amsterdam
Wikimedia Commons
 
Aanschouw het werelderfgoed in zijn pracht
De pijlers van de panden staan te beven
De bruggen gaan het binnenkort begeven
De kademuren scheuren aan de gracht
 
De hoofdstad vaak als mooie vrouw omschreven
ligt nu gebogen onder zware vracht
Men hoort geheid gedaver in de nacht
De stilte en de rust zijn er verdreven
 
We weten hoe dat met projecten gaat
Een kenmerk is het veel te lange dralen
En doe je niets dan ben je echt te laat
 
O, Amsterdam, verzakt op rotte palen
Half ingestort, met gaten in de straat
Zal jij je eigen eeuwfeest nog wel halen?

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Jij en ik (pleiade)

De lange dagen van de zomerwende
de zoete nachten vol van maneschijn

De lange damesvinger die mij jende
de liefde was nog nooit zo puur en rein

De mooie ogen van de zo bekende
en zo beminde vrouw, mijn cherubijn

De liefde waaraan ik – een dromer – wende
bleek na een aantal weken puur venijn

Het was of blijheid uit mijn leven rende;
de zoete nachtegalenzang deed pijn

Ik voelde dode vlinders bij mijn lende
zoals gerechten vol van maden zijn

Ik had geloof gehecht aan een legende;
de ware liefde bleek slechts schone schijn