nu hij daar met dat smalle smoeltje ligt
vergeet ik haast dat dom en wreed gezicht
die handen ooit zo hard gebald tot vuisten
zijn zonder kracht en week als babyknuisten

een leven vol van drank en veel tabak
om moeder zwijg ik verder, vuile zak
dat straft hem nu met ademnood en pijn
gevoel van wraak zou daarom zinloos zijn

ook hij heeft recht op zorg, die geef ik hem
zo kom ik elke dag en breng de krant
ik neem vanuit mijn werk direct de tram

vandaag een extra gift, 't is hem gegund
omdat hij zestig wordt, een peuk en drank
hier, pa, weet dat je er in stikken kunt

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De poeët

Schept uit een wolk een sok
van God. Hij ziet de zon
als grote ploert, de maan als stuk
meloen en tijd als zee van zand
waarin hij zelf ontregeld strandt.

De dichter is ook wel een koe
loeiend van gezwollen vragen,
grazend in gevoelig gras
maar in zijn hart wou hij nog steeds
dat hij twee hondjes was.

Talend naar clichés in spe
speelt hij zoetjes in zijn eigen
hutje of hermetische paleis.
Zijn rede geeft de zekerheid
te schrijven voor de eeuwigheid.

In die staat van veel genade
legt hij daags een inktvers vers,
soms ongerijmd, soms rijm erin.
En zo vermaakt hij zich en ons
en spelt gewoon zijn eigen zin –