Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



De Hunnen stonden weer eens voor de wallen
Wij stelden ons dus als vanouds teweer 
Je zag ze vuil en smerig samenballen 
Ze gingen ruw en onbeschaafd tekeer
We keken op de Hunnenhuigen neer 
Het was een onophoudelijk getier 
Met veel gespot en duidelijk gesneer 
Maar goed - zij waren daar; wij waren hier


De poort was dicht, het valwerk was gevallen
Het wachtwoord (‘Dikke lul’) niet geldig meer
En al die ongewassen duizendtallen
Geleid door een zeer ongelikte beer
Die stonden daar dus op hun veld van eer
Massaal voor aap, het deed ons eerst geen zier
Al zwaaiden ze ook brullend met hun speer
Want ach – zij waren daar; wij waren hier


Toch werd het onplezierig voor ons allen
De voedselvoorraad leed aan wanbeheer
We aten eerst de paarden in de stallen
En deelden toen de laatste rotte peer
De conversatie werd bedrukt gelamenteer
De dorst verlamde onze speekselklier
Geen hulp in zicht, per trein of met het veer
Want tja – zij waren daar; wij waren hier

O lezer! Dat ik weer communiceer
Met in mijn hand het Vrije Versbanier 
Bewijst wel onze moed in deze sfeer 
De Hun trok af naar dáár, wij zijn nog hier!

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Drievliet



het pretpark is gevuld met zomersproeten
wel zeven keer gaan zij de achtbaan rond
de dag genieten zij met open mond
er rust een streng verbod op heilig moeten

hier danst de kinderziel op blote voeten
en sluit zij met het zonlicht een verbond
de lijfspreuk luidt er: lachen is gezond
de boeman treft het park niet op z’n route

de Tijd doodt dagen in het reuzenrad
en volgt het kinderspel met lede ogen
hij weet en vreest wat later komen gaat

ze zullen hem ontmoeten op hun pad
dan rest ze slechts het spel van onvermogen
in ’t spookhuis waar zijn klok de uren slaat

(Uit de bundel Voldaan, uitgeverij Liverse)