronica riep proestend: Zo, dat was toch wel touché!
Wie wil er nog zo’n lekker bokkenpootje bij de thee?