Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Ik ben maar een Murk, dus wat moet ik?
Ik ben in de wereld gepleurd.
Had iemand verstandig besloten,
dan was dat beslist niet gebeurd.

Een Murk van een onbekend merk,
mufneuzig en brunzig van poten,
zoiets had mijn ma niet besteld.

Laat staan mijn pa:
hij lag in een deuk, maar niet heus
en wou me het liefste verloten.

Maar dat vond mijn ma toch te erg.
Dus sloot ze me op in een koekblik
en fietste daarmee naar het park
en knoopte mijn staart aan een berk.

Oote oote oote boe,
waar moest het met mij naartoe?
Ik klampte me vast aan haar jurk –
een Murk is nou eenmaal geen held.

Maar ach, mijn ma!
Ze scheurde zich los met geweld
en ging toen gewoon naar haar werk.

Hier hurk ik nu, zwaar in de kroten.
Ik knaag wat op boomschors en noten
en wacht tot de Gurkbork me wurgt.

Net heb ik mijn neus weer gestoten
dus ja, ik besta nog, vermoed ik.
’s Nachts zeur ik heel zacht: Oote oote.
Wat wil je? Ik ben maar een Murk.
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Waterstraat

 Mijn wieg stond destijds in de Waterstraat,
Waar aan een slootje mooie wilgen stonden
En wij, gewoon op straat, nog spelen konden;
Soms was het voetbal, soms ook kattenkwaad.
 
Waar nu zo’n rijtje saaie huizen staat
Lag eens een wei waar paarden zich bevonden,
Met schrikdraad waar wij ons soms aan verwondden.
Die straat was Nederland in zakformaat.
 
Nu komen er steeds auto’s doorgereden,
Je ziet op straat al lang geen spelen meer,
De buurman is inmiddels overleden.
 
Soms als ik voor mijn ouders’ huis parkeer
Verlaat mijn geest voor eventjes het heden
En zie ik weer het straatbeeld van weleer.
 
 

Uit de nieuwe bundel Het leven gaat van A tot Z.