De Woens zei: ‘Beste vrienden,
ik wil weer eens naar zee.
Wat varen en wat vissen…
Wie gaat er met me mee?’
 
‘Potdomme!' zei de Zater.
'Ik wilde dat ik kon
maar ik vertrek vandaag voor
een reisje naar de zon.’
 
De Dins zuchtte beteuterd:
‘Helaas, ik kan niet gaan.
Mijn hengel is sinds gister
volledig naar de maan.’
 
‘Naar zee toe?' zei de Donder.
'Dat is echt iets voor mij.
Het komt goed uit, want morgen
heb ik toevallig vrij.’
 
De Woens pakte zijn schepnet,
de Donder zijn harpoen;
ze regelden een bootje
en voeren uit. Maar toen –
 
Hap! zei het Vledeweekdier,
dat achterlijke beest.
Ze gingen kopje-onder
en waren er geweest.
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Liefde in lijn 6

tramAdam
Wikimediacommons
 
De banken bleken allemaal bezet.
Een meisje keek me aan met zachte ogen.
Het leek of er gewikt werd en gewogen.
Ze riep mij. Voor een hoopvol tête-à-tête?
 
Een lach verried mijn dwaze binnenpret.
Dat zulke mooie meiden mij nog mogen
en mij met steelse blikken zelfs ook pogen
te vangen in hun amoureuze net.
 
Edoch, m'n overmoed verdween spontaan
toen ik begreep waarom zij had geroepen.
Op deze leeftijd valt niet meer te snoepen:
ze bood een oude man haar zitplaats aan.
 
Bron: gedichten.nl 

Acht jaar geleden overleed dichter Daan de Ligt