Een popelend toneel: een open plek,
klein meertje, blauwe lucht met grijze vlek

en faungroen gras, een stronk in mezzotint.
Ik zit allang voordat de act begint.

Daar zijn ze! Wiebelend met verenkroon,
witte tutu en pas de Basque. Hoe schoon!

Ik hou mij in, al jeukt mijn keelgat stug.
Wel foei: hij knalt er loeihard uit, de kuch.

De prima ballerina schrikt en vlucht
met rappe port de bras in ijle lucht

en in haar kielzog heel het corps. Ik klap,
sta op, waarna ik uit de wegberm stap -

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Gelukkig 2017



Niels Blomberg geniet van het vuurwerk in zijn achteruitkijkspiegel


Dactylus-priemgetal
tweeduizendzeventien,
dit wordt een jaar
dat mij nu al bekoort,

want voor het eerst sedert
negentiennegentig
is het een
ollekebollekewoord.

Twee jaartjes wachten nog:
tweeduizendnegentien,
weer zo’n olbol-woord;
dat laat me niet koud.

Dan wordt het wachten tot
tweeduizendzeventig.
Ik word dat jaar
honderdtwaalf jaren oud.

Zou dat nog haalbaar zijn,
tweeduzendtachentig?
Dat wordt toch werkelijk
lastig voor mij.

Zes eeuwen lang is na
tweeduzendnegentig
dubbel-dactylische
rijmpret voorbij.

Hoe is mogelijk!
Zes eeuwen wachten nog!
Ach ik begrijp uw
verbijsterde schreeuw.

Even geduld tot de
zevenentwintigste
en tot de
negenentwintigste eeuw.

Terug naar het heden nu.
Vorig en volgend jaar
hebben iets aardigs
in petto zowaar.

Wij leven thans na het
tweeduizendzestiende
en vóór het
tweeduizendachttiende jaar.