Wee de arme Snotterwokkel
die het niet gesnopen heeft.
(Hij kan het aan de Frokkel vragen
maar dat vindt hij onbeleefd.)
 
‘Waarom ben ik ooit geboren?
Wie verklutste toch mijn struif?
Waarom heb ik sprokkeloren
en een krakel in mijn kuif?
 
Waarom is er herfst, en haring?
Waarom lust ik geen hachee?
En waar vind ik een verklaring
voor het golven van de zee?
 
Waarom moet het altijd zachter,
waarom roept men dat ik stoor?
Waarom kom ik nergens achter?
Waarom kom ik nergens voor?
 
Waarom moet ik altijd huilen
als ik een komkommer zie?
Waarom kan ik nergens schuilen
voor het Grote Potverdrie?
 
Alles is zo ongewokkeld,
alles is zo ongewis
als je schoenen zijn versokkeld
en je vuist een vlakgom is.’
 
Ach, die arme Snotterwokkel.
Hij snuit zijn snufferd in zijn staart
en gumt zichzelf volledig van de kaart.
 
(Of dat nou echt nodig was?
Ik kan het aan de Frokkel vragen
maar dat lijkt me ongepast.)

(Uit Er zit een feest in mij, Querido’s Poëziespektakel 5, 2012 )

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Dorpszomer (Kwadratensonnet)




De meeste onrust vind je in de stad
Ons dorp kent 's zomers enkel kalme dagen
Om maar te zwijgen van de stille nachten

Hier op het platteland heeft niemand klachten
Wij lossen ruzies op rondom een krat
Er vallen zelden onverdiende slagen

We hebben hier maar één politiewagen
De dorpsagent doet meestal niets dan wachten
Gebeurt er iets, dan zijn er helpers zat

Er danst een naakte dichter door de velden
De halmen buigen ruisend om zijn lijf

Hij wordt gevangen door een man of vijf
En moet zich bij de burgemeester melden

Zo'n onrust heeft ons dorp nog nooit gehad


Bout-rimé als hommage aan Niels' nieuwe vorm: