Stel dat er nimmer nog een lente komt waar zouden dichters dan wel over schrijven? Thans zijn een aantal onder hen verdomd geneigd om hieromtrent te overdrijven.
Terwijl ik mijnerzijds toch veeleer zweer bij grijze luchten barstensvol met vlokken en fraaie landschappen bij winterweer die zowel jong als oud naar buiten lokken.
Hoe zalig is’t rond deze tijd van ‘t jaar met vrouw en kind en kat bijeen gezeten een schnaps ter hand, knusjes rondom de haard, te weten dat straks hutspot wordt gevreten.