Erasmus
Erasmus door H. Holbein de Jonge (1523)
 
Dé Dienaar des Geloofs dat is de rede
Zo zei de Rotterdamse humanist
En niet de Roomse Kerk met al haar staatsie
 
Haar leergezag werd sterk door hem betwist
Geen dogma deugt, zo was zijn redenatie
Het draait slechts om het hart en liefdewerk
 
Zo had hij invloed op de Reformatie
Maar bleef toch in de katholieke kerk
Alleen ter wille van de lieve vrede
 
Hij schreef dan wel vol spot De lof der zotheid
Maar kneep hem toch wel voor de christengodheid 
 
 
Uit Dat peinst en piekert maar! Rijmcanon van de westerse wijsbegeerte (2012)
 
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Met zwoele lach...



Met zwoele lach en dito blik
Komt zij het bierhuis binnentreden.
Ze gaat zo schaars gekleed, dat ik
Met één oog slechts haar uit kan kleden.

Parmantig hangt ze aan de toog
En, al begint haar haar te grijzen,
Nog trekt zij een wellustig oog;
Je ziet de heren naar haar wijzen.

Nee, aandacht komt zij nooit te kort;
De mannen hangen aan haar lippen.
Zij zouden graag het glaasje port
Zijn waar ze soms van staat te nippen.

Maar altijd, stipt om kwart voor een,
Als `t volk steeds zatter wordt en woester,
Zwaait zij gedag en vliedt zij heen
Als een gehaaste assepoester.

En thuisgekomen trekt zij dan
Haar jas uit en haar restje kleren
En kruipt het bed in naast de man
Die haar niet kan (of wil) begeren.