De daverende klap en de diverse nageluiden in mijn kamer werden veroorzaakt door een vallend fotoportret van mijzelf, in de val breekbare bibelots meesleurend, wat noopte tot (reeds lang noodzakelijke) opruimwerkzaamheden, waarbij mijn gevloek onderbroken werd doordat mijn oog viel op een hoekje vergeeld papier dat onder het bureau uitpiepte en dat ik voorzichtig en met enige moeite (waarbij toch enige scheuren ontstonden door de hardnekkige vasthoudendheid van het meubel, ooit aangeschaft voor een billijke prijs in een kringloopwinkel) er onder uit wist te trekken en dat tot mijn blijde verrassing een reeds jaren verloren gewaande pagina van de Volkskrant van zaterdag 29 december 2001 bleek te zijn, die de uitslag bevatte van de poëziewedstrijd, uitgeschreven naar aanleiding van het einde van de snip en de introductie van de euro en niet alleen dat: afgezien van het winnende gedicht van de winnares Ingrid Wolff werden op deze pagina achttien van de beste verzen gepubliceerd, waarbij twee namen opvielen omdat we ze kennen van Het vrije vers, te weten ikzelf en Frits Criens, dus die wil ik jullie niet onthouden en bij deze krijgen ze alsnog de landelijke bekendheid die ze toen al verdienden.
Dit was nou een volzin. 




Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Uitspraak

Een doek! Zei ‘t schaap Veronica, ik ga mijn hoofd verstoppen,
men heeft hier in de schapenwei voor niemand meer ontzag.
De vrome schapen dreigt men straks de sloot over te schoppen,
het is genoeg, de maatschappij wordt gekker met de dag.

De rechters zeggen ook al dat je mag discrimineren,
ik hoor alleen maar onbehouwen ultrarechts geblèr,
in het publiek debat kan men zich alles permitteren.
Vandaag draag ik een hoofddoek en dan ben ik solidèr.

Natuurlijk is je mening vrij, daar zal ik niet om strijden
maar wie iets zegt maakt wel wat uit, en daarom zeg ik: Stop!
Je wil toch dat een ieder zijn religie kan belijden,
het liefst zonder de mening van een witgebleekte pop.

Wel foei, zeiden de dames Groen, dit zijn toch apenstreken,
het is gans onbetamelijk, nee wat je noemt affreus!
De strijd vangt aan, en van dit pad wordt niet meer afgeweken:
de hoofdtooi als symbool van kracht, er is geen and’re keus.

De dominee kwam luisteren en stikte in zijn kaakje
maar na een tijdje denken zei hij “Goed, dan doe ik mee,”
en in de vestibuul nam hij zijn mantel van het haakje,
“in godsdienstaangelegenheden vechten wij voor twee.”

Drie dames met een hoofddoek om, het stond hen best wel goed;
de dominee kwam één pas later met zijn zwarte hoed.