De dagen werden tergend langzaam maanden, 
                de maanden regen zich aaneen tot jaar;  
                ik loop weer langs het stille pad langswaar 
                wij beiden samen ooit getweeën gaande, 

                onszelf veroordeeld hadden tot elkaar 
                en ons een korte wijle tweezaam waanden, 
                elkanders allerdichtste nabestaanden; 
                maar ook ons liefdesbed verwerd tot baar. 

                Wat valt voor troost aan leven te ontlenen 
                wanneer elk herfstblad wegdrijft in de goot, 
                wat komt reeds bij de aanvang is verdwenen 

                en het verlangen naar de liefde metterdood 
                steeds door één waarheid wordt beschenen; 
                de eerste kus waarmee je mij verstoot?


 

Vandaag is het de sterfdag van de dichter J.C. Bloem, dus een mooi gedicht in zijn stijl leek me wel gepast, al zal de oplettende lezer zien dat het een bout-rimé is met rijmwoorden uit een sonnet van Jean Pierre Rawie.

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

bij de dood van driek

Het was bij hem niet nodig om te gissen
Naar wat hij had bedoeld met een gedicht,
Je vroeg je ook niet af wat hij wellicht
Verstopt had achter woordbetekenissen.

Een metrum, rijm, voor velen hindernissen,
Zag hij juist als een doel, een soort van plicht.
Met vaste vorm hield hij zijn verzen licht
En wist zo onze blik vaak te verfrissen.

De dood, waar iedereen een keer voor zwicht,
Die over onze levens kan beslissen,
Heeft plotseling zijn blik op hem gericht.

Helaas, we zullen hem nu moeten missen
En ook die strik en zijn bebaard gezicht
Maar niet de poëzie van Driek van Wissen.