Na de dood gaan we naar de hemel

Ooit eindigt al dit ondermaans gewemel
Maar na de dood staan we niet buitenspel
Dan gaat de brave christen naar de hemel
Waar enkel taart gegeten wordt van Demel*
En vindt u dat maar klets en vroom gefemel
Dan moet u eeuwig branden in de hel

Openb. 7:9: 'Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte die niet te tellen was, uit alle landen en alle volken, van elke stam en elke taal. In het wit gekleed en met palmtakken in de hand stonden ze voor de troon en voor het lam.'


Na de dood is het afgelopen

Hoe zinloos is uw drukte en gewemel!
Het leven is een doelloos schimmenspel
Eenieder sterft en eeuwig zwijgt de hemel
Geniet dus maar en ga een keer naar Demel
Trek u niets aan van slap en vroom gefemel:
Er is geen hemel en er is geen hel

Pred. 9:4-6: 'Voor wie nog leven mag, is er nog hoop; beter een levende hond dan een dode leeuw. Wie nog in leven zijn, weten tenminste dat ze moeten sterven, maar de doden weten niets. Er is niets meer dat hen loont, want ze zijn vergeten.' 


* Wereldberoemde taartjeszaak in Wenen

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

4 Staatslieden: Thorbecke (1798 – 1872)

Klassiek geschoolde steile koopmanszoon,
een stugge jongen, mager rond de kaken,
zijn geest was niet geschikt voor vader’s zaken:
hij sprak Latijn op conversatietoon.

Een reis door Duitsland was zijn studieloon,
waar Sehnsucht zijn gevoelens deed ontwaken.
Hij vond daar die Geschichte als zijn baken,
de wereld in organisches patroon.

Dat beeld van een moderne maatschappij
werd basis van zijn liberale denken
in staatscommissies en ministerraden.

Voor ’t eerst minister was ‘De Thor’ toen hij,
­– men wilde zijn programmaloosheid krenken –
pragmatisch uitriep: “Wacht op onze daden”.