Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Op vrijdag krijg ik altijd goede zin
Want buikzalm, trilrug, kuitbaars, holenvis
-Om van de fluitbekvis nog maar te zwijgen-

Die vormen dan de welvoorziene dis
Ook medebroeders hoor ik zachtjes hijgen
Bij trekvis, blauwkop, potloodvis en spriet

De diklip laat mijn bloeddruk altijd stijgen
Wie lust geen stootvis, zoenlip of een piet?
En ook de zuigervis gaat er goed in

De schoorsteenveger is zeer exquisiet
Slechts het chinese doosje boeit me niet

Uit Het pak van Sjaalman: 'Over de onzedelykheid van het hengelen.'

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Denkend aan de dood



Het einde komt met rasse schreden nader,
We scheren langs de randen van de zeis,
Heins holle ogen schieten vuur en ijs:
Hier helpt geen moederlief of onzevader.

Hoe zal ik gaan? Een breukje in een ader;
Een ruzie over godsdienstonderwijs;
Een liquidatie voor een bodemprijs
Bij confrontatie met een doodseskader?

Het hart klopt nog, mijn ogen zijn nog open,
Ik stel mijn laatste adem even uit
En denk dat ik vandaag nog niet crepeer.

’t Is niet de dood waarvoor ik weg wil lopen:
Het einde is een levenslang besluit
Maar waarom sterft een mens toch duizend keer?