Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft






Na de dood gaan we naar de hemel

Ooit eindigt al dit ondermaans gewemel
Maar na de dood staan we niet buitenspel
Dan gaat de brave christen naar de hemel
Waar enkel taart gegeten wordt van Demel*
En vindt u dat maar klets en vroom gefemel
Dan moet u eeuwig branden in de hel

Openb. 7:9: 'Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte die niet te tellen was, uit alle landen en alle volken, van elke stam en elke taal. In het wit gekleed en met palmtakken in de hand stonden ze voor de troon en voor het lam.'


Na de dood is het afgelopen

Hoe zinloos is uw drukte en gewemel!
Het leven is een doelloos schimmenspel
Eenieder sterft en eeuwig zwijgt de hemel
Geniet dus maar en ga een keer naar Demel
Trek u niets aan van slap en vroom gefemel:
Er is geen hemel en er is geen hel

Pred. 9:4-6: 'Voor wie nog leven mag, is er nog hoop; beter een levende hond dan een dode leeuw. Wie nog in leven zijn, weten tenminste dat ze moeten sterven, maar de doden weten niets. Er is niets meer dat hen loont, want ze zijn vergeten.' 


* Wereldberoemde taartjeszaak in Wenen

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Die applebottom (Een story)



Jantje zag die applebottom
Van die spange spandexho
En hij wou die tanga ballen
Ook al was ze van zijn bro

Fokkit, zei hij, want mi brada
Zit toch in die jilla, aight
Hij kan mij nu toch niet met zijn
Pipa poppen, fok die shait

Maar ik ben geen backstabtype
Hij dronk aan z'n ginger beer
Effe tjappe, jonko smoken
Dan ik klop me eigen spier

Weg ging Jantje, naar die shoppa
Maar die smatje was niet doof
Die zei, fokkit, ik wil bana,
Klaasje zit voor tasjesroof

Hij heeft mij gezegd dat ik
Kon doen en laten wat ik wou
En nu wil ik kokkie geven
Boi, ik zuig je ballen blauw

Daarop ging ze aan 't schudden
Hoofd naar onder, bil omhoog
Later batsen, badaptaki
Jantje hield het niet lang droog