frankdeboer
Foto YouTube, bewerking IB
 
4-2-4 
Als trainer heb ik echt een mooi beroep
Mijn team zou ik beslist niet willen ruilen
Ik ruik hem al, mijn volgende trofee
Wij zijn de kampioenen der tirannen
 
Vandaar dat ik wel voor de aanval voel
Naar voren met mijn jongehondentroep!
 
Ze winnen nog op Assepoestermuilen
En spoelen elke vijand door de plee
Dus schenk maar vol die kruiken en die kannen
Zo worden wij wel eerste in de poule
 
 
5-3-2 
Ik heb niet veel vertrouwen in de groep
Pot 1 verloren, zootje slome uilen
Vandaar dat ik maar kies voor 5-3-2
Dan zit ik lekker rustig en ontspannen
Gedurende de wedstrijd op mijn stoel
 
Verdedigend een slome slakkensoep
Qua aanval was het miezeren en druilen
Misschien red ik mijn hach er zo nog mee
 
Zodat ik niet naar Telstar wordt verbannen
Na fluitconcert en gemelijk gejoel
 
 
4-3-2-1 
Nu zit ik toch wel stevig in de poep
Het spel is na pot 2 nog om te huilen
Verdedigers, als kuikens zo gedwee
Het middenveld nog leger dan savannen
 
Ik schuif dus nog eens stevig met de boel
Een driehoek wordt dan maar mijn overtoep
Ik hoop dat dat mijn naam niet zal bevuilen
 
Ik wend mij daarom tot dit panacee
Als slotstuk van mijn vele rampenplannen
 
En anders met zijn elven in het doel 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Utrechts sonnet 4



Rondom mij hangt de geur van vreemde kruiden
Vol weemoed denk ik weer aan hoe het was: 
De wereld scheen vol lichtere geluiden
En een soldaat sliep op zijn overjas

De wereld scheen vol lichtere geluiden
De zon glom op mijn helm en mijn kuras
We trokken zingend naar het verre zuiden
Met dreunende en eensgezinde pas

We trokken zingend naar het verre zuiden
Ik peins nu, rillend in het natte gras:
‘De wereld scheen vol lichtere geluiden
En een soldaat sliep op zijn overjas’

Een kogel fluit, ik druk mij in de grond
Wie reist ziet veel, maar het is niet gezond



(‘De wereld scheen vol lichtere geluiden

En een soldaat sliep op zijn overjas’ uit:
De laatste brief, Bertus Aafjes)